CANADA 2015   13 juni tot 5 juli 2015

Canada. We vonden het geen onlogische keuze na twee maal de Verenigde Staten. Het moest er maar eens van komen. Iedereen die er eerder dan wij is geweest en enthousiast terug kwam, heeft gelijk. Canada staat gelijk aan natuur met een hoofdletter N. Rust vooral ook. Een uitermate geschikt land voor een roadtrip. Het is ons uitstekend bevallen. Alles wat we hier wilden zien, beleven en doen, hebben we ook gekregen. Een onverwacht mooi extraatje, want dat is in het wisselvallige en meestal koele, natte Canada bepaald geen vanzelfsprekendheid, was het ongelofelijke warme weer. Een hittegolf voor die streken. Een klein nadeel: Canada is duur. Soms zelfs belachelijk duur. Wij wilden echter niets missen, dus voor de meeste dure attracties zijn wij ondanks de astronomische toegangsprijzen wel gegaan. In de winkels is het ook niet echt goedkoop, alleen in de restaurants is het te doen. Dat de Canadees zo ongelofelijk vriendelijk is, zoals je vaak hoort, valt ook wel mee. Ze zijn ongeveer net zoals wij, vaak vriendelijk en heel soms niet (vooral in het verkeer). Maar verder mag dit land trots zijn op wat het is. Het is er uitermate plezierig en het is een avontuur om er rond te reizen. Hier volgt ons reisverslag.

 

Amsterdam – Vancouver  13 juni

Voordat we het goed en wel beseffen rijden we – nog half duf van de vlucht van bijna tien uur - midden in het drukke zaterdagmiddagstadsverkeer van Vancouver. Even wennen en ook oppassen, want voor mijn gevoel is het al middernacht en de moeheid begint toe te slaan. Probleemloos rijden we in onze zojuist gekregen SUV, een Ford Edge van flinke afmetingen!, eerst een rondje door downtown – nieuwsgierig als we zijn willen we daar in ieder geval al iets van zien. Al snel daarna bereiken we ons hotel in West End, een wijk die ingeklemd is tussen het centrum aan de oostkant en het fameuze Stanley Park en de oceaan in het westen. Een gezellig drukke, wat oudere wijk. We zien hier enorm veel Aziaten, Chinezen vooral maar ook Taiwanezen, Filipijnen en Koreanen. Eigenlijk zien we bijna niets anders. Lione grapt dat we dan toch nog in een buitenprovincie van China zijn beland. Heel vreemd om bijna geen Europese Canadezen te zien hier. Het voordeel van zoveel Aziaten is dat er ook veel Aziatische winkels en restaurants zijn (bijna uitsluitend eigenlijk!). Een levendige sfeer in deze best mooie wijk. Hoewel we moe zijn, zijn we ook vol ongeduld om de stad te leren kennen. We rijden ’s avonds naar het nabijgelegen Stanley Park.

       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit grote en beroemde stadspark ligt ten westen van downtown Vancouver, op drie plaatsen omringd door water, de zee en de inlet. Het park kent dan ook diverse stranden en verder een theehuis, coffeeshops, restaurants en veel, heel veel groen. Het is gezellig druk op deze warme zaterdagavond. We genieten eerst van het uitzicht op Coal Harbour en het centrum van de stad. Dan rijden we naar Brockton Point, naar de vuurtoren aldaar. Vlakbij staat een hele verzameling totem poles, als aandenken en eerbetoon aan de eerste bewoners hier, de Indianen. We hebben een mooi uitzicht op Noord-Vancouver met de zeemeermin in het water op de voorgrond. Vanaf Prospect Point Cafe is het honderd meter lopen naar een view point, vanwaar je een mooi uitzicht hebt op de prachtige Lions Gate Bridge beneden je. De brug die het centrum met Noord-Vancouver verbindt. We kijken even later uit over de Strait of Georgia. De naar verluid zeer brutale wasbeertjes in de buurt van de Lost Lagoon hebben we helaas gemist.

