TOSCANE

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de late lente van 2016 kozen wij voor twee weken Toscane. Een zeer toeristische en bekende bestemming, maar voor ons lag de uitdaging er in om naast de beroemde highlights als Florence, Lucca, Pisa, San Gimignano en Siena ook het iets onbekendere Toscane te ontdekken. We verbleven een week in het noorden van Toscane en een week in het ongereptere zuiden, omdat vanuit die standplaatsen de omgeving gemakkelijker en intensiever te verkennen zou zijn en omdat we hier zodoende vrijwel heel Toscane mee konden bestrijken. Juni leek ons een mooie periode om te gaan, omdat het toeristische bezoek dan nog niet op zijn toppunt is en het weer al aangenaam moet zijn. Het kwam gedeeltelijk uit. Het was op sommige plaatsen al aardig (veel te) druk en het weer was (bij toeval of niet?) niet al te best in deze tijd van het jaar. Wat er wel was, was de schoonheid van Toscane. Die is er en die zul je er, ongeacht de periode dat je gaat, ook aantreffen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toscane is lange tijd een geisoleerde regio geweest. Een boerengebied met landbouw en veeteelt dus. Dat is nog steeds gedeeltelijk zo en de wijnen, kazen en worsten zijn dan ook erg goed en beroemd. Ook het landschap is nog deels het boerenlandschap. Velden waar wijn wordt verbouwd en andere stukken wei worden omzoomd door groene afscheidingen, die een keurige verdeling tussen de vlakken met allerlei soorten groen en geel aanbrengen. Omzoomd ook met de beroemde cipressen en in de imposante pijnbomen, die je overal ziet. Daarnaast zijn de meeste velden heuvelachtig wat mooi licht- en schaduwspel over het golvende groen van de velden geeft. Het lijkt wel of hier heel veel landschapsarchitecten voortdurend aan het werk zijn (geweest). En gedeeltelijk zal dat ook wel kloppen, want de inwoners hier hechten blijkbaar aan een verzorgde omgeving en doen hier ook het nodige voor. Op de top van een heuvel staat vaak een oud boerenhuis, karakteristiek voor deze streek. En op de toppen van grotere heuvels en bergen liggen de stadjes en steden. Allemaal eeuwenoud, vaak omgeven door een muur en versterkt, waardoor ze op een onneembaar fort lijken. De bijna middeleeuwse steden en dorpen zijn opvallend goed in tact gebleven door de geisoleerde ligging (weinig last gehad van aanvallen en oorlogshandelingen). De combinatie van zoveel cultuur, geschiedenis, landschappelijk schoon en het rustige boerenleven heeft gemaakt dat Toscane decennia geleden veel aantrekkingskracht begon te krijgen. En dus ook veel bezoek. Op sommige plaatsen is dat ‘hinderlijk’, maar deze plaatsen moeten wel gezien worden, vinden we. Wij maakten een keuze uit het gigantische bonte aanbod.

Het is twee dagen rijden naar Toscane, en als je het jezelf gemakkelijk wilt maken trek je er drie dagen voor uit. Wij deden dit laatste op de terugweg, omdat we toen wat zuidelijker in Toscane zaten en het vrij lang duurt voordat je uit het bergachtige gebied bent.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Aankomst in Diacetto

Na een lange dag door de Alpen en het drukke gebied rondom Milaan komen we op een zaterdagavond in de buurt van Florence, waar ons appartement zich bevindt. Het is een deel van een boerenhuis, in dit geval een kamer met bed en keuken, afgescheiden van het woongedeelte van de boer door een simpele houten deur. We zullen hierdoor de gesprekken van de boer, die op urenlange monologen lijken – slechts af en toe onderbroken door wat gemompel van andere stemmen-, uitstekend kunnen volgen. Gelukkig is het ‘s avonds om 10 uur meestal wel stil. Het valt een klein beetje tegen hier. De weg er naar toe is vrij slecht, 900 meter over een hobbelig karrenspoor dat soms vlak langs een afgrond loopt. Het huis ligt er mooi bij, maar er is veel rommel om het huis heen. Het uitzicht, want we zitten hier boven op de berg, is fantastisch. Dit is behoorlijk afgelegen, maar het is nog niets vergeleken bij ons tweede huis. Rust is hier op zich wel verzekerd. De eerste avond is het nog warm en we zitten buiten op de bank. We krijgen aanloop van zeven pas geboren katjes en drie volwassen katten. Deze zullen ook de komende week onze deur weten te vinden!  Het ‘appartement’  is niet erg comfortabel ingericht. In de kamer met harde oude somber tegels op de vloer staat slechts een tafel in het midden met vier stoelen er om heen, en verder is er een piepklein oud keukentje en een bed. Agriturismo heet dit, ‘ logeren bij de boer’, maar in ons geval mogen we het gerust de Spartaanse variant van agriturismo noemen. De mensen zijn desondanks vriendelijk, maar leggen ons niets uit, zodat we alles zelf moeten uitvinden of gaan navragen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Lucca

