INDIA
 
Op de grens van 2003 en 2004 hebben wij India bezocht. Twee weken waren we in Goa, de kleinste maar relatief rijkste deelstaat van India, en de aangrenzende staat Karnataka. Net als bij Kenia/Tanzania zullen we, in afwijking van het geijkte stramien (een verslag van dag 1 tot en met dag laatst), ook over India geen reisverslag opnemen. In Goa hebben we voornamelijk genoten van de stranden maar ook van het landschappelijk mooie binnenland. We logeerden in Goa in een hotel in Calangute/Candolim, een nogal toeristische agglomeratie. Het was er druk maar nog niet zo druk als nu (en ook zonder de dronken Engelsen en Russen van nu). Toch gingen wij ook meestal naar de rustigere stranden ten noorden van Calangute: Kalacha, Aramboi en Ashvem Beach of Anjuna Beach, dat toen nog niet zo toeristisch was. De stad Panjim is aardig om te bezoeken en we hebben genoten van het oosten van Goa met zijn mooie natuur. De Dudh Sagar watervallen zijn paradijselijk gelegen in het tropische woud op de hellingen van Western Ghatsbergen: de falls storten zich 603 meter langs de dicht beboste hellingen naar beneden. Met de nodige aapjes uiteraard.
In Karnataka bezochten wij de stad Udupi en wijde omgeving, zoals het Someshwara Wildlife Sanctuary. We hebben herten, aapjes en tijgers gespot. In een landelijk dorpje hebben we olifanten gewassen in de rivier en vooral hebben we hier ook genoten van de cultuur: de tempels en kloosters.
India is, als je er net aankomt, een regelrechte cultuurshock.  Dat ervaart iedere reiziger zo en dat was bij ons niet anders. De hitte, stank, drukte, luchtvervuiling, het chaotische verkeer, de zwerfdieren overal, koeien, geiten en honden in het stadsbeeld waar je over struikelt, de mensenmassa, maar ook het heerlijke eten, het kleurenfestijn, de schoonheid van tempels, paleizen en gebouwen. Het is overwerk voor al je zintuigen. Na een paar dagen ben je wat gewend en ben je over de eerste schok heen. Wij hebben het leuk gehad.
We zullen twee verhalen plaatsen over wat we er hebben meegemaakt. Die verhalen moeten verder maar voor zich spreken. Het verhaal ‘ Whatever happens, get on that train’ is gepubliceerd in het reismagazine Columbus.
Helaas zijn alle foto's van Goa en Karnataka verloren gegaan. Wat hier te zien is, zijn screenshots van een videofilm. De kwaliteit is helaas wat minder dan normaal.

 
                                               
 
                                        



“Yes, we made it”
“We would like to have breakfast, sir” vragen wij aan de man die haastig de keuken uit komt rennen en al even haastig een andere deur weer in wil gaan. We hebben een half uur gewacht op ons ontbijt, maar meer dan koude koffie - onmiskenbaar koffie van de vorige dag, getapt uit een apparaat dat wij bij toeval vonden - heeft dat nog niet opgeleverd. Geïrriteerd blijft hij stilstaan, maar een reactie blijft uit.
“Breakfast” zeggen wij nogmaals, iets langzamer omdat wij er nog wel begrip voor kunnen opbrengen dat niet iedere Indiër even goed Engels spreekt.
Er verschijnt een blik op zijn gezicht, die het midden houdt tussen verzuchting, “never a dull moment”, en wanhoop “dit is toch echt mijn laatste dag in dit hotel”. Het moet maar eens afgelopen zijn met die domme toeristen en hun onmogelijke vragen. We wijzen op onze magen en imiteren op een denkbeeldig bord een boterham.
Een leuke opdracht voor studenten van de toneelschool: “beeld een boterham uit”.
Hij knikt nauwelijks merkbaar en loopt weg. “With cheese and an egg maybe?” voegen wij er nog aan toe, maar dat van dat ei klinkt al een stuk onzekerder. Vragen om wonderen doe je niet. Een half uurtje later komt hij aanlopen met een bordje. Daarop twee voorwerpen, die in de verte aan een vorig leven als toast doen denken en waarvan wij niet weten of we het nu de kleur zwart, pikzwart of ravenzwart vinden hebben. Hard zijn ze zeker, een baksteen zou het niet verbeteren.
We besluiten om ons ontbijtgeluk maar elders te beproeven.
In het dorpje Anjuna, even verderop, is er vanmiddag een hippiemarkt, horen we. Vooral bekend om zijn goede kwaliteit sieraden, door Europese hippies vervaardigd. De hippies, we hebben er over gelezen. Goa, toch al niet de allerarmste deelstaat van India, heeft aan hen te danken dat het in de vaart der volkeren is opgestoten. Zij “ontdekten” Goa en zetten het als verborgen paradijsje op de kaart. En zoals het met verborgen paradijsjes gaat: de toeristen kwamen met vliegtuigbakken tegelijk. Onze middag staat vast: naar Anjuna.
 
