De wereld op de foto

                         Reizen van Lione en Rene Kolsteren

                                       

                                       

 

 

                                    

                                                                                                                                                                          
Voor foto's van deze reis: renelione.magix.net                                                                                                                                                             

Inleiding
Amerika als mogelijke volgende reisbestemming. Het was altijd wel in onze gedachten aanwezig, maar het zat ver weg. Anders gezegd, het stond wel op ons lijstje maar zeker niet bovenaan. Waarom weten we eigenlijk niet. Te ‘gewoon’ misschien? Niet exotisch genoeg, niet zo spannend als Aziatische of Afrikaanse landen? Gevoed door de dagelijkse beelden uit Hollywood, van de film, TV en de overige media hadden wij waarschijnlijk last van vooroordelen. En de beste manier om te ontdekken dat vooroordelen vaak volkomen onterecht zijn, is om gewoon zelf te gaan. In dit geval ging het zoals het vaak bij ons gaat: ineens is een bestemming ‘ hot’, we ontdekken het, gaan ons er in verdiepen en besluiten dan dat dit het moet gaan worden voor onze volgende reis. In het geval Amerika kunnen we achteraf constateren dat het land toch wel anders is dan we dachten: leuker en mooier vooral. Zeker het zuidwesten dat wij hebben bezocht. We hebben ons oordeel over de USA fors moeten bijstellen, in positieve zin!
Het zuidwesten van de Verenigde Staten is zonder twijfel het spectaculairste deel van het land. De combinatie van overweldigende natuurwonderen (rotsformaties van rood zandsteen, canyons, woestijngebieden, berglandschappen) in Californie, Nevada, Utah en Arizona (samen 28 keer zo groot als Nederland) en de wereldsteden San Francisco, San Diego, Los Angeles, Las Vegas, Phoenix en Salt Lake City maakte onze reis naar dit gebied tot een bijzonder aantrekkelijk avontuur met louter hoogtepunten. Big City versus Big Nature, het moderne leven versus oeroude onaangetaste natuur. Het gaat hier hand in hand samen en het loopt naadloos in elkaar over: moeder Natuur heeft hier haar best gedaan en de bruisende miljoenensteden zijn nooit ver weg. Maar laten we beginnen bij het begin.

                              
 
 
 
 
 
 
 
 
 
San Francisco
Alleen al de daling met het vliegtuig is een goede reden om naar San Francisco te gaan. Zeker als je, zoals wij, op Oakland vliegen. Met een wijde boog komt ons vliegtuig over de Baai van San Francisco aanvliegen. We hebben een schitterend zicht op the Bay, zoals ze het hier noemen: de kustlijn van West-Californie wordt onderbroken door een gat van ruim een kilometer: de Golden Gate, de ingang naar de baai die vervolgens bijna 100 km diep het land in snijdt. Het gat wordt overbrugd door de Golden Gate Brug die goed te zien is, links naar het zuiden strekt de binnenstad van San Francisco zich uit. Naar het oosten toe overspant een andere kolossale brug, de Oakland Bay Bridge, de baai en verbindt deze brug San Francisco met Oakland. Kortom, San Francisco, onze eerste bestemming is bijzonder fraai gelegen. Dat wordt even later nog eens bevestigd als we vanuit Oakland de Bay Bridge over rijden. Er is al sprake van enige filevorming en langzaam rijden we naar het einde van de brug. Daar hebben we een majestueus zicht op downtown San Francisco dat ineens voor ons op doemt. De wolkenkrabbers van het Financial District, daarnaast de heuvels waarop de oudere wijken zijn gebouwd en voor ons de kustlijn. Een brede mooi aangelegde laan, de twee kilometer lange Embarcadero, scheidt de stad van de oceaan. Even later rijden we over de Embarcadero de stad binnen. We hadden gelezen dat dit opgeknapte havengebied wel publiek trok, maar dat het zo druk zou zijn hadden we niet verwacht. Je kunt bijna over de hoofden heen lopen. Duizenden mensen flaneren hier over de Embarcadero, langs de vele pieren. Dat schijnt iedere dag zo te zijn, ook in de winter. 

  
                            
Dit gebied, de Fishermans Warf, en dan vooral de pieren 39 tot en met 45, is een levendige buurt met een drukke (vissers)haven en het is een van de drukste en meest bezochte attracties van San Francisco. Veel (vis) restaurants, winkels, (wandel) pieren, kermisattracties, een aquarium, straatartiesten etc. Van hieruit vertrekken ook de rondvaartboten en de boot naar het voormalige gevangeniseiland Alcatraz. Van alle pieren is pier 39 het bekendst, mede omdat hier een grote groep zeeleeuwen bivakkeert.  We wandelen over de Embarcadero en zien natuurlijk de zeeleeuwen op pier 39, die luidruchtig kenbaar maken dat zij hier aanwezig zijn! We wandelen een stuk terug, naar het begin, pier 1, om een goed zicht te hebben op de imposante Bay Bridge, waar we op deze plek bijna onder staan. We gaan weer terug richting pier 39 en zien dan dat hier de America’s Open wordt gehouden, een beroemde zeilwedstrijd in de baai van San Francisco. Overal hebben mensen zich geinstalleerd; op een groot scherm zijn de verrichtingen van de zeilboten te volgen. Het is gezellig druk op deze zondagmiddag. Net geland en eigenlijk al meteen een beetje thuis. Toegegeven: dit is, zoals ook andere attracties in deze stad, nogal toeristisch, maar we vinden het toch erg gezellig om hier een middag rond te slenteren en rond te kijken. Als we ons omdraaien, richting de stad, valt de indrukwekkende skyline van de stad ons op: Financial District en de heuvels Russian Hill, Telegraph Hill, Nob Hill met de oudere wijken, waar de huizen in verschillende stijlen gebouwd zijn. De chowder (romige vissoep) is echt verrukkelijk! Tegen de avond gaan we naar ons hotel in de zuidelijke voorstad Burlingame, 25 km verderop.
Even een misverstand de wereld uit helpen: Californie heeft langs de hele kust goudgele stranden met palmen, de zon schijnt altijd en het is het hele jaar door lekker warm. Wie dit beeld van Californie heeft gecreeerd weten we niet, maar het is waarschijnlijk ontstaan vanuit de gedachte dat Californie een soort ‘beloofd land’ is, rijker dan de rest van Amerika en waar het leven altijd fantastisch is. Voor een deel klopt het wel: Californie is vaak zonnig en het is economisch ook een van de sterkst ontwikkelde staten. Stranden heeft het echter niet. De kustlijn is een rotsachtig gebied; de stranden die er zijn (voornamelijk in en rond Los Angeles), zijn allemaal aangelegd. Kunstmatige stranden dus. En zonnig is het er ook zeker niet altijd. In de zomer kampt de hele kust met het fenomeen June gloom, Juni mist. De mist hangt er echter niet alleen in juni, maar dit kan tot oktober duren. Het heeft te maken met de hitte boven het vasteland en de koude oceaan. Die heeft een temperatuur van 12 graden, waardoor je overigens vrijwel niemand in zee ziet. Dit grote temperatuurverschil trekt de koude zeelucht het land op, zeker in de middag en avond. De Golden Gate trekt dus voortdurend mist aan, waardoor juist die mooie brug vaak in de mist is gehuld. Dat geldt soms ook voor grote delen van de stad.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Op onze tweede dag in de stad rijden we eerst naar Civic Center, het stadsdeel waar de officiele gebouwen staan, stadhuis, concertzaal , theater. Grote monumentale gebouwen; de koepel van het in 1915 gebouwde stadhuis lijkt op die van de St Pieter in Rome. Het kan ons niet bijzonder boeien en snel gaan we door naar een onverwachte verrassing.
                           