Hotel: Robson suites, 777 Bidwell Street  West End 

         

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vancouver     14 juni

Vroeg op vandaag, we willen veel doen in Vancouver. We rijden eerst over de Lions Gate Bridge naar North Vancouver, bestemming: de Capilano Suspension Bridge. De Capilano Suspension Bridge is 140 meter lang en hangt 70 meter boven de diepe kloof, waar het riviertje de Capilano door heen stroomt. Gelukkig zijn we hier even na negen uur, het tijdstip waarop het park open gaat. We willen graag alleen over de wiebelende brug lopen, zonder andere toeristen, en dat is redelijk goed gelukt. Daarna wordt het snel drukker en stampen er gemiddeld tien tot twintig personen tegelijk over de brug, die steeds instabieler lijkt te worden! Naast deze suspension brug ligt een skywalk, je wandelt een stukje over een glazen pad dat aan de rand van de berg is gemaakt. Een paar kilometer verderop gaan we met de Grouse Mountain Skyride, een gondel, 1100 meter omhoog naar de top van de hoogste berg van Vancouver, de Grouse Mountain, met een beloofd uitzicht over de gehele stad en zeer wijde omgeving (bergen). ’s Winters is het hier een en al skiën en wintersport wat de klok slaat, terwijl het beneden in de stad ‘ gewoon’  regent. Als we boven zijn, is het best aardig om er even rond te lopen, maar het blijkt wel een grote ‘ tourist trap’. Het is heel duur (zo’n zestig dollar per persoon voor een simpel ritje naar boven) en boven aangekomen, heb je nauwelijks uitzicht op de stad aan de overkant van het water omdat de vele hoge bomen dit belemmeren. Weinig te zien en te doen dus. We hadden ons dit ritje kunnen besparen, er zijn mooiere uitzichtpunten waar je met de gondel heen kunt in British Columbia. We dalen weer af en rijden terug naar downtown. We komen langs Morton Park, waareen aantal grappige beelden staan. Het kunstwerk heet A-maze-ing Laughter. Het bestaat uit 14 bronzen beelden, gemaakt door de beroemde kunstenaar Yue Minju, die hemzelf voorstellen. Het staat er sinds 2009 en kostte 1,5 miljoen dollar. De kunstenaar wilde er overigens eerst 5 miljoen voor hebben!!

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Er heerst een zondagse, drukke maar ontspannen sfeer. Het is bijzonder mooi weer, dus iedereen hier is buiten en is op de een of andere manier aan het bewegen. Het bruist van zomerzon, fietsers, skaters, hardlopers en surfers op het water die zich op een soort plank voortbewegen (stand-up paddling surfing). En uiteraard veel bootjes in allerlei vormen, soorten en maten. We gaan de Beach Avenue op, naar Sunset Beach Park, een mooi stadsstrand. Het heet hier English Bay. We parkeren aan het einde van Beach Avenue, bij Aquatic Centre Ferry Dock, iets voor de brug over de False Creek. Als we hier even koffie drinken raken we in gesprek met een oudere inwoonster van Vancouver. Het valt ons op dat hier zo veel Aziaten zijn, zeggen we. Ze antwoordt dat in bepaalde delen van de stad en zeker in de voorstad Richmond (200.000 inwoners)  70% Aziatisch is. De tweetaligheid van Canada (je ziet alle bordjes in het Engels en het Frans) is hier ingeruild voor de eentaligheid van China. Veel immigranten uit het Verre Oosten zijn aan de westkust neergestreken. Ze hebben zich niet over Canada verspreid maar zijn in Greater Vancouver blijven hangen. Elders in Canada zie je dat minder. Als we verder lopen, zien een waarschuwing voor coyotes. Deze roofdieren zijn niet meer bang voor mensen en zwerven door de stad, zeker ’s nachts, op zoek naar voedsel. Er staat wat je moet doen, als je oog in oog met zo’n coyote staat. Overwicht tonen, rustig maar zwaar spreken en met een welluidende stem zeggen‘ Goooo…. Awayayay…. Coyooooote’. Hmm, ik zou het niet willen uitproberen.

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Met veerboot lijn 1 varen we naar Granville Island. Op het eiland lopen we over Public Market. Hier bevindt zich (indoors) een grote verscheidenheid aan foodwinkeltjes, veel fruit, veel exotisch eten. Vancouver lijkt met dit warme zomerweer ook wel een beetje op een exotische, in ieder geval mediterrane, stad. Iedereen is vrolijk en geniet in deze multiculti stad, zo lijkt het wel. Veel inwoners zijn bij en op het water, op alles wat maar enigszins blijft drijven of op een van de vele terrasjes. Met lijn 3 varen we verder naar Village Science World. We varen langs het grote stadion. We stappen aan het einde van de False Creek uit, en belanden in de wijk waar vanwege de Olympische Spelen voor de deelnemers flatswoningen zijn gebouwd. Een mooi en gezellig ingerichte  wijk. Terug met de boot langs de andere kant van de False Creek. We rijden het centrum weer in om naar de Vancouver Lookout te gaan, aan de 555 West Hastings Street. Voor vijftien dollar mag je hier met een supersnelle lift, die aan de buitenzijde van het gebouw hangt, 177 meter omhoog. Maanwandelaar Neil Armstrong opende deze attractie in 1977. We genieten van een prachtig uitzicht over downtown, het havengebied, Greater Vancouver en de oceaan en bergen er achter.

