SPANJE 2018 (Cordoba, Paasfeesten)

 

 

 

Ook in de winter van 2018 zijn wij weer enkele maanden in Spanje geweest. Op deze pagina staan ons bezoek aan Cordoba en de paasfeesten van 2018 centraal. We rijden van onze woonplaats naar San Fulgencio, in de Spaanse provincie Alicante, een afstand van ruim 2200 kilometer. Onderweg stoppen we in de Noord-Franse stad Metz en vervolgens in Avignon (hier hadden wij geen tijd om rond te wandelen en/of eventueel foto’s te maken) en tot slot in het Spaanse Peniscola. 

In San Fulgencio leven we ons leven, zoals de meeste mensen in dit gebied. We maken wel enkele tripjes, zoals  een trip naar het Andalusische Cordoba. Hierna volgt ons verslag.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CORDOBA

Niets wijst er op dat we de heetste stad van Europa naderen. We rijden over de A92N, richting Cordoba. In de zomer wordt het hier onafgebroken minimaal 35 graden, iedere dag. Daarmee is Cordoba de hittehoofdstad van Europa. Vandaag regent het al een tijdje, de wolken worden dikker, grijzer en donkerder. Er komt mist opzetten. We zijn zojuist langs de Tabernaswoestijn gereden. Het regent er bijna nooit, hebben we gelezen, hooguit een dag per jaar, en deze heuse officiële woestijn is ook de enige plaats in Europa waar het nog nooit gevroren heeft. Toch blijft de regen vallen, het zicht wordt zo slecht dat rijden ineens niet leuk meer wordt. Twintig meter klein is de wereld hier, hooguit. De enige dag per jaar met regen is vast vandaag en de thermometer daalt ook al angstwekkend richting de nul graden. Het kwik blijft echter bij vier graden steken. Het unieke record is niet gebroken. Vandaag nog niet. Er ligt sneeuw aan de kant van de weg. Verder zien we niets.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit is Andalusië, waar we groene golvende velden met graan en de verstilde witte dorpjes zouden moeten zien.  Andalusië, waarbij ik denk aan verzengende hitte en verschroeiende augustusdagen, waarop het zelfs voor de wind te heet is om te waaien. Waar helemaal niets beweegt. Maar nu lijkt het hier nog het meest op Swifterbant in de mist op een grauwe kille januaridag.