                                                                  

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Even buiten het centrum, op 1111 Gough Street, iets ten noorden van Fillmore District, staat St. Mary’s Cathedral. Aan de buitenkant zie je nog niet zo dat dit een bijzondere kathedraal is. Eenmaal binnen worden we aangenaam verrast en een beetje overdonderd door wat we dan zien. De kerk is superstrak en modern qua vormgeving en kleur. De kathedraal is in 1967 gebouwd en is ontworpen door de Italianen Pier Luigi Nervi en Pietro Belluschi. Je mag dit op architectuurgebied rustig een van de hoogtepunten van de stad noemen. Uit iedere hoek gaat de kerk als het ware in strakke lijnen omhoog naar de top op 58 meter hoogte, waar de lijnen samenvloeien tot een kruis. Ademloos lopen we hier rond en genieten van dit meesterwerkje. We hadden hierover in onze voorbereiding niets gelezen en ook in ons reisgidsje komen we hierover niets tegen. Voor ons is het een echte ontdekking in deze stad.
De wijken in en rond het centrum zijn veelal wat oudere wijken met verschillende bouwstijlen. In de wijk Alamo Square zien we de Victoriaanse huizen, waaronder de beroemde Painted Ladies. Ashbury Heights is de voormalige hippiewijk, de wijk waar het in de zestiger jaren allemaal gebeurde. Twin Peaks zijn twee opvallende heuvels van ongeveer 280 meter, ten zuiden van het centrum. Boven hebben we een schitterend uitzicht over het centrum van de stad en wijde omgeving.
                                                          
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
En dan komen we bij de Golden Gate Bridge, misschien wel het icoon van deze stad. De Golden Gate Bridge verbindt het centrum van San Francisco met het noorden. De brug, die gereed kwam in mei 1937, is een staaltje van technisch vernuft. De brug is 2,7 km lang, waarvan 1280 meter tussen de twee pijlers. De pijlers zelf zijn 237 m hoog! De brug mag je gerust kolossaal noemen. Hij ligt 67 meter boven het water. De rijbaan hangt aan 2 stalen kabels van 2,3 km lang. De brug is 's zomers meestal gehuld in de zeemist die San Francisco vaak intrekt. Dat is ook helaas vandaag het geval, maar soms komen de pijlers voor een deel uit de mist. We lopen de brug op om te ervaren hoe het is om over de brug te wandelen. Afgezien van het feit dat het bijzonder druk is, auto’s razen voorbij en fietsers en voetgangers delen het smalle pad aan de rand van de brug, is dit toch wel een bijzonder leuke ervaring: bijna 70 meter onder je ligt de Stille Oceaan, in de verte – aan onze rechterhand – zien we downtown San Francisco. De pijlers komen maar niet dichterbij, wat aangeeft dat de brug bijzonder lang is, en dat je je verkijkt op deze lengte. Hoogtevrees moet je hier niet hebben.

  
                                                                 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Over de Van Ness Avenue, een beetje een statige avenue, rijden we naar het centrum. Hallidie Plaza, Powell Street en vooral Union Square (een klein intiem terrasvormig pleintje) mag je gerust het kloppende hart van de stad noemen. Het is hier levendig, er zijn veel warenhuizen, restaurants, winkels, hotels en ook veel mensen. We duiken een groot restaurant in om even snel een broodje te scoren, maar dat is misvatting twee van deze dag. “ Even snel iets bestellen in de horeca” is er in Amerika niet bij. Je wordt vaak niet bediend aan een tafeltje, maar wordt geacht het op te halen bij de counter. En daar staan meestal lange rijen. Als je die rij hebt overleefd, kun je je bestelling opgeven, maar vervolgens kom je weer onderaan de lijst van af te leveren bestellingen. Weer 20 namen, en dan volgt eindelijk jouw naam. In de meeste restaurants en cafe’s werken dan ook een relatief groot aantal mensen, wat verklaart dat veel mensen in Amerika in de horeca hun werk vinden. Thuis iets maken is er niet bij, er wordt – zeker in de grote steden - op grote schaal buiten de deur besteld en gegeten. Het voedsel is hier veel, groot en rijkelijk. Er valt niet aan te ontkomen. Het enige wat je kunt doen om hier niet al te veel aan te komen, is gewoon af en toe de maaltijd overslaan en wat crackers of eten uit de supermarkt nuttigen. Vanaf Hallidie Square nemen we het toeristentrammetje naar beneden, naar Fisherman’s Warf. We doen het toch maar, ondanks dat we een uur in de rij moeten wachten. Het ritje is aardig, het is vooral leuk om steil naar beneden te suizen over Hyde Street. Bij Lombard Street stappen we uit.
 