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vancouver – Penticton  460 km     15 juni

Vandaag onze eerste route, landinwaarts. Een lange route. Eerst zoeven we over het snelwegennet rond het stedelijk gebied van Vancouver. Burnaby, Surrey, Langley, 50 kilometer grootstedelijk gebied en toch ervaar je het niet zo. In Canada wordt, net als in de USA, gespreid gebouwd, nooit dicht op elkaar met veel ruimte voor groen. Het landschap langs de snelwegen is mooi. Na de stad Hope volgen we over een kleine bergweg de woest stromende Fraser River tot aan een plek die Hell’s Gate heet.  Ontdekkingsreiziger Simon Fraser (naar wie de rivier is genoemd) stond hier in 1808 en zei hierover: “ We had to pass where no human being should venture, for surely we have encountered the Gates of Hell”. Begrijpelijk want ook vandaag de dag maakt de plek, ondanks de Airtram (een gondola) die je veilig zo’n 200 meter lager, naar de rivier in het dal brengt en ondanks een stevige stalen brug over de kolkende rivier, behoorlijk veel indruk. Een woeste plek waar het water van de rivier zich door de smalle doorgang tussen de rotsen heen perst, met een ongelofelijke kracht. Een adembenemend gezicht. Het is bijzonder warm vandaag, 31-34 graden, zeker hier bij de Hells Gate. Een mooie onderbreking van een verder langdradige en warme slaapverwekkende rit. Het is vanaf Hells Gate nog 255 kilometer naar Penticton, we zien hier bijna niemand op de weg.

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Penticton gaan we eerst naar ons motel, dat niet zo veel voorstelt. Het is maandag. We rijden ’s avonds naar het stadje, naar het meer waaraan dit stadje gelegen is. Het is overal heel rustig. We gaan op zoek naar een eetgelegenheid. Dat is nog niet zo eenvoudig. Alles dicht, behalve China Palace, ‘the best in town’ staat er bij. Hoe het met de kwaliteit van de andere restaurants in de stad is gesteld laat zich alleen maar raden, misschien zijn ze daarom wel dicht, want dit ‘best in town’ serveert eten that has no taste at all. Lione zegt dat ook ronduit en voegt er aan toe: “ ik neem wel ergens anders een lekkere wrap, want dit eet ik niet op”. De Chinese dame tegenover Lione blijft onbewogen. Als er maar betaald wordt. Wat het succes van de Chinezen misschien wel verklaart. Emotieloos, kil en vasthoudend: dit heb je voor de ware handelsgeest wel nodig……

Zoals gezegd, is dit een slecht motel, gerund door niet zulke vriendelijke Indiërs. Onze kamer meet 3x3 meter. Vanwege warmte zit ik buiten op een stoepje met mijn tablet, bluetooth speaker er naast, volume luid en ik draai muziek af. Verderop in een al even slechte kamer wonen drie jonge hippies, ze zitten ook buiten en ze kijken mijn kant op vanwege de goed hoorbare muziek. Een ‘oude’ man met rock muziek, dat lijkt interessant. Toevallig klinken net de Collectors, Lydia Purple. Een groep uit Vancouver met een opname uit 1968. Nooit een hit geweest en toch een rockklassieker. Onwetend zijn jullie van het feit dat dit jullie cultureel erfgoed is, denk ik lachend!

Hotel: Apple Tree, 2406  Shaka Lake Road, Penticton BC, V2A 6E9

Penticton – Revelstoke  260 km     16 juni

We rijden langs het landschappelijk fraaie Okanagan Lake. Onderweg, even voorbij Penticton, ligt Kelowna. Kelowna is een vrij grote stad, ongeveer 100.000 inwoners, mooi gelegen aan het water. Bij het natuurpark (Mountain Knox Park), even buiten het centrum een stukje omhoog, hebben we bij een uitzichtpunt een prachtig uitzicht over een deel van de stad. Hier kun je ook het natuurpark in om te wandelen. Beneden ons zien we de bedrijvigheid op het muur: veel boomstammen drijven hier langs om verder verwerkt te worden.