Uitgerust en met erg veel zin vertrekken we de volgende ochtend naar Lucca, ons eerste reisdoel. Het ligt slechts 100 kilometer naar het westen. Florence bewaren we  bewust voor morgen, omdat het er vandaag (zondag) best druk zal zijn.

We rijden naar de ingang van de oude stad bij de stadsmuur, waar we vrij gemakkelijk en snel al een parkeerplaats vinden. Daarmee hebben we beslist geluk. Niet overal zal het vinden van een plek voor de auto zo gemakkelijk zijn. Je kunt over een deel van de stadsmuur lopen. Wij gaan het oude centrum in, waar we een flink eind struinen door de oude straatjes. Natuurlijk slaan we het fraaie ronde - als een amfitheater gebouwde - plein (Piazza del Campo) niet over. Bij La Grotta aan dit plein hebben we een uitstekende Italiaanse late lunch. We verwachtten een fikse rekening omdat we aan een beroemd plein zaten maar die viel reuze mee. Lucca’s centrum blijkt groter dan we dachten want op de terugweg moeten we een flink stuk lopen om na onze ‘dwaaltocht’  weer op het juiste spoor te komen.

We hadden nog naar Pistoia en Prato gewild, maar zoals eigenlijk alle twee weken zal blijken, we overschatten alles net iets te veel. In Toscane heb je veel tijd nodig, soms omdat het druk is, maar meestal omdat er verrassend veel te zien is. Daardoor kom je niet aan geplande andere plekken toe. Lucca is voor vandaag dus voldoende. Op de terugweg valt me op hoe idioot de Italianen eigenlijk rijden. En niet een paar, maar echt iedereen. Ze proberen overal net langs te schuiven of kruipen, halen in als het eigenlijk niet meer kan en zitten vooral continu bovenop je achterbumper. Laat je hierdoor niet verleiden om zelf ook harder te gaan rijden. Ik had die neiging ook, maar het is ronduit gevaarlijk, zeker op bochtige steile bergwegen. 

 



Florence

De volgende dag verheugen we ons op ons bezoek aan Florence. Aanvankelijk hadden we de trein vanuit Pontassieve (twintig kilometer ten oosten van Florence, en tien kilometer van ons appartement) willen nemen, maar we besluiten – tegen de adviezen in – om het toch maar met onze auto te proberen. Probeer niet het oude centrum van Florence  met de auto in te gaan (dat lukt overigens bijna niet); we hadden een mooi alternatief. Aan de overkant van de Arno in het zuidelijk stadsdeel kun je parkeren op de top van een kleine heuvel, Piazzale Michelangelo heet het hier. Er zijn niet veel parkeerplaatsen, dus het werkt niet op drukke dagen en in het hoogseizoen. Maar er zijn andere alternatieven om aan de rand van Florence te parkeren en met de bus of tram snel naar het centrum (station) te komen. Wij hebben geluk en vinden nog net een parkeerplaats (helemaal gratis!). Het uitzicht vanaf de Piazzale is schitterend en indrukwekkend: fotogeniek ook! Nadat we hier een tijdje hebben rondgelopen en gezeten, nemen we de bus richting downtown. We stappen uit bij Porta Romana en wandelen dan naar het noorden, richting de Arno. Het zuidelijke deel van het centrum is wat authentieker, wat volkser.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het noordelijk deel is het wat statiger met de vele paleizen en paleisjes, middeleeuwse huizen, kerken, standbeelden etc. De verbinding tussen deze twee wordt gevormd door enkele bruggen waarvan Ponte Vecchio de leukste is, met de huizen op de brug gebouwd. Het is enorm druk, heel toeristisch, wat toch wel jammer is. Maar Florence vaart er wel bij en het is allemaal toch wel de moeite waard. Wat een oude historie, grandeur en rijkdom aan kunst en cultuur. Er valt hier enorm veel te zien en dat vinden alle Amerikanen, Japanners, Duitsers, Italianen etc etc ook. De bekendste gebouwen, Palazzo Vecchio en de kathedraal, maken indruk. Na een middagje ronddwalen en lekker gegeten te hebben laten we ons met een taxi weer naar onze parkeerplaats op de heuvel rijden en rijden van daar uit terug naar ons appartement in Diacceto.