                                                      
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Lombard Street is bekend vanwege een klein stuk aan de top van Russian Hill, tussen Hyde Street en Leavenworth Street. Hier is de heuvel zo steil (27°) dat het te gevaarlijk zou zijn voor de meeste auto’s om er recht op te rijden. Tussen 1922 en 1923 heeft men dit stuk van Lombard Street dan ook omgevormd tot een serie van acht haarspeldbochten. Auto’s kunnen enkel in oostelijke richting naar beneden rijden. Het zicht van de auto’s die zich met moeite langs de kronkelende straat een weg naar beneden banen is een toeristische attractie geworden. In de meeste straten van San Francisco geldt overigens de verplichting om met je wielen schuin te parkeren, om te voorkomen dat geparkeerde auto’s spontaan de heuvels afglijden. Beneden aangekomen wandelen we een paar blokken totdat we weer op Fisherman’s Warf aankomen. We maken een boottocht door de baai. Langs Alcatraz dat nu eens niet in de mist ligt tot aan de Golden Gate Brug. Leuk om de brug nu ook eens van onderen te zien. Het blijft indrukwekkend. Met de taxi rijden we terug naar Hallidie Plaza, waar een BART station is. BART (Bay Area Rapid Transit) is de metro. Het is spits, veel kantoormensen gaan naar huis, naar de zuidelijke voorsteden. Maar de metro rijdt keurig op tijd en binnen een half uur zijn wij in ons hotel in Burlingame.
 
                             
                   
 
San Francisco, een droom voor Rene komt uit. Van jongs af aan heeft hij deze stad altijd al willen bezoeken.
We moeten na twee dagen helaas al weer verder. San Francisco, een hippe aangename vriendelijke en veelzijdige stad, de meest Europese stad van de VS. Voorlopig zet ik hem op de lijst 'mooiste stad ter wereld' maar op nr. 1. Eens kijken hoe lang Frisco dat volhoudt.
17 mile drive
 
We rijden de volgende dag naar het zuiden: San Jose, Santa Cruz. Eerst is het nog behoorlijk heuvelachtig, maar na Watsonville wordt het landschap vlak. Een grijze mist komt op en het ziet er buiten somber en een beetje triest uit. Op het land (dit is een landbouwgebied) werken Mexicaanse arbeiders. Vervolgens komen we in het gebied dat 17 mile drive wordt genoemd. 17 mile drive is een panoramische rondweg over het schiereiland van Monterey, langs de kust, met veel fraaie vergezichten. Overal zie je picknicktafels en wandelpaden. Op de rotsachtige stranden liggen hier en daar zeeleeuwen en bijna aan het einde van de ‘drive’ ligt de Lone Cypress, een rots met daarop een eenzame cypressenboom. Amerikanen hebben de gave om overal wel iets bijzonders van te maken (in dit geval is dat ook wel bijzonder) en inmiddels is de Lone Cypress een bekende attractie en een beroemd (beschermd!) beeld geworden. Zij staat er al 250 jaar zo en door de boom met kabels vast te zetten en er een beschermend muurtje omheen te bouwen hopen de Amerikanen er nog zeker 50 jaar aan toe te voegen. De huizen hier zijn, het moge duidelijk zijn, niet bepaald goedkoop en overal liggen golfbanen. Een chique, maar mooi stukje Californie, dit woeste kustlandschap. Vlakbij liggen de steden Monterey en Carmel.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  
Monterey is een van de oudste steden van Californie. In de twinger en dertiger jaren van de vorige eeuw ontstond hier een bloeiende vis-industrie. Van over de hele wereld kwamen mensen hier werken in The Cannery, waar sardientjes werden ingeblikt. In de vijftiger jaren bleek er geen sardientje meer in zee te zitten, de boel was compleet leeggevist (foutje, niet aan gedacht!) en mensen en werk verdwenen uit Monterey. De stad is nu weer opgeknapt en omgevormd tot een aangenaam centrum om rond te wandelen, te eten, te shoppen en de frisse zeelucht in te ademen. Dat geldt ook voor Carmel, even verderop. Ook dit is een leuk stadje om even in rond te wandelen, maar de sfeer is hier anders. Carmel schept graag het beeld van een ‘ alternatief kunstenaarsstadje’. Het is een klein plaatsje met brede, door bomen omzoomde lanen, en popperige huisjes en winkeltjes, met veel prullaria. Zoals we al vaker in Amerika hebben gezien, en nog zullen zien: toeristisch maar niet ongezellig en mooi aangelegd/keurig verzorgd.

                                          
                
 
Door een woest droog heuvellandschap en vervolgens een vlak saai landbouwgebied rijden we naar Modesto, onze volgende slaapplek. Het is hier een stuk warmer, boven de dertig graden. Damian’s is een uitstekende Mexicaan waar we ‘s avonds heerlijk eten.
 
Yosemite
We gaan vanaf nu een aantal dagen puur natuur beleven. Het eerste park is meteen al het beroemde Yosemite, in het oosten van Californie. Enkele tientallen kilometers voor de ingang van het park gaat de weg al stijgen en we rijden al snel in de bergen. In het park is alles keurig aangelegd en verzorgd. Een goede weg brengt ons dieper het park in, door een ravijn met aan weerszijden hoge rotswanden. Een idyllische vallei met grazige weiden en naaldbossen, er zijn overeenkomsten met de Alpen. We maken een wandeling naar de Bridal Veil Fall (De Bruidssluier), maar deze waterval geeft nu in de zomer nauwelijks water. Links van ons de machtige berg El Capitan, rechts de berg Sentinel Dome. Op weg naar Mariposa Grove, even voor Wawona, is een uitzichtpunt waar je veel bekende punten van dit park bij elkaar kunt zien. Met een parkbus gaan we naar Mariposa Grove, waar een wandeling van 2 kilometer over een licht hellend vlak ons door de bossen naar de sequioa’s brengt. De sequoia’s, de mammoetbomen, er zijn er nog enkele. Ze hebben een roodbruine bast en rijzen tientallen meters omhoog richting de inmiddels strakblauw geworden lucht. De Grizzly Giant is 58 meter hoog en 2700 jaar oud! Later die middag rijden we naar Bakersfield, in centraal Californie. Het is zeer warm.

   
 
   
 
Las Vegas
Van Bakersfield rijden we naar Las Vegas. Even voorbij Bakersfield begint al snel de woestijn. We stoppen in Calico. Calico is een van die woestijnstadjes die eens ' booming' waren, die veel mensen aantrokken omdat er veel werk was, maar nu al weer lang geleden verlaten werden. De restanten staan er nog steeds (een beetje opgeknapt!). In de buurt rijd je over stukjes Route 66, de legendarische weg van Chicago naar Los Angeles, die stond voor vrijheid, ongebondenheid en vooral de hoop op een betere toekomst in Californie.
 
