Mexico (Yucatan)   december 2015

 

Wie vandaag de dag in Yucatan komt, zal zich waarschijnlijk  niet verbazen over het moderne, gerieflijke en toeristische karakter van de kuststreken. Maar toch is het hier wel eens anders geweest. Lange tijd was dit schiereiland moeilijk te bereiken vanuit de rest van Mexico en was het in sociaal en economisch opzicht een achtergesteld en arm gebied. Yucatan was en is het woongebied van de Maya’s en die werden niet goed behandeld. Niet door de Spanjaarden, die hier vanaf 1520 de baas speelden, en niet door de Mexicanen zelf sinds de onafhankelijkheid van Mexico in 1821. De Maya-indianen zijn nog steeds niet echt rijk en hebben ook nog steeds weinig rechten, maar het gaat wel beter. En met Yucatan zelf gaat het al helemaal goed sinds besloten werd het toerisme hier in te voeren. Voor dit toeristische succes waren (en zijn) alle ingredienten al aanwezig: een warm en meestal vrij zonnig klimaat (hoewel regen hier zeker niet ongewoon is en zelfs normaal), schitterende lange zandstranden, mooie duik- en snorkelplekken en cultuur (jawel, de oude en deels verwoeste Mayasteden). Door een computer werd rond 1970 berekend dat de beste plek om een nieuwe toeristische trekpleister te creeren het gebied rond het kleine vissersdorpje Cancun was. Daar woonden toen een paar honderd arme vissers. Tegenwoordig wonen er in Cancun bijna 1 miljoen mensen. Ruim 40 jaar later is de hele kuststrook tussen Cancun en Tulum (150 kilometer naar het zuiden) ontwikkeld als toeristisch gebied en ik moet de eilanden Holbox, Isla Mujeres en Cozumel ook meerekenen. En het moet gezegd: het is er prachtig. De stranden, lagunes, de warmte, het comfort en niet onbelangrijk: ook de oude Mayasteden. Die werden deels weer opgelapt om de toeristen naast al het moois dat er al was nog iets extra’s te bieden. Het werkt. Yucatan is een boeiend landsdeel geworden voor de bezoeker. Verschillend van de rest van Mexico en eigenlijk hoort het qua karakter en bevolking nog altijd meer bij Guatemala of Belize.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Yucatan zelf is een kalksteenplateau. Onder het landsdeel bevindt zich dus water, water dat op veel plaatsen aan de oppervlakte komt door gaten in de aarde. De onderaardse ruimten die hier gevormd zijn, eigenlijk moet ik zeggen de onderaardse rivierkloven, zijn gevuld met water en worden cenotes genoemd. Er zijn er een paar duizend van. Ook de cenotes hebben grote aantrekkingskracht op de toeristen. Het landschap zelf is niet echt spectaculair. Omdat hier regelmatig grote orkanen langstrekken zijn er geen hoge bomen. De begroeiing bestaat uit lage struiken en lage bomen. Op sommige plekken, vooral in het zuidwesten, is de begroeiing zo weelderig dat je wel van jungles kunt spreken. Verder zijn er aan de kust mangroves en lagunes. Voeg daarbij de vriendelijkheid van de Maya’s (en de andere locals) en de typisch Mexicaanse koloniale steden en dorpen, en je hebt een prachtbestemming!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is verbazingwekkend hoe snel Cancun uit de grond is gestampt. Als we van het vliegveld naar ons hotel in de Hotelzone rijden, vallen de prachtige brede en mooi ‘ aangeklede’, verzorgde boulevards ons al op. Grote hotels met gelukkig veel tussenruimte. Men heeft hier geen ruimtetekort zo blijkt al gauw. Alles is zeer ruim opgezet. Dat maakt Cancun ook tot een erg uitgstrekte stad. Een auto is hier onmisbaar, zoals we gauw zullen ontdekken. De hotelzone zelf is al 25 kilometer lang. Het ligt op het voormalige eiland Cancun, een langgerekt en smal eiland. Aan twee kanten is het eiland verbonden met het vasteland, zodat er nu aan de ene kant de zee is en aan de ‘binnenkant’ een uitgestrekte lagune. Dat maakt dat je in Cancun niet het gevoel hebt louter door een betonwoestijn te lopen. Er is genoeg water en groen om je heen.