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tussen Kelowna en Revelstoke ligt het stadje Vernon, ook aan het Okanagan Lake gelegen. In Vernon (53.000 inwoners) vind je zeer grote ‘ murals’ (wandschilderingen) in oude binnenstad. Deze murals zullen we op meer plaatsen tegen komen. Hier in Vernon zijn er zeker wel veertig. Ze beelden vaak het leven uit de pionierstijd uit en ze zijn soms tien meter lang en enkele meters hoog. Ze zijn erg knap gemaakt. Enthousiast beginnen we onze fototour! Minder enthousiast zijn we over de parkeerbon als we terugkomen bij onze auto. Niet zo slim om vlak voor het gemeentehuis fout te parkeren. Gelukkig kunnen we binnen meteen betalen, dan is het 15 dollar, anders wordt het 50. Goed geregeld daar! De murals waren er niet minder mooi om, en we zijn blij dat we de meeste gezien hebben.

We hebben een uitstekende motelkamer. Het motel wordt gerund door een vriendelijk ouder (nu eens geen Aziatisch) echtpaar. Als de WC niet blijkt te werken, krijgen we meteen een andere kamer en een fles wijn voor het ongemak! De man steekt zijn enthousiasme voor de Hollanders niet onder stoelen of banken: ze weten de weg over de wereld, ze weten veel van de wereld, je kunt er goed mee praten. Hij ziet ze graag!

Hotel: Monashee, 1601  3rd Street West, Revelstoke

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Revelstoke - Banff N.P.  280 km    17 juni

Bij vertrek uit Revelstoke zien we op een bord even buiten het dorp de waarschuwing dat er over 150 kilometer pas een tankstation is. We keren snel om en rijden terug naar het dorp. Paniek, want als we hier geen benzinepomp vinden hebben we - gezien onze meterstand - een probleem! We stoppen en vragen het met hoorbare schrik in onze stem op goed geluk aan een voorbij lopende vrouw. Zij zegt met een hartverwarmende Canadese glimlach: ‘u staat er precies voor!!’ De route is verder landschappelijk weer mooi. Regelmatig stijgt en daalt de weg door de bergen.

Nabij het dorp Golden rijden we nog even langs het Northern Lights Wildlife Wolf Centre (1745 Short Road, Golden) en de Rocky Mountain Buffalo Ranch (1739 Oberg Johnson Road, Golden) (bisons). Dit was helemaal niets, eenieder kan zich de moeite van het omrijden besparen.

Canmore ligt 25 kilometer ten oosten van Banff, richting de grote prairiestad Calgary. In een wel heel forse regenbui rijden we over de Highway 1 het laatste stukje van Banff naar Canmore. Bij Lake Louise, even daarvoor, regende het ook al een beetje en bij Moraine Lake hadden we ook al een flinke bui gehad. De temperatuur is ook zeker meer dan vijftien graden gezakt. Niet ongebruikelijk omdat we nu een behoorlijk stuk zijn gestegen. In de komende dagen zullen we op een gegeven moment zelfs een vlok natte sneeuw zien, een schril contrast met de dertig graden die we net achter de rug hebben. We hebben vandaag wat fotograferen betreft dus niet zo veel aan onze bezoeken aan de beroemde meren gehad. Desondanks was het indrukwekkend er te zijn, maar morgen zijn er ongetwijfeld nieuwe kansen. Canmore is een wat grotere plaats, omringd door een prachtig bergmassief. In de supermarkt vragen we welk soort bakboter ze hier gebruiken, omdat wij in onze hotels bijna overal zelf koken. We willen vlees bakken die avond. De vrouw kijkt niet begrijpend. Om een ei te bakken bij voorbeeld, zeggen we, in de hoop onze vraag te verduidelijken. Dan antwoordt ze tot onze verbijstering dat zij gebakken eieren uit een pakje haalt!

Het hotel noemt zich een ‘zenhotel’ en het is ook wel een beetje in die stijl gebouwd en ingericht. Een mooie kamer, waar we blij mee zijn.

Hotel:  Silver Creek Lodge, 1818 Mountain Avenue  Canmore (Alberta)

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Banff N.P.     18 juni

Banff NP is zo’n beetje Canada’s trots. 'De parel van de Rockies' wordt het genoemd. Het park is ongeveer vijf keer de provincie Utrecht. Het stadje Banff zelf, gebouwd voor de toeristen, ligt op 1383 meter hoogte. We zijn er even doorheen gereden, het ziet er keurig uit, maar verder hebben we hier zo niet veel te zoeken. Zoals gezegd is het een  typisch toeristenstadje. De locals zelf wonen in het grotere Canmore, 23 kilometer oostelijker.