    
                                                                    
Las Vegas is, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, niet gesticht als gokstad. Het was een ‘railroad town’, een belangrijk spoorwegknooppunt aan de spoorlijn naar het westen. In 1911 werd het officieel een stad, het telde toen 800 inwoners! Door de bouw van de Hooverdam in 1935 (48 km ten zuidoosten van de stad) werd de toekomst van de stad bepaald. Het toerisme begon op te komen en in 1931 was het gokken in de staat Nevada gelegaliseerd. Dit leidde tot de komst van de casino-hotels. Las Vegas had toen 6000 inwoners, voornamelijk arbeiders die werkten aan de bouw van de Hoover Dam. Vandaag de dag telt de stad inclusief voorsteden iets meer dan 2 miljoen inwoners.
 
    
 
De casino-hotels waren commercieel een uitstekende vinding: een combinatie van logeren en gokken/eten/drinken/winkelen. Alles onder een dak. Toen de rek er in de zestiger jaren van de vorige eeuw een beetje uit dreigde te raken, ontstond een nieuw lumineus idee: het themahotel. Kopieer de wereld in miniatuurformaat in en bij je hotel en laat de bezoeker zich verwonderen en verbazen. Parijs, Venetie, New York, Egypte, de Middeleeuwen, het oude Rome, een vuurspuwende vulkaan: het werd in de woestijn, in Vegas, nagebouwd, ieder hotel een ander thema. Het werd een overweldigend succes.
 
 
                                                              
 
Bijna zeven kilometer lang is de South Las Vegas Boulevard, beter bekend onder de naam The Strip. Zeven kilometer waarbij je van de ene verbazing in de andere valt. Het oude centrum van Las Vegas, Fremont Street en omgeving, bleef achter bij de groei van The Strip, maar sloeg terug met een derde fantastisch idee: de Fremont Street Experience, een constructie van 12,5 miljoen led-lampjes die over een afstand van honderden meters boven Fremont Street is gehangen en waarop een paar keer per avond een klank- en lichtshow over het dak van de straat heen golft, vier stratenblokken lang. Het publiek is weer terug, ook in Fremont Street. 
De vindingrijkheid van Las Vegas is enorm: alles wordt er aan gedaan om het publiek te (blijven) trekken en, belangrijker nog, om het publiek vooral binnen te houden. In de hotels ligt de nadruk, naast het eten en drinken en winkelen, natuurlijk vooral op het gokken. Honderden, misschien wel duizenden gokautomaten, speeltafels, flikkerende lampjes, ze vullen de enorme hotels. De bezoeker moet zich hier vooral kunnen blijven vermaken zonder op het idee te komen op zoek te moeten naar iets anders.

                                                                
 
Dat is ook onze eerste ervaring in Las Vegas. We rijden vanuit Califormie de staat Nevada binnen en uit het niets doemt al snel tussen de roodbruine bergen de stadsgrens van Las Vegas op. We rijden hier op de Strip en onmiddellijk zijn we omringd door de enorme gebouwen en de immense drukte. Het is overweldigend. We hebben ons van te voren goed voorbereid op Las Vegas en hadden een klein beetje een idee wat ons te wachten zou staan. Maar op de werkelijkheid van dit moment zijn we niet voorbereid. Onze ogen vliegen heen en weer, maar zijn niet in staat om alles te registreren. Het is niet bij te houden. Voor de eerste keer over The Strip rijden is een ervaring die ieders fantasie te boven gaat. Een enorme mensenmassa is hier bijna 24 uur per dag op de been en beweegt zich traag over The Strip. Dit is amusement pur sang. Groot, grootser, grootst. Gek, gekker, gekst. 
Na in ons hotel Circus Circus (na een kwartier dwalen door dit immense gebouw!) onze kamer te hebben gevonden, gaan we alweer op pad. Vegas in, over de Strip, waar de avond is gevallen en waar we de eerste shows op straat zien. Later op de avond gaan we richting het oude centrum, naar Fremont Street. Ook hier een drukte van belang, gezelligheid, vermaak. Een amusementsmachine, waaraan niet valt te ontsnappen. De Freemont Street Experience is inderdaad fantastisch: we worden getrakteerd op Bon Jovi, levensgroot boven onze hoofden.
 
      
 
Hoewel we laat op de avond pas weer terug zijn in ons hotel, is onze wekker de volgende ochtend om vier uur onverbiddelijk. Een paar uurtjes slaap, maar ja, dit is Vegas. Hier pak je iedere minuut mee. Slapen is hier een beetje zonde van de tijd. Om vijf uur worden we opgehaald voor onze transfer naar het vliegveld van Boulder City, zo’n 40 kilometer ten oosten van Las Vegas voor het hoogtepunt van ons verblijf in Las Vegas: een vlucht naar de Grand Canyon. Door de lange gang van ons hotel lopen we naar buiten: de winkels in het hotel zijn op dit tijdstip dicht, maar de goktafels en gokautomaten zijn nog volop in bedrijf. Overal flikkerende lichten en neon. Om half zes arriveren we op het kleine vliegveld. Vanuit Las Vegas kan gevlogen worden naar het westelijke deel van de Grand Canyon (West Rim). Dat ligt het dichtst bij Las Vegas (op 150 kilometer afstand). 200 kilometer ten oosten van de West Rim ligt de South Rim, het bekendste en meest bezochte deel van de Grand Canyon. Papillon Airways biedt vluchten met een klein vliegtuigje of helicopter vanuit Las Vegas naar dit westelijke deel van de Grand Canyon. Een bijzonder deel, dat dankzij de bouw van de Skywalk in 2007 ontdekt is door het toerisme, maar nog niet wordt overspoeld door toeristen. Papillon heeft diverse excursies waarbij de hoogtepunten en activiteiten gecombineerd kunnen worden. Voor ons hebben zij een schitterend programma samengesteld: dit belooft een bijzondere dag te worden. Wij krijgen deze dag aangeboden van Papillon op voorwaarde dat we er een artikel over schrijven dat samen met de foto’s op internet gepubliceerd wordt. 
 