Het is vandaag 12 februari 2018. Als we Cordoba binnen rijden, ziet het er een stuk beter uit: tien graden en een zwak namiddagzonnetje in een melkwitte lucht. De Guadalquivir glinstert als een zilveren lint aan de horizon. Onze riad bevindt zich wat hogerop, in het noordelijk stadsdeel. Een uitstekende riad overigens, die we kunnen aanraden. Na het inchecken nemen we de stadsbus naar het centrum en we wandelen over de Calle de Cruz Conde, de lange winkelstraat van Cordoba, naar de Plaza de las Tendillas. Hierna begint het echte oude centrum, de stad met de wirwarkriskras straatjes, waar de monumentale witte huizen liggen. De historie druipt hier overal van af. We wandelen door de Joodse wijk naar de Mezquita.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Mezquita voert ons in gedachten terug naar vroegere tijden van glorie. In de 10e eeuw, op het toppunt van zijn macht, bestuurde het kalifaat Cordoba geheel El Andalus (het tegenwoordige zuiden van Spanje). De grootste stad van de wereld telde op dat moment maar liefst 500.000 inwoners. Kort na het jaar 1000 kwam een einde aan de macht  van het kalifaat. In 1236 veroverde de katholieke Spaanse koning Ferdinand III, althans zijn manschappen – zelf zal hij niet zo veel gedaan hebben - de stad op de islamieten. Islamieten, die – als ze  geluk hadden – de stad uit werden verjaagd maar in veel gevallen ook werden vermoord, als ze weigerden zich tot het Christendom te bekeren. De Moren lieten een hele mooie stad na. Cordoba heeft het best bewaarde centrum van alle steden in Europa.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De  Mezquita is één van de belangrijkste redenen om naar deze fraaie stad te komen. Met de bouw van deze enorme moskee werd rond 780 begonnen, kort nadat de Arabieren Cordoba hadden veroverd. In 1523 begonnen de katholieke Spanjaarden met de transformatie van de moskee naar een kathedraal. De verbouwing duurde 234 jaar. Gelukkig waren de katholieke Spanjaarden blijkbaar zo onder de indruk van de moskee, dat de kathedraal IN de moskee werd gebouwd. Midden in de moskee komt het dak van het schip van de kathedraal boven de moskee uit. Anders gezegd, het middelste deel van de moskee is een kathedraal,  en dat maakt dit enorme bouwwerk zo uniek.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gelukkig werden niet alle unieke 1260 Arabische bogen en zuilen uit de moskee verwijderd, maar de architect vond het wel nodig om er 400, die zijn plannen blijkbaar in de weg stonden, te ruimen, wat de toorn van de toenmalige keizer Karel V opriep. Hij zou tegen de architect gezegd hebben, dat wat hij gebouwd had niets bijzonders was, iedereen kon dit, maar dat wat hij vernield had nooit meer gemaakt zou kunnen worden. Althans volgens de overlevering. Niemand die het weet, want eventuele getuigen zwijgen in dit soort gevallen altijd al eeuwen. Maar ik wil graag geloven dat Karel en zijn tijdgenoten stiekem onder de indruk waren van deze bouwkunst, ondanks hun blinde haat tegen alles wat anders geloofde. Maar dat heeft ieder geloof, we kunnen het Karel niet kwalijk nemen. Naast islamitische geloofsuitingen en decoraties vind je in de Mezquita ook typisch katholieke kunst. Een wonderbaarlijke mengelmoes, waar je je blijft verwonderen. Hier ben je vele uren zoet. Wij in ieder geval wel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De stad is in al die eeuwen uitzonderlijk goed in tact gebleven. Er werd niets gesloopt, iets dat je in veel Europese steden wel zag. Eind 19e eeuw gold het credo: weg met die oude troep, de stad moest immers ruimer worden, van haar knellende middeleeuwse proporties worden ontdaan. Niet in Cordoba.  We wandelen door intieme en kronkelende straatjes en komen telkens op kleine pleintjes uit, waar je je in het jaar 1200 waant. Schijnwerpers zijn op de kathedraal en op de oude huizen en paleizen gericht, wat een sfeervolle ambiance schept. De Romeinse brug was lange tijd de enige toegangsweg tot de stad en loopt over de Guadalquivir naar de Mezquita. Ook de brug is mooi verlicht. We lopen langzaam, en intens genietend, terug door het oude centrum naar het nieuwe centrum, en nemen de bus naar onze riad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende ochtend worden we wakker met een stralende zon en een temperatuur van 2 graden. We gaan weer naar het centrum. Met de Mezquita zijn we een tijdje bezig. Gelukkig zijn we als een van de eersten binnen, nog voordat de grote groepen over deze plek uitzwermen. We kunnen dan ook veel in alle rust bekijken en fotograferen. Na een kop koffie op een terrasje in de oude stad besluiten we de hop on hop off bus te nemen. Hoewel dit misschien een toeristisch gebeuren is, zijn wij grote fan van dit fenomeen. We hebben het al in veel steden gedaan. Zeker als de afstanden groot zijn, is dit een goede uitvinding. De reden dat we het in Cordoba doen is, dat we heerlijk ongegeneerd naar BOVEN kunnen kijken, zonder gevaar te lopen ergens tegenop te knallen of overreden te worden. En naar boven moet je in Cordoba zeker kijken. Zoveel rijkdom aan architectuur en versieringen, vooral de hoogte in. We komen uiteindelijk bij de Alcazar de los Reyes Christianos, de 15e eeuwse burcht van de koningen, met fraaie tuinen. De Romeinse brug zien we nogmaals, en de Juderia, de Joodse wijk. We hebben het de hele dag druk met deze parel van een stad, en we eindigen ’s avonds rond etenstijd (half tien) bij een Japans restaurant.

De driehoek Granada – Sevilla – Cordoba is terecht beroemd en geliefd. Sevilla en Granada (die wij in 2016 al bezochten) zijn bijzonder boeiende en mooie steden, maar ze kunnen Cordoba (dat we in februari 2018 met een bezoek vereerden) niet missen. Samen vormen ze een uiterst smakelijk gerecht dat drie heerlijke ingrediënten heeft. Haal je er één van de drie uit, dan wordt het al een heel stuk minder. En heimelijk vinden we Cordoba misschien toch wel de allermooiste van de drie. In ieder geval is de Andalusische driehoek voor ons nu compleet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

PASEN 2018 (SANTA SEMANA)

Tussen Alicante en Murcia ligt de stad Elche, met ongeveer 240.000 inwoners. Een stad waar weinig toeristen komen en dat is ten onrechte.  Ons huis is maar zestien kilometer verwijderd van deze stad. Elche is een zeer groene stad, en dat komt voor een deel door de 300.000 palmen die hier ooit zijn gepland.  Dit geeft de stad een exotische uitstraling. Verder zijn er in de stad mooie parken te vinden. En in Spanje betekent een park ook echt een mooi zorgvuldig met smaak aangelegd en ingericht park. Een plek waar het aangenaam vertoeven is. In het algemene stadspark vind je naast groen en dieren nogal wat kunst.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Elche, stadspark

