Voor foto's van deze reis:  renelione.magix.net

MEXICO (JALISCO EN NAYARIT)
In februari/maart 2012 zijn we naar Puerto Vallarta aan de wetskust van Mexico geweest. In Nederland komt Puerto Vallarta op het lijstje bekende Mexicaanse badplaatsen (Cancun, Playa del Carmen, Acapulco) vreemd genoeg niet voor. Het is bij ons redelijk onbekend. Toch is Puerto Vallarta één van de grotere en bekende badplaatsen van Mexico en is deze bestemming met 3 miljoen bezoekers per jaar erg in trek. Vooral bij de Amerikanen en Canadezen, voor wie Puerto Vallarta net zo ‘gewoon’ is als Benidorm bij de vakantievierende Nederlanders. Waarom het bij de Nederlanders niet lukt: we zouden het niet weten. Er is geen enkele reden voor te bedenken: prachtige zandstranden, wuivende palmen, een modern en fraai centrum, uitstekende hotels en restaurants, en een schitterende ligging aan de baai van Banderas, tegen de hellingen van het Siërra Madregebergte aangevleid. Puerto Vallarta heeft een schitterend en interessant achterland: de bergen van de Siërra Madre, jungle, wetlands en mangroves, prachtige relaxte stranden (Sayulta, Punta Mita) en authentieke Mexicaanse dorpjes zoals Las Juntas, Mezcales, Valle de Banderas en het koloniale stadje San Sebastian del Oeste. Maar naast al deze aantrekkelijke zaken heeft Puerto Vallarta vooral als pluspunt dat het, ondanks de status van grote toeristenstad, nog niet is aangetast door het toerisme. De bevolking is zichzelf gebleven en is uiterst vriendelijk, voorkomend en relaxed. En…. het is er erg veilig. De criminaliteit waarover we hier in Nederland lezen en die vooral in het noorden van Mexico onrustbarende vormen aanneemt is in de streek rond Puerto Vallarta ver te zoeken. De allergrootste troef van Puerto Vallarta is het feit dat in de maanden december tot maart walvissen vóór de kust te zien zijn. De kans dat je ze dan ziet, is bijna 100%.
Twee maal eerder heeft een Nederlandse reisorganisatie geprobeerd om deze bestemming op de (Nederlandse) kaart te zetten: OAD eind negentiger jaren en Arke (2011-2012). Helaas stopt Arke nu ook met rechtstreekse vluchten en het aanbieden van hotelaccommodatie. Er is te weinig belangstelling. Voor wie Puerto Vallarta wil bezoeken: we kunnen het zéér aanraden. Wellicht herstart Arke in de loop van 2012 de reizen naar Puerto Vallarta, en anders zul je op eigen gelegenheid een vlucht naar Mexico-City (12 uur vliegen) en vandaar naar Puerto Vallarta (55 minuten vliegen) moeten boeken. Hotels genoeg in Puerto Vallarta, en vooral in het 20 km noordelijker gelegen Nuevo Vallarta; de kwaliteit ervan is doorgaans uitstekend.
 
 

                                              
 
 
 
 
Gardner en Richard Burton. Elizabeth Taylor, die overigens in de film niet meespeelt, was er ook, en dat was niet zonder reden. De reden heette Richard Burton. Richard en Elizabeth waren getrouwd, alleen niet met elkaar. En in die dagen (en tegenwoordig zal het niet anders zijn) was deze ‘verboden’ liefde voer voor de Amerikaanse roddelpers. Richard kocht er een huis voor Elizabeth, hij had er zelf ook één in Puerto Vallarta. Dit alles maakte dat er belangstelling begon te ontstaan voor dit kleine Mexicaanse stadje. De Amerikaanse TV-serie Love boat, die tussen 1977 en 1986 werd opgenomen, over een cruiseschip dat aan het einde van iedere aflevering aanmeerde in Puerto Vallarta, deed daar nog een schepje bovenop. Puerto Vallarta begon naam te maken als vakantiebestemming in de USA en het groeide de afgelopen decennia uit tot een grote stad met 300.000 inwoners. Omdat de bergen van de Siërra Madre weinig ruimte laten is de stad vooral uitgebouwd langs de kust en is van noord naar zuid zo’n 25 kilometer lang (inclusief Nuevo Vallarta, een parkachtige wijk met veel villa’s, vakantiehuizen en hotels). In het centrum van de stad wandel je over de 2,5 kilometer lange Malecon, een wandelboulevard langs de kust met veel winkels en restaurants, en vooral ook veel kunst: beeldhouwwerken, standbeelden, een fraaie bogenpoort, living statues, zandkastelen. Het strand is hier het domein van de pelikanen en de vissers. Wat verder naar het zuiden, als je de boogbrug over de rivier Cuele passeert, ligt de Zona Romantica, het oudste deel van het centrum. In de rivier ligt een eilandje in het groen, waar je kunt slenteren over een kleurrijke markt. Daarachter, op de plaats waar de bergen bijna in zee eindigen, ligt het stadsstrand. Vallarta is een aangename relaxte stad, waar je uren ontspannen kunt wandelen.