      
                                                      
Jeff is de piloot van ons kleine toestel, dat plaats biedt aan maximaal 15 personen. Routineus stuurt hij het vliegtuig tot ongeveer 800 meter hoogte. We zien het prachtige woestijnlandschap onder ons voorbij glijden, roodbruine bergen, de Hoover Dam en het door de dam gevormde meer Lake Mead. Als een zilverblauwe slang kronkelt het meer, in feite een met water volgelopen canyon, door het woestijnlandschap. Wat een adembenemend gezicht. Na 35 minuten landen we op het kleine vliegveldje van Grand Canyon. Routineus en vlot worden we naar de helicopter gebracht. Deze gaat ons naar de bodem van de Canyon brengen!
 
                                                       

De helikopter stijgt op en maakt een flauwe bocht richting de Canyon. We vliegen nog boven het vlakke land van de hoogvlakte maar dan ineens duikt onze heli een gat in, een scheur in Moeder Aarde: de Canyon. Ik krijg een licht weeig gevoel in de maag, dat al snel overgaat in een euforisch, gelukzalig en ‘licht’ gevoel. Als een vlinder, een papillon, zweven we naar beneden totdat we de bodem van de kloof raken. Overdonderd  door deze afdaling, stap ik uit en voel me nietig als ik de enorme wanden van de Canyon hoog naast mij zie oprijzen. Iets onder ons stroomt traag de Colorado Rivier. We dalen af naar een bootje dat klaar ligt om op deze rivier te gaan varen. Jimmy is onze bootsman.
Hij vertelt: “de bruine kleur van de Coloradorivier wordt veroorzaakt door klei, dat van de oevers van de rivier af komt. De kleiwand aan de oevers erodeert eigenlijk. In feite is zo de Canyon ontstaan: uitgesneden door dit kleine riviertje tot een canyon van 1500 meter diep, en op sommige plaatsen 20 kilometer breed. Het water in de rivier staat vijf meter lager dan enkele jaren geleden. De rivier voorziet maar liefst zeven staten van water. Californië is hiervan de grootgebruiker. Minder water in de rivier betekent dus ook grotere problemen voor wat betreft de drinkwatervoorziening in de toekomst van miljoenen Amerikanen in dit gebied. De Coloradorivier is 3000 km lang, en loopt van de Rocky Mountains naar de Golf van Mexico”. Rustig klotst het water als we over de rivier op de bodem van deze immense kloof voort varen. De wanden van de canyon links en rechts van ons zijn bijzonder imposant, de geërodeerde lagen zijn mooi te zien. Wat een schitterende plek om te zijn. Er zijn hier overigens weinig dieren: in het water vind je de meerval en de forel en op het land de ratelslang. Zou hij je bijten dan heb je 45 minuten om bij een ziekenhuis te komen…….
 
                                               
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Daarna gaan we weer omhoog met helicopter. En het is alweer een spectaculaire ervaring. Het is alsof je in razendsnel tempo de steile wand beklimt en er tegelijkertijd vlak langs scheurt in horizontale richting. Al een nietig insect langs een enorme rotswand vliegt onze heli, langzaam maar zeker steeds hoger. Dieper en dieper wordt het dal onder ons, totdat de top van de kloof is bereikt. Als de helicopter boven de canyon uitstijgt, vliegt hij in feite op de “ begane grond”. Een vlakke wereld in de wijde omgeving om ons heen. Een fascinerende overgang.
Daarna gaan we naar de Skywalk. Een Amerikaanse zakenman kwam met het idee van de Skywalk: een hoefijzervormig glazen platform dat twintig meter van de canyonrand uitsteekt. Het kostte destijds aardig wat moeite om de Indianen van de Hualapaistam, op hun grondgebied moest deze Skywalk immers komen, te overtuigen. Daarna moest nog 30 miljoen gevonden worden om het geheel te financieren. In 2007 kwam de Skywalk gereed. Als je op het platform loopt zie je door het doorzichtige glazen pad van 10 centimeter dik de bodem van de canyon, 1200 meter beneden je. Voor wie stalen zenuwen heeft, is dit een attractie die niet valt te missen.
De schoenen moeten uit, op onze sokken betreden wij het glazen platform. We schuifelen voorzichtig, alsof we bang zijn door het glas te zakken, iets dat – natuurlijk weten we dat – onmogelijk is. Het glas is berekend op een gewicht van 35.000 ton, dat is gelijk aan 72 volgeladen Boeings! Voorzichtig kijken we naar onze voeten en naar de peilloze diepte onder die voeten. Stalen zenuwen, ja, het klopt wel een beetje, die moet je zeker hebben. Een bijzonder mooie ervaring! We eten daarna even verderop lekker bij een Indiaans restaurant, waar we op het terras een mooi uitzicht op de canyon hebben en we wandelen nog wat, vlak langs de rand van de canyon. Een minder bekend, maar zeker mooi deel van de Grand Canyon! Een vlucht van 35 minuten brengt ons tenslotte weer veilig terug in Las Vegas. Vegas moet verder ontdekt worden. 

                                                
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Amerikanen zijn terecht trots op ‘hun’ Grand Canyon. Ze beschouwen het als iets waar je een keer in je leven geweest moet zijn. Een Mekka voor iedere Amerikaan. De meesten van hen maken deze droom, het staan bij deze canyon die voor hen de grootsheid van Amerika bewijst, wel waar. Ik geef ze geen ongelijk. Ik zou eigenlijk alle Nederlanders hetzelfde advies willen geven: als er iets is, dat je in je leven nog moet doen dan is het de Grand Canyon wel. Las Vegas pak je gewoon mee, het is een vreemde bizarre stad, maar ook een stad die je zeker eens in je leven moet hebben gezien. We zullen overigens over een paar dagen de Canyon nog eens zien, op een andere plek.
Zion NP en Bryce Canyon
                                                    
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
We rijden naar het noordoosten en bereiken via St. George het nationale park Zion. Zion is eigenlijk het mooiste vanaf de bodem. Een prachtig landschap van ravijnen, canyons en rode bergen en rotsen. We maken hier een korte wandeling. Aan de oostkant rijden we Zion weer uit door een lange tunnel. Als je de omgekeerde richting het park binnenkomt rijd je dus eerst door deze ‘spannende’ tunnel om vervolgens een verbluffend mooi uitzicht op het park beneden je te hebben. 