“Anjuna, flea market” zeggen we tegen de taxichauffeur.
“Ah, flea market, that might be a problem”. 
A problem, denken we, natuurlijk. We informeren naar de aard van het probleem, maar de chauffeur rijdt al weg.
Al slalommend over Goa’s wegennet komt hij een kwartier later met een antwoord. Het is ongelooflijk druk bij de markt, een complete chaos, zelfs voor Indiase begrippen.
Dat wil wat zeggen, vinden we, maar we kunnen er ons nog niet zoveel bij voorstellen.
Je mag er van de politie niet stoppen, zo maakt hij ons duidelijk. Doorrijden, stoppen verboden, dat levert maar files op. Dat wordt dus een gevalletje: hop off, hop on, letterlijk.
De chauffeur geeft ons aanwijzingen. Als hij bij de markt komt, geeft hij een teken. Hij zal een beetje vaart minderen, maar niet te veel en niet te lang. Wij springen er simpelweg uit. Easy said, easy done, lijkt zijn blik te zeggen. We maken de afspraak dat hij ons weer komt ophalen, twee uur later, en dat we volgens dezelfde procedure de taxi weer binnen zullen komen.
En zo gebeurt het: wij springen naar buiten, landen verrassend soepel en maken in ons hoofd nog snel een scan van de man en zijn taxi, opdat wij straks alles goed zullen herkennen.
Het is een sfeervolle markt. De oude hippies zijn niet meer zo talrijk, maar ze zijn er nog wel. Ook hun handelswaar is nog niet veranderd. De muziek die klinkt wel. Grateful Dead en Ravi Shankar zijn vervangen door muziek met beduidend meer beats per minute. Deze iconen van de jaren zestig zijn duidelijk meegegaan met hun tijd. Het is er inderdaad ongelooflijk druk. Van heinde en verre komen handelaren en bezoekers naar de markt. Sieraden, kleden, stenen, kristallen, kleding, wierook, handgemaakte kunstvoorwerpen, eten, ayurvedische dokters, dreadlock makers, piercers, ze zijn er allemaal. Spullen uit Rajasthan, Nepal, Tibet. Het is duidelijk big business.
Een kwartier voor de afgesproken tijd begin ik mijn blik wat zorgelijk op de zeer nabije toekomst te richten. We nemen het scenario zeker drie keer door. Vooral de afstemming over wie waar zal induiken, lijkt ons van cruciaal belang. Tegelijk richting dezelfde plek duiken zou ons wel eens een levenslange Indiahandicap kunnen opleveren. Het taxibusje kan nu elk moment voorbij komen rijden. Als acteurs staan wij gespannen te wachten op het signaal “action”. Stand-ins zijn niet beschikbaar….
Het lukt ons wonderwel. Het busje komt het plein oprijden, wij herkennen hem en tellen af. Drie, twee, één, go! In een flits van een seconde grijpen we naar de al opengeschoven deuren, hebben op goed geluk meteen grip en sprinten enkele passen mee om de snelheid te vergroten, waarna we ons beiden naar binnen slingeren en met een harde plof op de vloer van het busje belanden. De chauffeur geeft geen krimp, maar wel gas.
 
“We made it” roepen we beide opgelucht in koor.
We moeten de triomfantelijke blik hebben van een echtpaar dat zojuist een spelletjesquiz heeft gewonnen: tien minuten rennen, glijden, glibberen, alle vragen juist beantwoorden en dan óók nog raden dat de gloednieuwe auto zich achter deurtje vier bevindt. De chauffeur reageert nog altijd niet.
Iets minder enthousiast zeggen we: “So. We made it!”.
Dan wil hij weten wat wij dan wel gemaakt hebben.
“This car of course” roepen wij.
Het blijft stil. Hij weet misschien niet alles, hij is maar een eenvoudige hard werkende chauffeur, maar wat hij wel weet, is dat deze auto in een fabriek gemaakt is, en absoluut niet door ons.
Lang geleden, dat dan wel weer.
 
Zwijgend slalomt hij verder. Hij weet het nu zeker: het zijn aardige mensen, die Europeanen, hij ziet ze graag komen, maar er zit beslist een steekje aan ze los.
Hij is minimaal de tweede Indiër die dit deze dag gedacht moet hebben.
Onze gedachten zijn op onze beurt bij die gekke Indiërs.
De dag is nog lang niet voorbij.
Het wordt ongetwijfeld weer een mooi dagje India.
 