Toch is Cancun niet zo geliefd bij de Nederlanders. Het is gemaakt voor de Amerikanen en dat zie en merk je ook meteen. Groot, uitgebreid en luxe. Beetje schreeuwerig en protserig. Een kopie van Miami. De Nederlanders die naar Yucatan komen zitten overwegend in Playa del Carmen, 75 kilometer zuidelijker. Deze stad heeft een meer Mediterraan karakter, en daar vallen wij Hollanders nu eenmaal meer voor. Toch vinden wij het niet onaangenaam in Cancun, in tegendeel. We voelen ons snel thuis en ook met de auto is het hier gemakkelijk rijden en zijn de diverse plaatsen van de stad, waar we heen willen, goed bereikbaar.

 

 

Onze eerste dag verloopt niet zo geweldig. Dat is vrij nieuw voor ons, want op onze meeste reizen loopt alles gelukkig op rolletjes. We zijn niet 100% topfit, we voelen ons ziek die dag en de vlucht is lang (door een tussenstop op Cuba zijn we 16 uur onderweg). Als bij aankomst in ons hotel, ‘s nachts om half twee, blijkt dat we Lione’s camera missen (in het taxibusje laten liggen) is onze stemming tot een dieptepunt gedaald. Gelukkig wordt de camera ‘gevonden’, zo blijkt de volgende dag, maar het zal nog enkele dagen duren voordat de camera bij ons in Cancun afgeleverd kan worden. Volgens ons programma zitten we dan heel ergens anders, maar ja, je wilt je camera natuurlijk wel terug krijgen. Dat betekent dat we ons programma aardig moeten omgooien. Toch hebben we het meeste van wat we ons hadden voorgenomen gedaan en gezien. Slechts enkele dingen (Coba, Isla Mujeres, Isla Holbox) hebben we vanwege tijdgebrek moeten laten schieten. (Tip van ons: ga zeker twee weken of nog iets langer naar Yucatan, er is zo veel leuks te doen en te zien!!).

De volgende ochtend laten we ons naar het adres van de autoverhuurder brengen. Het pand ligt in een gewone achterafbuurt en stelt niet zo veel voor, maar we worden keurig geholpen en de auto heeft het prima gedaan. We rijden Cancun in om een indruk van de stad te krijgen. Als we weer in de Hotelzone komen, doen we eerst wat boodschappen bij een goed voorziene supermarkt, en rijden dan naar Playa Delphines, een van de mooiere stranden, tien kilometer zuidelijk van ons hotel.

 

 

 

 Mexico kent – zo valt ons hier op- buiten de bekende Mayasites Uxmal, Palenque en Chichen Itza nog tientallen plekken waar Mayaruines zijn te vinden. Sommige van die plekken verrassen echt. Zoals El Rey, in de stad Cancun nota bene. El Rey, ligt tegenover het Playa Delphines. We parkeren bij het strand tegen een geringe vergoeding, te betalen aan de 'oppasser', een oud mannetje dat hier rondloopt en de boel een beetje in de gaten houdt. Aan de overkant van de straat leidt een klein paadje – je moet het zien – naar El Rey. Het is een opvallend mooie site waar je in alle stilte alles kunt bewonderen, want hier zijn bijna geen mensen. Senor Carlos is er wel en wil graag een rondleiding geven, hij kent deze site al 30 jaar, maar hij vraagt een belachelijk hoge prijs. Wij vinden hem veel te duur, zeggen wij. Dan lopen wij liever zelf. " Maar dan zie je alleen maar stenen" roept senor Carlos verschrikt uit. Hij staat nog met zijn hoofd te schudden als ik een minuut later omkijk. Zo veel domheid van die toeristen, hij kan er niet over uit.