Vandaag was het redelijk weer, half bewolkt, beetje zon, 22 graden. Dit z al tevens zo’n beetje de laatste mooie dag zijn. We hebben enorme pech. Boven heel Europa bevindt zich een omvangrijke depressie, die vrij warme lucht naar b.v. Nederland zuigt, maar iedere dag weer enorme buiencomplexen doet ontstaan boven Duitsland, de Alpen en heel Italie. Het zal twee weken duren. We zullen vaak in de regen rijden en lopen, soms is het droog en drukkend weer en iedere middag tussen twaalf en drie uur barst het weer los. Jammer, we hebben hierdoor enkele geplande activiteiten moeten afgelasten. Desonondanks hebben we nog bijzonder veel gezien van deze fraaie regio.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Arezzo en Cortona

De volgende dag rijden we richting Arezzo en Cortona, ten oosten en zuidoosten van Florence. Het is hier nogal bergachtig. Beide plaatsen hebben weer een oud en goed bewaard gebleven centrum: het is hier zo typisch Italiaans, of Toscaans moet ik misschien wel zeggen. De sfeer is goed en het is hier niet superdruk. Tussen de steden Arezzo en Florence in ligt de aparte rotsformatie genaamd 'Le Balze Valdarno' , wat Kliffen van Valdarno betekent. De Balze bestaan uit een serie grote rotsen die hoog boven het omliggende landschap uitsteken en zo de aandacht opeisen. Je hoeft dus niet naar de Grand Canyon om dit te zien .. zelfs in Europa vind je zulke plekken. Le Balze Val d'Arno ligt 12 km vanaf Giovanni Val D'Arno. We stoppen in het dorpje Piantravigne, dat het beste uitzicht  heeft op dit rotsgebied. Het ligt nogal afgelegen en aanvankelijk hadden we moeite het te vinden, ondanks de GPS (die ook niet alles weet!).

 

 

Chianti en Siena

De dag erna is voor het gebied ten zuiden van Florence, de Chianti. De Chianti is misschien wel prototypisch voor Toscane:  heuvels, en bovenop die heuvels de boederijen, omringd door cipressen en wijngaarden in een groen glooiend landschap.  Mooie groene en gele vlakken die ieder voor zich weer afgezoomd zijn met groene hagen en cipressen.  Veel gebaande en ongebaande weggetjes en paadjes die slingerend omhoog en omlaag gaan naar villa’s en kastelen, naar dorpskerken en boederijen. Een half uurtje na Florence bevindt zich een grote outlet. Alle dure merken zijn vertegenwoordigd in deze Mall in Leccio Reggello: Armani, Burberry, Gucci, Cavalli, Versace, Tom Ford etc. Het meest opvallend zijn hier de busladingen jonge rijke Chinezen, voor hen is dit natuurlijk fantastisch. Het lijkt wel of ze speciaal zijn overgevlogen en het zou me niets verbazen. We lopen over het enorme complex, om te kijken en vooral niet te kopen, maar kopen toch iets omdat we nu eenmaal kleinkinderen hebben…. Daarna gaat het door de Chianti naar Greve in Chianti. Het dorp heeft een charmant dorpsplein, waar we ook nog kunnen parkeren zelfs, maar het begint te regenen en niet zo weinig ook. Omdat we niet cappuccino’s kunnen blijven drinken op een overdekt terras, rijden we door de regen verder naar het nog zuidelijker gelegen Siena. Een van de grotere steden van Toscane, met een mooi middeleeuws centrum. We parkeren aan de rand van de stad, en het blijkt nog een heel stuk lopen naar het centrum. Onderweg kunnen we mooie foto’s maken, we bereiken het fraaie centrum en de beroemde Piazza del Campo (een must-see!), maar omdat het regent vertrekken we maar weer naar onze parkeergarage. 