Niet ver van Zion ligt Bryce Canyon. Bryce mag je toch wel een van de meest bijzondere natuurwonderen van de USA noemen. Deze vallei op een hoogte van 2700 meter herbergt duizenden rotsnaalden en steensculpturen, grilling gevormd door miljoenen jaren van erosie, regen en wind, in prachtige rood/rose en oranjetinten. Dit is bizar, verbluffend mooi en wonderlijk tegelijk. Er zijn verschillende uitzichtpunten, er lopen enkele mooie trails langs de vallei en je kunt ook op verschillende plaatsen zo’n 150 meter afdalen naar beneden, waar je weer anders tegen de rotspunten en steensculpturen aankijkt. Onze camera’s maken hier overuren. Dit is een plek waar je eigenlijk niet weg wilt. Maar het wordt donker en we zoeken onze lodge op, Bryce Canyon View. We lopen ‘s avonds naar het nabijgelegen Ruby’s Inn, een restaurant waar het gezellig is, goed eten ook, maar als we na het eten teruglopen naar onze lodge is het koud, winderig, nat, rillerig, donker en leeg. De stroom in onze lodge valt langdurig uit, nee dit was niet onze beste overnachtingsplek. Maar de omgeving is ongeevenaard mooi. “ Hoe kan het, dat zoiets bestaat”, riep ik spontaan toen ik mijn eerste blik op deze vallei wierp. We konden onze blikken er niet meer van af houden, zo onvoorstelbaar spectaculair is dit. 
                                                                                                                                                                                                                          

Monument Valley

Een volgend hoogtepunt staat voor vandaag op het programma. We verheugen ons er bijzonder op: Monument Valley. Op het TV journaal zien we dat de tropische storm Ivo in aantocht is. Vanuit het zuidwesten komt hij uit Mexico het land binnen. Ivo zal ons programma de komende twee dagen danig in de war sturen. We zien op TV al de eerste beelden van overstromingen, zwaar onweer, bliksem dat bosbranden veroorzaakt (ook in Yosemite). Een waarschuwing voor floodings, plotseling opkomende vloedgolven die verwoestend kunnen zijn. We rijden naar Page, onze volgende overnachtingsplaats. Een niet onaardig plaatsje, maar het is slecht weer en het ziet er dus minder aantrekkelijk uit. Van de nabijgelegen stuwdam en het stuwmeer zien we niet veel.We rijden Page uit en ik zie een bord langs de kant van de weg: Antelope Canyon, lower canyon. Met de Navajo indianen, van wie dit gebied is, kun je een tour maken naar deze schitterende canyon. Ooit zag ik hier voor het eerst foto’s van en ik heb toen meteen geroepen: “ Wat zou ik hier graag naar toe gaan”. En nu rijd ik er gewoon langs zonder er ook maar te stoppen. Het is niet anders, de kloof is gesloten vanwege het slechte weer, het zou te gevaarlijk zijn. Iets om bij je reis naar dit deel van de USA rekening mee te houden: soms werkt het weer gewoon tegen en zijn delen van bepaalde parken niet te bezoeken. 

 

                                           

                                    
                                            
                                                                                                                                                                          

 

 

 

 

 

 

          

In Monument Valley knapt het weer iets op, maar desondanks gaan veel van de rode zandstenen rotsen in dit fraaie lege landschap half in de mist en nevel gehuld. Later wordt het zicht gelukkig iets beter, maar de aanhoudende regen heeft er wel voor gezorgd dat de jeeptour door de vallei niet kan doorgaan. En ook de volgende dag zal de regen een flinke spelbreker zijn. Toch kunnen wij nog goed van dit adembenemende landschap genieten. Een wereldplek!

Grand Canyon

We verlaten Page en rijden eerst door de Painted Desert, een hoogvlakte met fraaie gekleurde rotsformaties. Het is nog altijd slecht weer. We rijden door de uitgestrekte bossen van de hoogvlakte, het Kaibab National Forest, en zijn dan ineens bij de ingang van Grand Canyon NP. Even later staan we aan de rand van de enorme canyon: 450 km lang, soms 20 km breed en 1500 meter diep, uitgesleten door het riviertje daar beneden, de Coloradorivier. Er loopt een mooi slingerende pad, een trail, vlak langs de kloof. We beginnen onze wandeling van ongeveer 4,5 kilometer bij Desert View Point. Het is mistig en het is moeilijk voor te stellen hoe immens diep en weids de kloof voor, en vooral beneden, ons is.  Soms breekt de zon eventjes door en schijnt het licht op delen van de roodbruin gekleurde canyon.

 

 

    

 

 

 

 

 

 

 

 

Een majestueus landschap, waar echter al gauw niet veel meer van is te zien, als het begint te regenen. Op ons pad zien we nog wat dieren: eekhoorns, een dikhoornschaap. Maar al snel zien we nagenoeg niets meer. Het komt met bakken tegelijk naar beneden. Lightning strikes in the canyon. Donder en bliksem. We zien de waarschuwingsbordjes: “ Bij onweer onmiddellijk binnen gaan schuilen, niet buiten blijven lopen”. Maar waar binnen moeten we dan schuilen? Er is geen binnen. Dus lopen we gewoon door terwijl we constateren dat de meeste bomen zwart geblakerd zijn van eerdere blikseminslag. Een gevaarlijke wandeling dus, maar we moeten wel door. Om de bomen heen lopen we door de dichte en hevige regen, met nog geen paar meter rechts van ons een mistig gapend gat van 1500 meter diep dat er wel is, maar dat we niet zien. Eindelijk bereiken we na een uur een restaurant, waar we doorweekt aan een maaltijd gaan. Als we aankomen in Flagstaff, een uurtje rijden naar het zuiden, is het droog geworden, maar in onze lodge klinkt opeens een luide knal en doorklieft een scherpe felle lichtstraal de donkere lucht: het onweer heeft ons ingehaald en barst nu ook hier los. Zie ook ons aparte verhaal hierover.