We lopen hier een tijdje rond over het zompige terrein, blijkbaar heeft het nog niet zo lang geleden goed geregend. Het is een mooie plek en we kunnen hem absoluut aanraden. Een andere leuke plek in Cancun is het winkelcentrum La Isla, dat weer iets ten noorden van El Rey ligt. Het is een smaakvol groot winkelcentrum met een luxe uitstraling waar de verwende toerist alles zal vinden. We zijn hier op een avond eens gaan wandelen en hebben genoten van een waanzinnige mooie zonsondergang boven de lagune. Daarna zijn we het aquarium binnen gelopen, en hebben een dolfijnenshow bijgewoond. We zijn niet zo heel erg van het uitbuiten van dieren ten behoeve van menselijk vermaak en geldelijk gewin, maar ach, de dolfijnen hebben het – hoewel ze niet gevraagd hebben om hun gevangenschap – niet slecht en het gebeurt overal ter wereld. Ook ‘zwemmen met dolfijnen’  is hier populair. Ondanks onze bedenkingen zijn we ook niet al te streng in onze opvattingen en genieten we ‘stiekum’ wel een beetje van de show. Minder geslaagd vonden we het gerenommeerde visrestaurant Lorenzillo’s, ook al aan de Boulevard Kukulcan (KM 10,5). We worden met alle egards ontvangen (valet parking! Dat hadden we nog nooit meegemaakt), dure inrichting, chique bediening, maar uiteindelijk overtuigde wat op ons bord lag niet echt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende dag besteden we aan Xel Ha. Xel Ha is moeilijk te omschrijven. Zelf noemen ze zich een ‘water themapark’, een ‘ecologisch park’. Het draait inderdaad om water, om zwemmen en snorkelen. Bij de aanleg van dit vrij uitgestrekte park is zo veel mogelijk van het bestaande mangrovelandschap in tact gelaten. Overal in het park zie je dus veel van de oorspronkelijke natuur. Je snorkelt in de lagune met tropische vissen, zwemt zelfs met roggen, er is een cenote, je fietst of wandelt over ‘junglepaden’ , je drijft op een rubberen band over de ‘lazy river’  naar de lagune, je wandelt over het onbedorven strand. Een soort Efteling, maar dan alles met veel tropische natuur om je heen en minder lawaaierige attracties. We hebben ons hier een dag prima vermaakt. Een park om eens lekker te ontspannen. Het moet gezegd: het is wel ontzettend heet, klam en plakkerig. Maar dat is het tropische vochtige klimaat van Yucatan. Omdat we terugrijden naar Cancun toch te ver vinden (135 kilometer) en we de volgende ochtend in Tulum willen zijn (30 kilometer), overnachten we vlakbij in Akumal. Het hotel ‘Las villas Akumal’ is een rustig boutique hotel, pal aan het bijna verlaten zandstrand. Voor de schildpadden die eieren leggen op dit strand zijn we nu niet in de goede tijd (juni).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende ochtend rijden we al vroeg naar Tulum. Tulum is van oorsprong een relaxed backpackersplaatsje. Dat is het nog wel, maar het breidt zich zeer snel uit en de commercie krijgt duidelijk vat op dit ooit zo rustige dorpje. Langs de hoofdkustweg liggen de winkeltjes, restaurantjes en pensionnetjes. Helemaal aan het begin linksaf slaan brengt ons naar de archeologische Mayasite Tulum. Deze is in zoverre uniek dat het de enige Mayasite is die aan zee ligt. Vanaf zee kun je de oude gebouwen dan ook mooi zien liggen. Het is veel en veel groter dan ik had verwacht. Er is een officiële entree gemaakt, met veel toeristische winkels. Vervolgens wandel je een behoorlijk stuk door een groot mooi aangelegd park, dat het Efteling-gevoel al vergroot (mede omdat er ook een treintje rijdt). Ben je eenmaal bij de hoofdingang van de site, dan overvalt de grootte je meteen. Er zijn ook onnoemelijk veel toeristen, omdat Tulum wordt aangeboden als dagtripje vanuit Cancun en Playa del Carmen.  