 

 

Poppi

De volgende dag is voor het gebied ten oosten van onze boerderij, tevens het gebied ten oosten van Florence. Het is hier minder druk en toeristisch en we kunnen eindelijk op ons gemak door het wat afgelegen gebied rijden. Een mooi en rustig stuk Toscane. Poppi is een verrassing voor ons. Een charmant en bijzonder mooi bewaard gebleven middeleeuws stadje met een fraai kasteel: Il castello del conti guidi. We kunnen een bezoek aan dit kasteel aanbevelen. Het is interessant en mooi en het heeft een bijzondere bibliotheek met honderden waardevolle middeleeuwse geschriften. Op het dorpspleintje naast het kasteel (met fantastisch uitzicht) lunchen we en in de middag rijden we via een andere weg (een nogal ongebaand pad waar we echt helemaal alleen waren) weer terug naar Diacceto.

       

 

       

San Gimignano en Volterra

De dag erna zijn voor San Gimignano en Volterra, ten zuidwesten van Florence. We rijden over een goede snelweg naar San Gimignano. Even buiten het beroemde dorp zijn de parkeerplaatsen en we vinden gelukkig nog net een plekje. Normaal gesproken is dit zo ongeveer de allerdrukste plaats van Toscane. Het is een klein stukje lopen naar het historische centrum, dat op een aangename manier verrast. We lunchen eerst op een mooie plek, met mooi uitzicht over het dal en wandelen dan door de hoofd- en zijstraten van dit prachtige dorp.

 

         

San Gimignano is uniek te noemen, er zijn weinig van zulke bijzondere stadjes op de wereld. Het is een soort middeleeuws Manhattan.  Dat komt door de vele opvallend goed bewaard gebleven torens. Deze torens werden door vermogende families gebouwd. Hoe rijker, hoe hoger de toren, hoe meer aanzien. Ze waren bedoeld om zich in te verschansen bij gevaar. En als jouw toren, bijvoorbeeld als strafmaatregel, werd afgebroken was dat een uiting van publieke schande. Ik heb geen toren kunnen ontdekken waar je omhoog kon, maar het moet wel mogelijk zijn. Uiteraard missen we Piazza della Cisterna met zijn Torre del Cortes en het Palazzo del Podest’a niet. Ook Volterra, dat niet veel verderop ligt, is de moeite waard. Het heeft vooral weer een prachtige ligging en een compact centrum met smalle oude straatjes en mooie huizen.

      

 

       

 

Seggiano

De volgende dag is de overgangsdag naar een ander deel van Toscane en dus ook een ander appartement. Hoewel het hemelsbreed zo’n 120 kilometer is, zullen we er toch vrij lang over doen. We rijden eerst langs Siena en dan verder naar het zuiden. Dit is een wat minder toegankelijk gebied, met veel bergwegen, die weliswaar redelijk goed zijn, maar erg bochtig en stijgend/dalend zijn waardoor je hier geen topsnelheden kunt bereiken.

       

Tussen Buonconvento en San Quirico passeren we wat ik de ‘ lonely trees’  noem. Een beroemd beeld van Toscane: een groepje bomen in een verder kaal en leeg landschap. Zelfs in de motregen staan hier busladingen fotografen! Daarna moeten we het echte bergachtige gebied in, soms over de toppen en het wordt erg slecht weer. Het regent bijzonder hard en er komt dichte mist opzetten. Er is weinig zicht. Het landschap wordt nog ruiger, de weg wat minder. We bereiken het bijzonder mooi op een bergtop gelegen dorpje Seggiano. Van hieruit is het nog maar zes kilometer naar ons nieuwe apartement. Het is nog niet zo gemakkelijk te vinden, maar bij toeval ontdekken wij de goede weg op de helling van Monte Amiata, met ruim 1700 meter de hoogste berg hier. Een klein small bergweggetje dat zich soms steil omhoog soms steil omlaag slingert brengt ons van de gewone weg naar de boerderij, waar wij ons huisje hebben. Het ligt bijzonder afgelegen, maar het is heerlijk rustig, veel groen. We modderen letterlijk wat met het vinden van ons huisje en als we het met moeite denken te hebben gevonden, bellen we voor de zekerheid toch maar de eigenaar, die na enkele seconden al voor onze neus staat. Hij heeft ons al lang zien aankomen en ons een half uur aan laten modderen. Letterlijk! Het appartement is prima. Een stuk gezelliger dan het vorige, een mooie slaapkamer, warm ingerichte woonkamer en wederom de nodige katten voor onze deur, die er niet meer weg te slaan zijn (zij delen mee in onze kip en ander vlees, vandaar!).