 

 

 

 

           

 

 

 

 

 

 

 

Sedona, Phoenix, naar San Diego 

Even voorbij Flagstaff, zuidwaarts rijdend, ligt Oak Creek Valley, alweer een fraai natuurgebied, diepe canyons en naaldbossen. Even later belanden we in Sedona. Sedona is een voorbeeld van handig en zeer uitgekookt ondernemerschap. Het kleine plaatsje stelde nog niet zo lang geleden niets voor, totdat blijkbaar het idee ontstond om dit stadje te promoten/uit te baten als ‘ new age’ stadje. Sommige van de rode rotsen die Sedona aan alle kanten omringen zouden immers oeroude, magische (Indiaanse) krachten hebben. Tegenwoordig vind je hier allerlei new-age winkeltjes en kunnen vele soorten behandelaars je van je klachten afhelpen en je een beter leven geven. Sedona werd uitgebouwd, eigenlijk bijna compleet nieuw gebouwd, overal werden goede nieuwe wegen aangelegd, er kwamen winkels en restaurants. Vandaag is Sedona is een bijzonder ‘goed lopend dorp’, leuk om er even te zijn. De omgeving is beslist adembenemend mooi. Dat is Arizona op zijn best.Op weg naar Phoenix stoppen we nog even bij Montezuma’s Castle, een voormalige indianennederzetting, uitgehakt in de rode rotsen. Phoenix is de afgelopen 15 jaar enorm snel gegroeid. De reden: een aantrekkelijk belasting- en vestigingsklimaat voor bedrijven. Je moet iets doen om je gemeente op te stoten in de vaart der volkeren. Feit is dat Phoenix door de enorme hitte een groot deel van het jaar onleefbaar is en dat de stad er nooit geweest was als er geen airco was uitgevonden. Het is de snelst groeiende stad van de VS met ruim 3 miljoen inwoners! We overnachten in Scottsdale, een ruim opgezette voorstad van Phoenix, met veel restaurants, brede lanen met grote shopping centra en golfbanen. 

 

  
                

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende dag rijden we een groot deel van de route naar San Diego langs de Mexicaanse grens. De grens die een groot probleem is vanwege de vele illegalen die hier vanuit Mexico binnen komen. De grens die zo lek is als een mandje. We zien auto’s van de grenscontrole, maar het is waarschijnlijk dweilen met de kraan open. Politiek gezien is het grote aantal illegalen (er wordt een cijfer van 30 miljoen genoemd) ook een hot issue, met name het al dan niet erkennen van de illegalen en hen een legale status te geven. Langs de snelweg loopt een hek. In gedachten zie ik ‘s nachts hele families dit hek over klimmen en snel verdwijnen in de heuvels erachter, hopend op een beter leven. De stroom is niet meer te stoppen. Ondertussen verspaanst het zuiden van Californie steeds meer: de white american is allang in de minderheid, meer dan 50% spreekt Spaans, wat je dan ook overal hoort. Dit deel van de USA is behalve spaanstalig ook bijzonder multicultureel; je ziet hier ook veel Aziaten.

 

 

                                                                                                        

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

San Diego

San Diego heeft het goed voor elkaar. Nu heeft de op een na grootste stad van Californie, met 1,3 miljoen inwoners, ook alles mee. De subtropische metropool heeft een schitterende ligging aan een baai van de Stille Oceaan en is ruim opgezet, schoon en met brede straten. Daarbij is het het hele jaar rond de twintig graden, in januari iets er onder, in juli iets er boven, en bijna altijd zonnig. Idealer kun je het als stad haast niet hebben.We wandelen over de Fifth Avenue naar het centrum, het in de tachtiger jaren van de vorige eeuw fraai gerenoveerde Gaslamp Quarter met victoriaanse bakstenen huizen, restaurants en winkels. De relaxte sfeer in deze subtropische stad valt ons meteen op. Hoewel San Diego een stuk groter is dan b.v. San Francisco komt het minder grootsteeds over. Het is relatief rustig op straat. Aan alles hier is te merken dat San Diego een relatief welvarende stad is.Nabij het centrum scheidt de Embarcadero de stad van de oceaan: een boulevard met er om heen een aantrekkelijk havengebied. In Seaport Village, dat is gebouwd als een oud vissersdorp, vind je tientallen winkels, restaurants en café’s.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tegenover de Embarcadero ligt het eiland (eigenlijk is het een zandbank) Coronado, te bereiken over de fraaie 3,5 km lange San Diego - Coronado brug. De brug slingert op zestig meter hoogte over de baai, zodat zeeschepen er onder door kunnen. Coronado is een chique wijk met prachtige huizen. Het oude bekende hotel  Coronado, in 1888 in Victoriaanse stijl gebouwd, speelde een rol in vele films waaronder ‘Some like it hot’ met Marilyn Monroe. Je kunt er gewoon binnenwandelen en een beetje de sfeer van vroeger proeven. Erachter ligt het mooie strand.  Vanaf Coronado hebben we een mooi zicht op de skyline van San Diego. Terug bij Seaport Village boeken we een boottochtje. Leuk om de stad vanaf zee te zien en om de vele aalscholvers, pelikanen en zeeleeuwen te bekijken. Indrukwekkend is het Balboapark. Dit fraaie park is met veel gevoel voor schoonheid en detail aangelegd op een heuvel ten noorden van downtown, met veel monumentale gebouwen, in Victoriaanse of koloniale stijl. Musea, theaters, wandelpaden, tuinen: het is geweldig om hier ’s morgens vroeg rond te wandelen, als alles nog rustig is en je alleen wat joggers tegenkomt. Een heerlijk relaxt sfeertje. In dit park ligt ook de beroemde San Diego Zoo. Voor deze dierentuin, die een van de beste ter wereld heet te zijn, hebben we helaas geen tijd meer.San Diego heeft niet alleen verrassend veel te bieden maar is ook nog eens een van de aangenaamste steden ter wereld. Vinden wij. No doubt about that!

 

 


                        

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Los Angeles

Als je geluk hebt, en niet te veel file, rijd je in ruim een uur van San Diego naar Los Angeles. Op het moment dat we de agglomeratie binnen rijden verbreedt de weg zich naar zeker tien rijstroken. Desondanks is het hier, en in de rest van Los Angeles, altijd stapvoets rijden. Dit is de reden waarom LA zo’n slechte naam heeft: het altijd vast staande verkeer, de smog die dit verkeer veroorzaakt. In LA is nog weinig gedaan aan investeringen in openbaar vervoer. Het is er niet en als het er is, is het slecht. Iedereen rijdt hier dan ook maar gewoon in zijn auto, ook al komt die bijna niet vooruit.