Als je hier allemaal een beetje ‘doorheen kijkt’  blijft er een indrukwekkende verzameling Mayagebouwen over.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We lopen een tijd over het terrein, dan naar beneden, langs het smalle zandstrand met de mooi turqouise gekleurde zee, en weer terug naar de site. ’s Middags rijden we in eerste instantie de doorgaande kustweg verder af, richting Muyil. In het kleine plaatsje Muyil zijn ook enkele Mayaruines en verder is het er doodstil. Er loopt een man rond die boottochtjes door het vlakbijgelegen NP Sian Kaan aanbiedt. We hebben er wel trek in, door de mangroven varen maar het spotten van wild is natuurlijk nooit zeker. Bovendien vraagt de man een astronomisch bedrag voor anderhalf uur varen en we bedanken beleefd. We rijden weer terug naar Tulum, waar we de 15 richting het zuiden (Boca Paila en Punta Allen) nemen. We hebben nog even voordat we terug moeten naar Cancun, omdat ’s avonds rijden niet echt een aan te raden optie is. Hier liggen kleine idyllische strandjes. Laat je niet weerhouden door de ‘ Clubs’, die suggereren dat het iets beslotens is of dat je betalende gast moet zijn. Niets is minder waar. Deze fraaie strandjes met loungeplekken, barretjes, zand en de turquoise zee zijn helemaal gratis. Dit is een mooi, bijna intiem, deel van Tulum. We genieten, loungen en relaxen de rest van de middag in deze tropische ambiance.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele dagen later vertrekken we voor een rondje naar Chichen Itza en omgeving. Chichen Itza was een van de grootste Mayasteden en ligt iets ten westen van Valladolid. Het is volledig omringd door bos (jungle), wat verklaart dat het nogal lang duurde voordat de stad werd ontdekt en ontsloten. Chichen Itza is de beroemdste bezienswaardigheid van Mexico en misschien wel van de wereld, samen met zes andere plekken: sinds 7 juli 2007 (7-7-7!) is het namelijk een van de nieuwe zeven wereldwonderen. Het is een aardige rit vanuit Cancun, dus we vertrekken op tijd. We rijden aan de westkant de stad uit, waar we zien dat ook gloednieuwe steden al hun slums hebben. Kennelijk is er niet veel voor nodig om in welke stad dan ook achterbuurten te laten ontstaan, ook al zijn die steden nog nieuw. Hier zien we grauwe flats, zwerfvuil, armoedige gezichten van de mensen en zwerfhonden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dan rijden we door het ‘grote niets’. We besluiten de tolweg te nemen, duur is deze niet, om snel te kunnen opschieten. Een van de redenen waarom het rijden in Mexico een hachelijke onderneming kan zijn, zijn namelijk de topa’s. Het zijn formeel verkeersdrempels, maar de uitvoering is vaak ronduit belachelijk: grote stalen pinnen, decimeters hoge stukken beton doemen vaak zonder voorafgaande waarschuwing ineens op. Je moet zelf dus alert en snel kunnen reageren en je remmen moeten uitstekend zijn. Om de topas te vermijden, want ze houden de boel behoorlijk op, nemen we dus de tolweg. Saai is nog een kleurrijke beschrijving van deze weg. Een lange lint beton, aan weerszijden struiken en lage bomen en verder niets. Geen auto, af en toe een fietser (!).