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Eigenlijk rijdt iedereen zo’n beetje dezelfde route hier. Het is beslist geen ongebaand pad. Maar een route die zich in zo veel belangstelling mag verheugen, moet haast wel bijzonder mooi zijn. En dat is het ook. We rijden niet alleen over de wat drukkere Highway 1 door het park, maar ook de parallelweg aan de overkant van de Bow River, de Bow Valley Parkway. Dit is een rustigere route waar je ook wat langzamer kunt en mag rijden. Niemand zal vreemd opkijken wanneer je stopt, want meestal is er dan iets bijzonders te zien en stopt de rest ook. We rijden in de drie dagen dat we hier zijn een paar maal over deze weg van Banff naar Lake Louise (56 kilometer), dat op 1731 meter ligt. De weg is omringd door hoge dennen. Aanvankelijk zien we geen wildlife op deze weg, maar uiteindelijk is de oogst hier niet slecht: elken, een beer, een bighorn schaap.

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij Lake Louise-dorp voert een mooie bergweg (Moraine Lake Road) je naar Morraine Lake, een afstand van dertien kilometer. Ook hier maak je een korte doch stevige klim bij het begin van het meer, naar Rock Pile voor een fenomenaal uitzicht. Van Lake Louise rijden we verder noordwaarts naar het veertig kilometer verderop gelegen Peyto Lake. We maken een korte maar nogal steile klim naar het Peyto Lake Viewpoint. Eerst regent het nog, later wordt het droog. Het is hier niet zo heel druk en ook is het meer niet zo heel blauw als op de meeste foto’s, vanwege het donkere weer. Maar al met al vinden we het hier toch wel mooi. Hier op een hoogte van 2100 meter ligt negen maanden van het jaar sneeuw. Het meer is tot half juni bevroren, het is er ook nu enkele graden boven nul.

        

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog eens verder naar het noorden, 32 kilometer van Peyto Lake, maken we een korte wandeling tot bij de brug over de kloof van Mistaya Canyon. De Mistaya Canyon is een kloof waar een enorme hoeveelheid water doorheen stroomt. Via een wandelpad en een brug kun je de canyon oversteken. Pas dan zie je hoe diep de kloof is en de vormen ervan laten goed zien wat de kracht van water is.

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Icefield Parkway (Hwy 93) begint bij Lake Louise, is ongeveer 230 kilometer lang  en loopt tot aan Jasper. We zijn bij Mistaya Canyon ongeveer op de helft. De andere helft zullen we vanuit onze volgende standplaats Jasper doen. Terug in Banff rijden we naar de plek waar de gondola naar de top van Sulphur Mountain  (2451 meter) gaat. Dit is een van de weinige attracties die we niet gedaan. We vinden een ritje belachelijk duur, veertig dollar heen en ook weer veertig terug. Per persoon dus bijna zestig euro. In Banff is nog veel meer te doen. Een boottocht op Lake Minnewanka bij voorbeeld, ten noorden van Banff. Dit hebben wij niet gedaan, tijdgebrek! En verder het klassieke uitzichtpunt van Surprise Corner aan de Tunnel Mountain Drive. Hier vind je de door de wind vormgegeven hoodoos terwijl je over de Bow Valley kijkt. We zijn hier wel even geweest voor het uitzicht, maar niet echt spectaculair, vonden we. Bij Vermillion Lakes, even buiten Banff kun je de Fenland Trail lopen (2,5 kilometer, veel vogels).

       

Banff    19 juni

Vandaag slapen we een klein beetje uit, tot een uur of negen. ’s Ochtends is het  slecht en donker weer, maar het klaart in de loop van de ochtend gelukkig wat op. We gaan Yoho NP doen vandaag. Yoho ligt tussen de plaatsen Golden en Lake Louise. Enkele kilometers na het dorpje Field sla je (komende uit de richting Banff) van de Highway 1 af. Op de splitsing van de Trans Canada Highway (Highway 1) met de Yoho Valley Road vind je meteen al het Upper Spiral Tunnel View Point. Een ingewikkeld lijkende naam, die eigenlij k wil zeggen dat je op de uitzichtpunt treinen een tunnel in de Cathedral Mountain kunt zien in- en uitrijden. Dit is gebeurd om het enorme hoogteverschil in de spoorlijn gemakkelijk te overbruggen. De treinen rijden een extra rondje (in het binnenste van de berg) dat langzaam omlaag loopt. Op het hoogste punt in de bergwand gaan de treinen dus naar binnen om er even later iets lager in de bergwand weer uit te komen. Je moet hier natuurlijk wel het geluk hebben dat er net een trein rijdt, wat bij ons niet het geval was. De Yoho Valley Road is 17 kilometer lang. De weg is pas vier dagen geleden geopend na een lange afsluiting i.v.m. de winter. Aan het einde van deze weg vind je de Takkakaw Falls, die maar liefst 310 meter hoog zijn.