         

 

          

 

San Galgano, Sant’Antimo en Mont’alcino

We zitten zo afgelegen dat het iedere dag weer een hele tour is om op de uitvalsweg te komen om  van daaruit naar een ander gebied te kunnen rijden. Op onze tweede dag hier rijden we naar de Abdij San Galgano. Een bijzondere plek, interessant om er te zijn maar vooral heel fotogeniek. De grote abdijkerk werd gebouwd tussen 1218 en1288; de monniken vestigden zich hier om landbouw te bedrijven en wat te handelen. Een hongersnood in 1329 en de Pest in 1348 deden de community geen goed.  Tegen het einde van de 15e eeuw verhuisden de monniken naar de stad Siena. Het complex stond vervolgens leeg. In 786 trof de bliksem de klokkentoren naast de kerk en deze toren zakte in elkaar op het dak, waardoor ook het dak het begaf. Vandaag de dag staat het er nog net zo bij als vlak na die onweersbui in 1786. Een skelet: muren en alles staan nog fier overeind, de ramen zijn open en er is geen dak meer.  Ook hier veel regen en onweer tijdens ons bezoek.  Als we er rondlopen is de bodem (de  vloer van de kerk) doorweekt van de regen en veranderd in een modderpoel. Een apart, bijna apocalyptisch gezicht. Verderop ligt de Abij van Sant’antimo, die veel wordt bezocht vanwege het feit dat de mooie  Toscaanse klokkentoren en daarnaast een grote cipres zo’n mooi bekend fotografisch beeld opleveren. Daarna gaan we naar het oude stadje Mont’alcino. Ook dit stelt ons weer niet teleur. Het ziet er wederom fraai uit, maar enige ‘oude stadjes-moeheid’  ligt nu toch wel op de loer. Deze streek heet de Sienese kreten (kleingronden), de Crete. Hier zie je wijngaarden, olijfgaarden en weiden. Het is de streek van de schapenkaas, de pecorino, en Brunello wijn.

 

         

 

Grosseto en de kust

Dag 9 van ons Toscaans verblijf is dan ook voor iets anders, de kust. Ongeveer 75 kilometer rijden. Een gouden greep, want aan zee is het opgeklaard, er zijn geen regenwolken, alleen een lekker zonnetje aan een vrij blauwe lucht en een aangenaam temperatuurtje van 26 graden. Grosseto is een vrij grote stad, met ongeveer 85.000 inwoners. Het heeft ook een mooi middeleeuws centrum, maar onze interesse geldt vooral de kust. We rijden eerst naar Marina di Alberese en daarna naar Castiglione della Pescaia. Ondanks het mooie warme weer zien we hier weinig  badgasten. Er heerst een lekker rustig sfeertje, het laatste dorp is mooi gelegen. We lunchen hier op het strand en rijden dan naar het nabijgelegen Nationale Park Maremma. Het bijzondere van dit gebied is dat het niet en nooit bewoond is geweest en je hier dus het oorspronkelijke Toscane kunt zien. Een afwisseling van pijnboombossen, weiden, kust en zee en heuvels. De hele zuidelijke streek van Toscane heet Maremma en door deze ruige en weidse Maremma rijden we weer terug richting Seggiano. Het is een lange mooie rit, nogal van het gebaande pad af. Pas als we bijna thuis zijn, barst de gebruikelijke regen en het bijbehorende onweer los.

 

       

        

Saturnia en Pitigliano

De daarop volgende dag rijden we eerst naar het tien kilometer zuidelijker gelegen dorp Arcodossi, een groot dorp. Het is er markt en we lopen over de gezellige markt heen. Via Semproniano bereiken we Saturnia. Het zuidoosten van Toscane is een voormalig vulkanisch gebied. De vulkanen zelf zijn uitgedoofd maar er zijn nog veel thermische bronnen. In Saturnia vind je er diverse. Saturnia is een van de interessantste thermale oorden van Italië. De naam van de warme rivier is de Gorello, die wat verder uitmondt in de Stellata. Het typische water komt uit de ondergrond met een snelheid van 800 liter per seconde. De temperatuur is constant: 37° graden. Reeds de Romeinen hadden de therapeutische werking van het water ontdekt. Je kunt een gratis bad nemen in de Cascata del Mulino, 2,5 kilometer ten zuiden van Saturnia.  Het heilzame water bevat magnesium, carbonaat en algen, wat de huid verzacht. Het ruikt uiteraard wel naar zwavel.