Sommigen noemen deze stad een ‘ monster’, een gedrocht. Een lelijke stad, zonder hart en zonder ziel. En zonder centrum. Het is allemaal maar ten dele waar. Monsterlijk groot, dat is LA zeker. De agglomeratie Los Angeles is 70 km lang en 40 km breed, de wijken zijn door veel snelwegen met elkaar verbonden. Probleemwijken zijn er ook, en dat zijn ook meteen echte probleemwijken. Maar een stad zonder hart en ziel, nee, dat is LA zeker niet. Er is wel degelijk een centrum, niet eens zo’n onaardig centrum dat veel op Manhattan in New York lijkt. En LA heeft naast de wijken waar je niet eens wilt stoppen (laat staan uitstappen) ook bijzonder mooie stadswijken. Deze liggen wel erg verspreid en soms ver van het centrum, zodat lopen in LA sowieso geen optie is. 

                        

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We doen in LA de dingen die bijna iedere bezoeker doet en die je toch gewoon gezien moet hebben. Beverly Hills natuurlijk en het aangrenzende Hollywood, met de drukke en toeristische Hollywood Boulevard, en o.a. het Chinese Theater. De walk of fame. Gezellig is het op en aan het zuidelijk van Hollywood gelegen Farmers Market, met de vele eettentjes, waar we heerlijk Indonesisch eten. Ernaast ligt een mooi winkelgebied. El Pueblo is het oudste stukje Los Angeles, tegenover het station. Hier zie je nog goed dat LA eigenlijk een Spaanse stad is, die – na de onafhankelijkheid van Mexico – Mexicaans werd en – na de verovering van Californie door de Amerikanen – uitgroeide tot de metropool die zij nu is. Op El Pueblo heerst nog een Latijns-Amerikaans sfeertje, een koloniaal plein met een paar winkelstraten. Even verderop ligt het modern zakelijke deel van het centrum. Het is strak gebouwd, ruim opgezet allemaal, een beetje clean, maar toch ook met bijzonder mooie gebouwen in een mooi vormgegeven moderne omgeving: het stadhuis, het courthouse en de futuristisch aandoende Walt Disney Concert Hall. Leuk om hier even rond te struinen, maar ‘s avonds, als de kantoren dicht zijn, moet dit toch een onbehaaglijk stukje stad zijn. Via downtown rijden we naar het zuiden naar ons hotel in de wijk Westchester. Onderweg passeren we eindeloze blokken met kleine huisjes omringd door kleine tuintjes. Tientallen kaarsrechte straten komen uit op tientallen andere kaarsrechte straten, in een schaakbordpatroon. Er is op het oog niet veel bijzonders aan te zien, maar dit is South Central, een van de ghetto’s waar zelfs de politie niet komt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onze laatste dag in LA, en ook onze laatste dag in de States, ruimen we in voor de stranden van LA.  Als eerste Malibu, een plaats die zich ruim 40 kilometer lang uitstrekt langs de kust ten noorden van LA. Een mooie route er naar toe is de Ventura Freeway richting Santa Barbara. Voorbij Calabasas de afslag nemen (naar links), de Las Virgines Road op. Je rijdt hier door Malubu Creek State Park, een schitterend park met verbluffend mooie natuur. Ik had dit hier, zo dicht bij de metropool LA, niet verwacht. Even later heet de weg Malibu Creek Road en uiteindelijk komt die uit op de kustweg. Malibu is alles wat je er van voorstelt. Mooie stranden, mooie kliffen, mooie huizen aan het strand. Doorrijdend langs de kust richting LA gaat Malibu over in Santa Monica. Een rijke stad. Het gebied langs het strand is hier parkachtig. Er lopen paden door het park voor fietsers, wandelaars, joggers. Mensen liggen in het gras, zwervers hebben hier hun slaapplek. Het strand is breed en er is een pier gebouwd met de nodige attracties. Wij wandelen door het winkelgebied, Third Avenue. Het is zaterdag en het is druk en gezellig op straat.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zwervers zijn we op onze reis overigens veel tegengekomen. Het is toch wel een probleem, vooral voor de mensen zelf: de crisis heeft ook in Californie hard toegeslagen en er zijn veel daklozen bijgekomen. Met name in San Franciso zie je ze veel, omdat deze stad een liberaal beleid voert. In andere steden worden ze weer geweerd. In Santa Monica en Beverly Hills zie je ook, scharrelend in de vuilnisbakken. Aan het einde van de middag rijden we door naar Venice Beach. Terwijl Santa Monica chique te noemen is, is Venice Beach voor de gewone man en vrouw, voor jongeren vooral die weinig te besteden hebben. Er zijn veel goedkope hotelletjes en de sfeer heet er iets te hebben van artistiek, bohemienachtig. Als wij op het strand komen zien we vooral veel jongeren, in alle soorten en maten, vreemde vogels, kleurrijke mensen, white americans met hun witte lijven en overvloedige tattoo’s, maar vooral veel Mexicaanse en zwarte jongeren. Hippies, huisvrouwen, bendeleden, motorrijders, zakenlui, fitness fanaten, sportievelingen met spierballen als de bergen die LA omringen. De geur van wiet, hiphopmuziek. Graffiti, veel stalletjes met goedkope prullaria, eettentjes, een skatebaan, een ruim strand. Een plaats om gezien te worden en voor de mensen die niet per se gezien willen worden is het een plaats om te zien, om rond te kijken en de sfeer op te snuiven. 

(zie ook: http://meridiantravel.tumblr.com/post/66570368408/venice-beach-los-angeles-voor-ons-een-prima

 

 

                 

 

  


                                                                                                                                                                      

       

 

 

                                                                                 

           

 

Dit is Amerika, dit is zoals ik het me had voorgesteld. Maar het is voor het de eerste keer dat ik hier in dit land dit gevoel krijg. Alle andere plekken waar we waren, waren stuk voor stuk verrassend. Verrassend in de zin van volkomen anders dan ik me had gedacht. De USA heeft mijn verwachtingen overtroffen. Dat geldt ook voor Lione. Keer op keer zijn we hier verrast. En dat is toch wel het mooie van reizen. Dat het altijd net even iets anders is dan je verwacht. Het verrassende, het onverwachte, het verbluffende. Dat gaat zeker op voor de States. Hier nog eens terugkomen zou zeker geen straf zijn en we gaan het dan beslist nog eens doen.

Voor foto's van deze reis: renelione.magix.net