Op de zondag voor Pasen, Palmpasen (25 maart 2018) staat de palmenstad Elche in het teken van de palmpasenoptocht.  Dit luidt het begin van de Goede Week, de Semana Santa, in.  In Spaanstalige landen wordt er uitbundig vorm gegeven aan Semana Santa. Ook in Spanje, en eigenlijk vooral in Spanje, in Andalusie, Murcia en Com. Valenciana.  Het is in de eerste plaats een vakantieweek. Vele Spanjaarden trekken dan ook vanuit het binnenland naar de kusten, waar het ‘badseizoen’  officieel opent. Het is enorm druk op de weg en er gebeuren nogal wat ongelukken, waarvoor vaak wordt gewaarschuwd. Verder trekken er de hele week processes uit die barok en met veel bombast zijn vormgegeven. De processies waar duizenden, zo niet tienduizenden inwoners aan deelnemen maken met groots vertoon het lijden van Jezus Christus en zijn moeder, Maria, zichtbaar.  Kenmerkend zijn de grote beeldengroepen die op vergulde platformen (paso's) worden rondgedragen. Over het algemeen heeft elke processie een paso met een tafereel uit het lijden van Christus en een paso met een droeve Maria.  Iedere zogenaamde broederschap heeft er wel een en ze houden ook de hele week door processes. Deze processies zijn eigenlijk boeteprocessies. Er lopen steevast boetelingen in mee, die kleding dragen met puntvormige maskers, om de anonimiteit te waarborgen. Deze kostuums zijn later ook door de (overigens sterk anti-katholieke) Amerikaanse Ku Klux Klan gebruikt. Daardoor zouden sommige mensen de indruk kunnen krijgen, dat  de Spaanse boetelingen iets met de KKK te maken hebben. KKK heeft het echter gebruikt, (liever gezegd: misbruikt) ,net zoals de nazi’s dit deden met het oud-Indische symbool dat we nu kennen als het hakenkruis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de eerste dag van de Goede Week is het tijd voor de palmpasenoptochten. Die in Elche is de grootste en dat is verklaarbaar. Elche is de palmenstad bij uitstek en de in de processie meegedragen witte palmtakken worden speciaal voor deze gelegenheid gekweekt. Die zondagmorgen rijden we al vroeg naar Elche. Aangekomen bij het centrum is het een drukte van belang en we kunnen nog maar net onze auto kwijt op de parkeerplaats bij het station Elche Parque, bij de Puente del Ferrocarrill. We wandelen langs (en later door) het gemeentelijke park naar de Basilica de Santa Maria. Daar is echter niets te doen en we lopen weer terug naar de Passeig de l’Estacio, een mooi versierde promenade, waar de stoet net op gang begint te komen. De stoet is vrij lang. Langzaam en still lopen de deelnemers hun tocht, allemaal hebben zee en palmtak in hun hand. Sommige palmtakken zijn fraai bewerkt tot miniatuur kunstwerkjes. Af en toe zit er een muziekorkest tussen, dat over het algemeen droevige muziek speelt. Het gaat er serieus aan toe en duidelijk is dat de Spanjaarden deze traditie niet licht opvatten. Dat geldt des te meer voor de optochten in de rest van de week. Nadat de processie is afgelopen, wandelen wij nog door het centrum en het stadspark. Elche is een aangename en op-en-top Spaanse stad, die wij zeker kunnen aanraden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De vrijdag voor Pasen heet Goede Vrijdag. We hebben gekozen voor de grote processie van Orihuela, eveneens een stad die ongeveer 20 kilometer van ons vandaan ligt. Het is enorm druk, als we de stad binnen rijden. Een parkeerplek kunnen we eigenlijk wel vergeten. Het is in de meeste Spaanse steden, die wij tot nu bezocht hebben, een probleem. Hoge parkeerdruk, smalle straten – dus weinig ruimte – en te kleine parkeergarages. Omdat we maar rond blijven rijden lukt het ons uiteindelijk om onze auto ergens tussen in te wurmen. We lopen naar de binnenstad waar de mensen rijendik staan. Dit is niet alleen voor toeristen (want daar zijn er hier niet zo veel van), maar ook voor de lokalen een belangwekkende gebeurtenis. De boetelingen lopen in verschillende kleuren kledij en kappen: rood, wit, geel. Ze worden begeleid door meegedragen beelden en door sombere muziek. Toch is het niet een en al triestheid. Sommige boetelingen delen snoep uit aan de kinderen die op luidruchtige wijze hun blijdschap hierover tonen. En zo lijkt het meer een totaal sociaal gebeuren, niet alleen voor serieuze gelovigen. Verder willen we de foto’s maar laten spreken. We hebben weer iets meer van Spanje leren kennen. Volgend jaar ongetwijfeld weer meer.