       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In Field precies de andere kant oprijden, en dan na 3 kilometer rechtsaf de Emerald Lake Road op, brengt je op een weg die leidt naar Emerald Lake. Eerst maak je na 3 kilometer een mooie wandeling naar de Kicking Horse rivier en naar Natural Bridge. De Kicking Horse River probeert zich hier door een klein gat in de rotsen te persen. Met een enorme kracht belandt het uiteindelijk in een canyon. Hier sta je een tijdje echt je ogen uit te kijken. Daarna rijden we naar het einde van deze weg, naar Emerald Lake. Een fraai meer, alweer met zo’n mooie groene kleur. Heel fotogeniek! Op de terugweg naar Banff komen we op de 1A een beer tegen. Hierover hebben we een apart verhaal geschreven, dat hier te vinden is. 

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


      

Bij Columbus Magazine werd dit een winnend reisverhaal in juli 2015. 

 

Banff N.P. - Jasper N.P.  285 km   20 juni en 21 juni

De Icefield Parkway is de beroemde weg, die over een afstand van 230 kilometer van Lake Louise in Banff NP naar Jasper in Jasper NP loopt. Langs deze weg vind je veel turkooizen meren, waaronder Herbert Lake, Hector Lake en Bow Lake. We bekijken ze natuurlijk alle drie. Jasper is geen echt kleine plaats en is heel erg gericht op toerisme, maar daarom niet minder leuk. Er zijn enkele winkelstraten, langs de spoorlijn loopt een straat met de nodige restaurants, maar een parkeerplek vinden is hier echt wel een probleem. Het is heel druk in de stad. Vanuit Jasper rijden we zo rond 19.00 uur ’s avonds de Maligne Lake Road richting Maligne Canyon. Ons was verteld dat je dan een grote kans had op het zien van wildlife. Met een gangetje van dertig kilometer per uur sjokken we, links en rechts speurend, de 47 kilometer lange weg af. Een paar avonden lang. Heel veel heeft dat niet opgeleverd. Een beer gezien, dat wel, maar dat was ’s morgens vroeg en bij toeval, omdat we ‘per ongeluk’ een zijweg inreden.

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We zitten in een klein bungalowpark dat aan het Patricia Lake ligt. De bungalow zelf stelt niet veel voor, de inrichting is hopeloos ouderwets, uit de jaren zestig van de vorige eeuw, en het huisje is klein en muf. Een kwart van de kamer wordt ingenomen door een groot bed, er is een kleine kitchenette en dat is het dan zo ongeveer. Een tafel met twee stoelen er bij ook nog. Je kunt je kont er haast niet keren. Per email hadden wij maanden geleden al om een upgrade gevraagd, nooit antwoord ontvangen. Toen we dat aan de receptie vertelden was er geen spoor van medeleven of klantvriendelijkheid, een koel ‘ we zitten u vol’  was het enige. Geen ‘sorry’ of welke verontschuldiging of verklaring dan ook. Dure huisjes, en hun geld dus op geen enkele manier waard. De omgeving is wel aardig. Het is een paar meter lopen naar de oever van het rustige en mooi gelegen meer. Al met al hebben we niet te klagen. We zitten midden in de natuur. Naast het Patriciameer ligt Pyramid Lake. De setting is hier beslist veel mooier. We lopen hier ’s avonds laat tegen zonsondergang en de vele schapenwolkjes worden door de laatste zonnestralen rood verlicht en weerspiegelen prachtig in het supergladde meer. Dit zijn wel de momenten.

       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Athabasca Pass ligt op 1748 meter hoogte. Daar vind je ook de Athabasca Falls, ongeveer 30 kilometer ten zuidoosten van Jasper, een zeer grote waterval. De Athabasca River heeft hier 10.000 jaar gevochten om door en over het gesteente heen te komen, lezen we op een bordje. We maken een niet al te moeilijke wandeling met bruggen over de waterval. Ook is er een deel waar het water vroeger heeft gestroomd en de waterval nu is opgedroogd. Hier kun je door de uitgesleten kloof lopen en mooi het begin van de waterval zien.
Op 52 kilometer ten zuidoosten van Jasper liggen de Sunwapta Falls, ze liggen zo ongeveer langs de kant van de weg, Highway 93. Dit is niet een hele grote waterval, maar het maakt toch weer indruk.