                                                    


Whatever happens…GET on that train! 
We staan op het perron van het grote spoorwegstation van Margao. Over tien minuten moet de sneltrein uit Mumbai arriveren.
We zijn in Goa en gaan van daaruit een paar dagen naar de aangrenzende deelstaat Karnataka. Als je maar zegt waar je heen wilt of wat je wilt, is het in India niet moeilijk iemand te vinden, die dat voor je kan en zal regelen. Alles kan, als er maar betaald wordt. Een gids/chauffeur was snel gevonden.
Hij leek ons betrouwbaar en zo staan we hier in de vroege ochtend te wachten op de trein naar Udupi, zes uur sporen verderop, in de staat Karnataka.
Ik kijk eens rond. Wat een immens spoorwegstation, terwijl hier maar één spoorlijn loopt, die van het noorden naar het zuiden, van Mumbai naar Kerala. Veel treinen stoppen hier niet. Eigenlijk stopt hier alleen maar de sneltrein van Mumbai naar het zuiden, een paar keer per dag.
Het perron is volkomen leeg. Geen mens te bekennen. Complete rust.
“Whatever happens…..GET on that train” zegt onze gids ineens. Niet begrijpend proberen we de betekenis van deze woorden tot ons te nemen. GET on that train? Daarvoor staan we hier toch? Lang de tijd om deze voor ons cryptische uitspraak te doorgronden hebben we niet. Daar komt de sneltrein al aan en piepend en knarsend komt het gevaarte tot stilstand. Wat er de volgende twee, drie minuten gebeurt is nauwelijks te beschrijven.
 
Je ziet in films wel eens een tornado op een eenzame boerderij in de prairie, ergens in het midden westen van de VS, afkomen. De bewoners denken nog: rennen naar de schuilkelder, maar voordat er een stap is gezet komt alles en iedereen in een spiraal van alles wat ronddraait. Stof, zwart, vliegende voorwerpen, een centrifuge waar niets meer te onderscheiden valt en alles steeds sneller lijkt te gaan draaien.
Daar lijkt het nog het meeste op. Armen, benen, knieën, vuisten, schelden, schreeuwen. We worden overal geraakt en platgewalst. Kinderen worden over ons hoofd heen de trein ingegooid, pakketten worden tegen ons aangesmeten, het lijkt wel of de hele stad op het perron staat en tegelijk de trein in wil.
En dan hebben we het nog niet over wat er allemaal uit wil. Op hetzelfde moment uiteraard. Ik krijg trappen, stompen, duwen, porren. En hoewel ik vreedzaam ben aangelegd, snap ik al gauw dat de enige kans om dit te overleven is om gewoon terug te meppen. Heerlijk anoniem gelegitimeerd meppen.
Met de stroom mee worden we, ondanks de sterke tegenstroom, toch langzaam de trein ingedrukt. Het lukt ons met veel moeite, en met een ongekend hoog adrenalinepeil in onze lijven, om onze gereserveerde zitplaatsen te bereiken. Die zijn natuurlijk bezet. Dit zelf regelen heeft geen zin. Het enige dat in India telt is gezag en dat heeft vaak een snor. Zo ook onze conducteur, die dit inderdaad snel en adequaat regelt.
We zitten! Nog geen minuut later zit iedereen rustig en relaxed op zijn plek. Er zijn zelfs nog plekken over. Waarom die kleine oorlog van zojuist, denk ik. Iedereen heeft een heerlijke plek! Ik loop de trein door om te zien of in de andere wagons misschien toevallig niet mensen zijn opgestapeld, maar nee. Iedereen zit en nog ruim ook. De reis verloopt rustig en na zes uur komen we in Udupi aan.
Karnataka, here we come.
 
Op de laatste avond van dit tourtje kamperen we in de Karnatakaanse wildernis. Tentje, houtvuurtje aan. Onze zeer vriendelijke gids/chauffeur heeft enkele locals uit het naburige dorp geregeld. Zij zullen ter verhoging van de feestvreugde van de gasten uit Europa enkele eeuwenoude liederen ten gehore brengen. Liederen die ongetwijfeld gaan over de moedige en heldhaftige daden van hun voorouders, over verboden liefdes of over het afslaan van een aanval door tijgers.
Het wordt een lange zit. Alle liederen gaan, althans voor onze oren, hetzelfde. We klappen wat onhandig mee, maar we hebben moeite om niet te gaan gapen. Na twee uur houden ze het voor gezien en kunnen we naar onze tent.
Opgelucht ga ik liggen.
Mijn gedachten gaan naar de afgelopen dagen. Tempels hebben we gezien, optochten, feesten, monniken, bergen. We hebben olifanten gewassen in de rivier nabij een slaperig plattelandsdorpje, veel vogels gezien, apen. Ja, zelfs tijgers hebben we gezien.
Moe maar voldaan bedenk ik me dat ik nu wil slapen. O ja, nog één ding. Morgen gaan we weer terug met de trein.
Tevreden draai ik op mijn andere zij. WE KNOW WHAT TO DO!
Drie tellen later ben ik weg.