   
                                            

 
 
 
 
 
 
DE WALVISSEN
Ieder jaar in november vertrekken walvissen (humpback whales) vanuit hun leefgebied bij Alaska naar het zuiden om in december aan te komen in de warme, rustige wateren van de baai van Banderas, bij Puerto Vallarta. De reden: paren en baren. De kleintjes die hier worden geboren kunnen dan een paar maanden in alle rust en veiligheid opgroeien totdat ze sterk genoeg zijn om de terugtocht naar Alaska in maart te aanvaarden. Er zitten tussen december en maart dus bijzonder veel walvissen bij Puerto Vallarta en de kans dat je ze, als je een tochtje boekt, ziet is bijna 100%. Wij hebben ze tweemaal gezien. De eerste keer met een bijzonder snelle kleine catamaran. Speciale vliegtuigjes houden de positie van de walvissen in de gaten en delen die mee aan de bestuurders van de bootjes. Met grote snelheid scheuren die dan de zee op naar de plaats waar ze gespot zijn. Het zijn met name de moeders met de jongen die je te zien krijgt. De kleintjes moeten hun lichaam nog leren kennen en om deze reden springen ze regelmatig boven het water uit, om na enkele seconden weer de diepte in te gaan. Om ze te fotograferen moet je dus snel zijn en wat geluk hebben. De tweede keer zaten we op een wat grotere boot en kwamen we ze bij toeval tegen nabij de Las Marietas-eilanden. Daar heeft Lione de beste foto’s geschoten.

                                              



                                                     


 
 
 
 
 
LAS MARIETAS
50 kilometer van de kust liggen, aan het noordelijke einde van de baai van Banderas, de Islas Marietas. De eilanden zijn een door UNESCO beschermd natuurgebied. Het zijn grillige rotsachtige eilandjes, klein maar bijzonder fraai met mooie kleine stukjes zandstrand. Je bewegingsvrijheid is hier wat beperkt, maar wandelend over het enige eiland waar je wordt toegelaten is het genieten van de rotsen, de ruig opspattende zee, en de vele vogels op en om de rotsen. Pelikanen maken hun duikvluchten, blauwvoet JanvanGenten zitten ontspannen op de richels van de rotsen. Er leven hier zo’n 90 vogelsoorten en in de zee mantarays, zeeschildpadden, tropische vissen en dolfijnen. Een prachtplek, waar we ook mooie foto’s hebben kunnen maken.

                                            



 
 
 
 
 
 
 
    
SAN BLAS
150 kilometer ten noorden van Puerto Vallarta ligt het kleine stadje San Blas.  Een tiental kilometers vóór de Stille Oceaan houden de bergen van de Siërra Madre op en laten ruimte voor een vruchtbare kustvlakte waar tabak, citrusvruchten en watermeloenen verbouwd worden. In die vlakte ligt het kleine stadje San Blas. San Blas leeft voor een groot deel van de zee (visserij). Het toerisme is er wel, maar stelt nog niet zo veel voor. Als we er rond lopen, doet niets denken aan de belangrijke positie die San Blas tweehonderd jaar geleden innam. De Spanjaarden roofden destijds zo ongeveer alles wat in Midden- en Zuid-Amerika los of vast zat, en vooral in de grond zat, leeg. Zij hadden een plek nodig vanwaar de buit naar een veilige haven vervoerd kon worden. San Blas werd hun grote uitvoerhaven. De belangrijkste Spaanse plaats aan de Grote Oceaan. Daar is nu niets meer van te merken. San Blas is een gezapig stadje met twee kerken, een plaza met in het midden een muziekkoepel en een marktje. Aan het einde van de hoofdstraat, die vijfhonderd meter lang is, kom je aan een klein strand. Af en toe rijdt een pick-up voorbij. Een paar oudere mannen zitten in de schaduw op de bankjes op het pleintje. En verder heerst er rust op dit tijdstip van de dag. Kortom, heel gewoon Latijns-Amerikaans. De belangrijkste reden om naar San Blas te gaan ligt even buiten San Blas: het nationale park La Tovera, een mangrovegebied. Met een bootje varen we door de verrassend afwisselende wetlands. We zien veel vogels, zoals slangenhalsvogels, reigers, fregatvogels maar ook schildpadden en krokodillen. Een ontspannen tochtje, dat de moeite waard is. Op een terrasje aan de rand van het mangrovegebied gebruiken we een heerlijke lunch. Even buiten San Blas ligt – op een kleine heuvel – een oud Spaans fort. Hier heb je een geweldig uitzicht over San Blas en de vlakte.