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar na bijna 200 kilometer bereiken we de stad Valladolid. Een kleine maar aardige stad. We rijden naar het centrum, waar we snel een achteraf gelegen parkeerterreintje vinden en wandelen naar het grote plein, de Plaza Central. In een mooi oud koloniaal pand nemen we de lunch. Daarna bezoeken we de San Servacio kathedraal en wandelen door de stad. Even buiten Valladolid, bij het gehucht Dzitnup, liggen de twee cenotes Samula en Xquequen. We bezoeken de laatste. Het is bloedheet als we de trappen naar beneden afdalen, maar in de grot is het iets koeler. Het maakt indruk, je kunt er zwemmen, in een soort onderaardse rivierkloof, onder het gewelf van kalksteen waar door een opening het zonlicht naar binnen valt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Halverwege de middag bereiken we ons prachtige hotel Mayaland. We hebben hier een schitterend huisje. Het hotel is erg duur (ruim 300 dollar per nacht), maar wij hebben het bij toeval voor een schappelijke prijs kunnen krijgen. Dit is het eerste hotel dat (in 1923) werd gebouwd bij Chichen Itza. Het is moeilijk te beschrijven, maar het is onmiskenbaar een van de mooiste hotels waar we ooit gelogeerd hebben. Het ligt op het terrein van Chichen Itza, in een bos-/parkachtige setting. Het is er erg rustig en vredig. Vanaf het terrein van het hotel kun je door een kleine zijdeur, die alleen door gasten gebruikt kan worden, het grote terrein van Chichen Itza op. Handig om te weten, voor morgenochtend. Vanavond moeten we wel door de officiële hoofdingang naar binnen, en dat betekent helemaal om Chichen Itza heen, niet te lopen, dus nemen we in het pikkedonker toch maar de auto. Nog lastig te vinden, maar uiteindelijk belanden we op het grote parkeerterrein voor Chichen Itza.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We gaan naar binnen en zoeken een plaats voor de voorstelling van vanavond: de geluids- en lichtshow, die het verhaal van Chichen Itza gaan vertellen. We zitten vooraan op de eerste rij en hebben dus prachtig zicht op de lichtshow, die de meest prachtige beelden, vormen en kleuren op de piramide van Kukulcan tovert. Het verhaal wordt verteld en geheel wordt ondersteund door mooie muziek. Het is indrukwekkend, ik kan niet anders zeggen. Er zijn sound- en lightshows die je gerust kitsch kunt noemen (die bij de Egyptische piramides bij voorbeeld, daar viel ik bijna in slaap), maar dit is van grote klasse. We zijn dan ook opgetogen en heel tevreden na afloop. Normaal gesproken mis je dit, omdat de meeste bezoekers en toertjes vroeg in de middag al weer vertrekken richting Cancun. De volgende ochtend gaan we precies om acht uur, de openingstijd, door het zijdeurtje het terrein op. Ik ben wat opgewonden, want hierop heb ik me echt verheugd. En het stelt niet teleur. Na een korte wandeling krijg ik de piramide van Kukulcan in het oog, de beroemde piramide, het icoon van Midden-Amerika. Het is nog rustig, zodat weinig toeristen ons in de weg lopen en we kunnen overal mooie foto’s schieten. Na een ochtend Chichen Itza rijden we, uitermate tevreden, door naar Izumal, zestig kilometer van Chichen Itza.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen de Spanjaarden rond 1550 - na 30 jaar - heel Yucatan onder de duim hadden, moest de Spaanse christelijke cultuur ook zo snel mogelijk ingevoerd voeren, vonden de Spanjaarden, want al dat onbegrijpelijke Maya-gedoe vonden zij maar niets, het was heidens. Niet dat ze ook maar iets van deMaya's, hun cultuur en hun taal begrepen, maar het moest wel ' het werk van de duivel zijn'. Zij schuwden daarbij zeer harde maatregelen niet, van halfzacht gedoe hielden de Spanjaarden van toen niet zo. Zij braken het belangrijkste Maya religieuze centrum en pelgrimsoord (op de plaats waar nu het centrum van de stad Izumal is) af, en bouwden er boven op het klooster van de H. Antonius van Padua, dat lange tijd het bolwerk was van de christelijke (Spaanse) macht in Yucatan. Het werd het centrum van politieke en religieuze activiteit in Yucatan. Het reusachtig grote klooster moest de Maya's alle moed in de schoenen doen zinken. Er was er hier maar een de baas!!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het klooster imponeert vandaag de dag. Een galerij met bogen loopt in het vierkant om een enorm veld heen, de grootste binnenplaats van de wereld, op die van de St. Pieter in Rome na. Alles is geel geschilderd, zoals diverse andere huizen in de binnenstad. Izumal wordt wel de gele stad genoemd, maar dat is overdreven. Enkele straten in het centrum hebben gele huizen. Het is wel een gezellig centrum, waar een typisch Mexicaanse sfeer heerst. Gemoedelijk en levendig tegelijk. We voelen ons hier wel thuis. Dan moeten we weer op weg, terug naar Cancun, zo’n 300 kilometer.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende dag doen we niet zo veel meer. Het plan is om de veerboot naar Isla Mujeres te nemen. De boot vertrekt vanaf de pier bij Playa Tortuga, een stadsstrand voor de locals. We gaan er een kijkje nemen, het is een leuke omgeving, echt voor de locals. De volgende dag zien we echter van het plan af. We besluiten lekker onze rust te nemen aan het zwembad (dat hadden we nog niet gedaan!), voordat we ’s avonds terug vliegen naar Nederland. Een paar dingen gemist, en ook een paar onverwachte mooie dingen er voor terug gekregen. Deze streek krijgt van ons de kwalificatie ‘ een bijzonder prettig gebied, met mooie natuur en cultuur, relaxed en aangenaam’. Een plek waar je graag nog eens terug komt.