 

       

 

We nemen geen bad maar wel een lunch op deze rustige ontspannen plek en maken mooie foto’s van de baden en de waterval. Saturnia zelf is overigens ook een fotogeniek dorp. Helemaal fantastisch is de ligging van Pitigliano, even verderop. Pitigliano  behoort tot de mooiste stadjes van Italie.  Het is een van de meest typische plaatsen in de Maremma, helemaal uitgegraven in de tufsteen. De indrukwekkende stadsmuren van Pitigliano stammen uit de zestiende eeuw. Door ligging van het dorp en de bijzondere vorm van de stadsmuren lijkt Pitigliano nog het meest op een oude burcht. Het aanzicht van het dorp is werkelijk geweldig. Het historische centrum van het dorp is in zijn geheel autovrij wat wel wat voor parkeerproblemen zorgt in de directe omgeving van het dorp. Het lukt ons gelukkig ook hier weer te parkeren. Van Pitigliano rijden we via Sorrano (een klein stadje dat erg mooi tegen de berg aangeplakt ligt!), Elmo, Cellene en Petricci  naar ‘huis’. Ook dit is een nogal afgelegen route. De weg bij Sellene is wel heel slecht, het doet ons aan Afrika denken. Gelukkig overleeft de auto het zonder al te veel brokken.

       

 

 

       

 

Pienza en Montepulciano

Val d’ Orcia, het dal  van het riviertje de Orcia, is voor dag 11. Hier maken veel liefhebbers (vooral fotografen) een rondje, omdat het eigenlijk wel het meest typerend voor Toscane is. Toscane op zijn best. Allereerst gaan we naar de stad Pienza. Het ligt alweer mooi hoog op een heuveltop, de kronkelende weg brengt ons weer naar boven. Hier vinden we tot onze grote verbazing weer vrij snel een parkeerplaats. We lunchen eerst op een mooi terras en wandelen dan weer terug in de tijd, de middeleeuwen in: de dom, het mooie stadhuis en bisschoppelijk paleis aan Piaza Pio II en Corso Rosselino. We hebben een panoramisch uitzicht over het heuvelachtige Orciadal. Links van de kathedraal loop je de Via del Casello op, naar boven naar de stadsmuren voor dit uitzicht.

       

Een bekend rondje met veel fotografisch interessante plekken en punten is Pienza - Monticchiello – Montepulciano – Chianciano Terme – La Foce – Spedaletto - Bagno Vignoni - San Quirico. De foto’s moeten maar voor zich spreken. Het is hier echt genieten. We doen niet alles van dit rondje, wegens de hevige regenval. Wel stoppen we nog in het bekende oude stadje Montepulciano. Zeker niet overslaan! Het is een verstild stadje met de gebruikelijke kerk en het plein op het hoogste punt van de heuvel.

       

Milaan en naar huis

De dag daarop regent het onophoudelijk. We gaan naar de supermarkt in Arcodossi en de rest van de dag doen we niet veel. We besluiten ineens om een dag eerder te vertrekken. De vooruitzichten blijven ongunstig en we hebben alles wel zo’n beetje gezien. We rijden de dag er na in rustig tempo de 450 kilometer naar Milaan. We hebben een hotel in een buitenwijk geregeld, dat vlakbij een metrostation ligt. De metro is ook hier weer snel en efficiënt en 10 minuten later staan we onder de Dom, hartje Milaan. Als we op het Domplein komen, overvalt de drukte ons eerst een beetje, maar wat bruist het hier! We lopen door het centrum, door de oude winkelpassage en beklimmen het dak van de Dom. Hoog boven het Domplein zien we van dichtbij de vele beelden en bogen op het dak van deze kathedraal en we hebben een mooi uitzicht. We eten nog wat (ja, toch maar weer pizza) en dan is deze dag al weer voorbij.

       

 

         

 

         

 

         

De dagen er na rijden we weer naar huis, waar het na weken mooi weer inmiddels ook aan het regenen geslagen is. Toscane is mooi. De moeite waard. Het is druk, bereid je daar op voor. Beste tijd is toch wel het voor- en naseizoen, met kans op minder goed weer, maar zeker niet koud. Verder moet je hier toch echt je eigen weg zoeken. Dat levert mooie ritten en plaatjes op. Ook de bekende highlights zou ik ondanks alles niet overslaan. Let bij het boeken van appartementen of vakantiehuizen goed op in welke streek ze liggen en of ze gemakkelijk te bereiken zijn over de weg. Onze behuizingen lagen toch wel behoorlijk achteraf. En verder: Toscane, la dolce vita, dat is zeker. Laat het lekker op je afkomen. Geniet, beleef, kijk. In Toscane zit je daarvoor wel goed.