                                               
     
                                     


                                               


 
 
 
 
 
 
 
SAN SEBASTIAN
Een andere dagtocht, die vanuit Puerto Vallarta is te maken, is die naar San Sebastian del Oeste. San Sebastian del Oeste ligt verscholen tussen de pijnbomen en de koffie- en agavenplantages van het Siërra Madregebergte, op 1500 meter hoogte, in de Mexicaanse deelstaat Jalisco. Als we op een mooie zondagmorgen vanaf de parkeerplaats buiten het stadje over het oude stenen bruggetje de stad in lopen, is het nog stil op straat. Het is er precies zoals wij ons voorstellen bij een ‘koloniaal stadje’. In San Sebastian lijkt de tijd stil te hebben gestaan, of liever gezegd: lijkt de tijd zelfs een stukje teruggedraaid te zijn. Want de tijden van grote bloei en bedrijvigheid, toen San Sebastian een belangrijk mijnbouwcentrum was van wat de Spanjaarden toen tot Nieuw Spanje hadden gedoopt, die tijden zijn er niet meer, en San Sebastian leidt sindsdien een kwijnend bestaan in vergetelheid. Tussen 1600 en 1930 was dat wel anders, toen hier zilver uit de grond werd gehaald. Zilver dat naar Spanje ging. Want van zilver uit Midden- en Zuid-Amerika kon Spanje geen genoeg krijgen. De wereld wilde zilver, en Spanje haalde het voor de wereld uit de Amerikaanse bodem en leverde het. Het was zo gewild, dat het aanbod de vraag niet kon bijhouden. En dat terwijl het aanbod al zo gigantisch was, daar zorgde Spanje wel voor.
 
 
 
De hoogtijdagen van het zilver zijn in San Sebastian voor de Spaanse families, die de mijnen in handen hadden, al lang voorbij. San Sebastian is vandaag de dag een verstild stadje, een levend museum, waar 5.000 mensen wonen. De charme van San Sebastian ligt in haar koloniale verleden. Koloniale huizen, wit gepleisterd met bruine of rode accenten en schots en scheef neergelegde dakpannen. Onregelmatige keien op de straten. Overal hangt duidelijk de geur van het verleden. De wandeling door dit stadje is dan ook een aangename ervaring: de oude huisjes, de stilte, bochtige straatjes die steeds opnieuw de vraag oproepen wat er zich achter de volgende bocht bevindt, een mooi authentiek dorpsplein en de onvermijdelijke prachtige kerk. Af en toe zit er een oud mannetje op een bankje, hier en daar kraait een haan. San Sebastian is zich goed bewust van haar aantrekkingskracht en sinds kort staat het dan ook als kandidaat op de Werelderfgoedlijst van de Unesco.
Op de terugweg door de bergen maken we een stop bij Haciënda San Sebastian. Hier wordt tequila geproduceerd. Tequila is zonder overdrijving voor de Mexicaan net zoiets als ademen en slapen. Noodzakelijk om te leven dus! De tequila wordt gemaakt van de agave, een cactusachtige plant die hier groeit. Het spul stroomt gloeiend in onze kelen. Bij de tweede slok went het al. Bij tequila is het vooral een zaak van: doordrinken. Het is geen cliché, we hebben het overal ervaren: tequila (dat dus uit de streek komt) en taco’s (pannenkoekjes gevuld met rijst, bonen, kaas, maïs, guacamole) nemen een belangrijke plaats in in het leven van de Mexicaan.
                                  
 
 
 
 
 
 
 
 
TOT SLOT
We hebben een erg geslaagde vakantie gehad. Puerto Vallarta heeft alles voor de ontspanning en avontuur zoekende toerist. In de bergen van de Siërra Madre zijn voor de actievelingen survivaltochten, canopytours en andere sportieve uitdagingen te maken. De omgeving is landschappelijk bijzonder fraai en Vallarta zelf is een aangename stad. Wel is alles hier op de Amerikanen gericht. Eigenlijk alles is hier in dollars te betalen en je wordt ook steevast in het Engels aangesproken, zelfs als jij in het Spaans begint. De locals zijn bijzonder vriendelijk en je wordt niet lastig gevallen, zoals op veel andere toeristische bestemmingen in de wereld. Zelden hebben we ergens zo relaxed en veilig rondgewandeld als hier. Voeg daarbij het meestal mooie weer (in de winter is het met 25 graden en soms bewolking - maar droog - iets kouder, in onze zomermaanden valt er echter af en toe weer regen), de prachtige stranden en het mooie ‘achterland’ en je hebt gegarandeerd een topvakantie. Kan niet misgaan!

                               
 
 
 
 
 
 
 
 
 
       
 
Voor foto's van deze reis:  renelione.magix.net