   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

103 kilometer ten zuidoosten van Jasper ligt het ijsveld van Columbia, en een van de uitlopers is de gletsjer van Athabasca. Hij is zes kilometer lang, maar moet ieder jaar een paar meter inleveren. Een toeristisch hoogtepunt omdat de gletsjer gemakkelijk bereikbaar is (hij ligt zo ongeveer naast de snelweg) en het is er dan ook zeer druk. We hebben de bekende tocht die je met een bus over het ijs kunt maken niet gedaan. We hebben de gletsjer bewonderd van een afstand. Vanwege de zeer hoge kosten in Canada voor toeristische attracties, die je dwingen om af en toe keuzes te maken, hebben we de wandeling over het ijs achterwege gelaten. We hebben in Patagonie ook al zo’n ijswandeling gemaakt, deze voegde voor ons niet zo veel toe. Hetzelfde geldt voor de Glacier Skywalk. Overal verschijnen dit soort bouwsels, paden van glas die over de richel van een diepe kloof hangen. Spannend en leuk, maar ook deze is weer belachelijk duur. En we hebben hem in Grand Canyon al gedaan. Iets ten zuiden van deze toeristische hotspot ligt Parker Ridge, waar gigantische hoge bergtoppen je omringen en de vele gletsjers vanaf die bergtoppen naar beneden lopen. Een adembenemend gebied. ’s Avonds op weg naar Maligne Lake zien we, zodra we Jasper uit zijn, op de Yellowhead Highway een bijzonder fraai landschap. De brede Athabascarivier rivier wordt omringd door hoge bergen en in de rivier bevinden zich vele eilandjes, die begroeid zijn met hoge dennebomen. Een bijna idyllisch plaatje.

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hotel: Patricia Lake Bungalows, Pyramid Lake Road, Jasper

Jasper   22 juni

Vandaag hebben we de dag ingeruimd voor Maligne Canyon en Maligne Lake. Maligne Canyon kom je vrijwel meteen tegen, als je de Maligne Road, even buiten Jasper, op slaat. Bij 6th bridge begint een mooie wandeling. Bij de eerste brug bevindt zich een 23 meter hoge waterval in de Maligne River. Medicine Lake ligt ongeveer halverwege. Een meer om een tijdje stil te staan en te bewonderen. Gelukkig loopt de weg ook nog zeven kilometer parallel aan het meer. Medicine Lake is een bijzonder meer. Medicine Lake bestaat dankzij de smeltende gletsjers. In april en mei stroomt het meer vol met smeltwater. In september is het meer zo goed als verdwenen, totdat het het volgende jaar in het voorjaar weer tevoorschijn komt. Nu weten we dat versteende bodem van het meer was poreus is, althans er zitten wat scheurtjes, en het water langzaam onder de bodem verdwijnt in een grottenstelsel. De Indianen wisten dit echter niet. Ze zagen het water immers niet weglopen. Een meer dat zichzelf kon laten verdwijnen en weer herrijzen, dat moest volgens hen betekenen dat het meer bijzondere krachten had, net als een medicijn. Vandaar de naam Medicine Lake. Maligne Lake, dat op 48 kilometer van Jasper ligt, is een beroemd meer. Beroemd is ook de foto waarop Spirit Island te zien is, dat aan de rand van het meer ligt. Spirit Island is alleen te zien, als je de boottocht over Maligne Lake maakt. Dat doen we dus, en we genieten van deze 90 minuten durende tocht. Spirit Island waar we even mogen rond lopen stelt ons niet teleur.

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

 

Jasper N.P.- Clearwater     385 km    23 juni

We rijden een lange weg naar Clearwater. Onderweg naar het Wells Gray Provincial Park passeren we de hoogste top van de Canadese Rockies, Mount Robson. Daar stoppen we voor de koffie. Daarna begeleidt de Thompson River ons in zuidwaartse richting naar Clearwater. Een mooie onderbreking op zo’n lange route is nooit weg, dus stoppen we 200 kilometer na Jasper, bij Grizzly Bear Valley voor een ‘riviersafari’. We kunnen op deze boottocht van alles aan wildlife tegenkomen: beren, otters, adelaars etc. De boottocht is erg leuk en vooral heel ontspannen. Onze gids doet zijn best, hij struint de kanten van het meer af naar beren, dan gaat het in supersnelle vaart naar de overkant van het meer, weer de oevers afspeuren, weer snel ergens anders heen etc etc. En datanderhalf uur lang. Helaas levert het niets op. Mooi weer, veel natuurschoon, maar geen grizzlies gezien. Na een lange dag bereiken we onze cabin voor de komende twee dagen.

Hotel:  Across the creek cabins, 5164 Clearwater Valley Road

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Clearwater - Wells Gray P.P. – Clearwater   24 juni 140 km

We hebben een prachtig huisje nabij de ingang van het Wells Gray NP. Op een mooie beschut gelegen plek in het bos staan drie mooie vrijstaande houten huisjes. Frank en Joan Smith hebben hier hun levenswerk gerealiseerd. Ze hebben de grond in de 70-er jaren gekocht, en hebben er uiteindelijk – op advies van hun in toerisme afgestudeerde dochter - in 2008 gebouwd. Ze zijn gemiddeld van half mei tot begin oktober open, vertelt Joan mij. Daarna komen ze er bijna acht maanden niet meer. De huisjes liggen te midden van een reusachtige en nog volkomen ongetemde wildernis! In het zuiden van het park zijn er de kleurrijke bergweiden en in het noorden de ontelbare witte gletsjers en imposante bergtoppen.

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

’s Avonds zitten we in de stralen van de bijna ondergaande zon die nog voor lauwe warmte zorgen voor ons huisje en ik lees een verhaal ‘uit de buurt’. In 1982 werden hier vlakbij zes kamperende toeristen (opa, oma, pa, ma en 2 dochters van 13 en 11) vermoord door de psychopaat David Shearing, 23 jaar oud, die uit deze buurt kwam. De moorden kregen veel aandacht in de media, terecht lijkt me. Zes doden in een natuurpark, dat is me nogal wat. In de pers werd ook veel aandacht besteed aan het feit dat de moorden aanvankelijk maar niet konden worden opgelost; ze werden al snel de Wells Greymoorden genoemd. Dit berokkende dit prachtige park, dat toeristisch gezien toen juist in opkomst was, veel schade. Tot 2000 bleven veel mensen hier weg, onzin natuurlijk, de dader zit nog altijd vast – hij is tot levenslang veroordeeld en verzoeken om eerdere invrijheidsstelling zijn steevast afgewezen. Ik kijk eens om me heen. Wat een drama in zo’n vredige omgeving. Behalve het gezoem van de vele muggen hoor ik helemaal niets.

   

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het beste dat je hier kunt doen om de hoogtepunten van Wells Gray NP te zien is de weg tussen Clearwater en Clearwater Lake, 71 kilometer, af te rijden. Achtereenvolgens komen we eerst een aantal watervallen tegen. Vijftien kilometer na Clearwater komen we eerst bij de Spahats Creek Falls, ook wel de Spahats Falls genoemd. Deze waterval tussen de kleurrijke rotsen van Spahats Creek, net binnen het Wells Gray Provincial Park, is 75 tot 80 meter hoog. Het is eigenlijk ongelooflijk: Canada heeft zo veel natuur dat ze weinig moeite doen om het aan te prijzen. Meestal vind je een klein onooglijk bordje langs de kant van de weg. Zoals hier, met de aanduiding dat er hier iets te zien valt. In Nederland zou dit tientallen kilometers van te voren worden aangekondigd. In Canada kun je zo maar voorbij de juweeltjes van de natuur rijden, zonder dat je in de gaten hebt dat je iets heel groots en bijzonders hebt gemist. Er is een oneindig grote hoeveelheid van deze natuurjuweeltjes.

          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nadat we de Spahats Falls hebben bewonderd zien we op het parkeerterrein een kraampje van een Belg. Hij verkoopt wafels met stroop. Dit initiatief valt ons op. Eigenlijk is het best een goed idee om bij de vele bezienswaardigheden met een kraampje te gaan staan, maar we zijn het nog nergens tegen gekomen. Wij beginnen een gesprek met de Belgische ondernemer. “De Canadees houdt niet van werken” zegt hij tot onze grote verbazing, als we onze constatering aan hem voorleggen. “Ze komen zelf niet op dit goede idee om hier met iets te gaan staan. Als je tegen een Canadees zegt dat hij eigenlijk iets zou moeten opknappen aan zijn huis bij voorbeeld, een likje verf of zo, zal hij zeggen: “Oh no, that means work” zegt hij. Hij heeft een chocoladewinkel in de stad (Clearwater) en de Belgische bonbons lopen ook hier goed. Hij is hier nu acht jaar en het bevalt hem prima. Op de toegangsweg naar Spahats kun je, komende vanaf de grote weg, de eerste weg rechts nemen naar het viewpoint Shaden. Dit is absoluut aan te raden! Er zijn hier verschillende uitzichtpunten over de Clearwater Vallei. Ademloos staan we hier een tijdje te kijken.

Na enkele kilometers volgt de 3rd Canyon Creek, en even later Moose Viewpoint met prachtige uitzichtpunten over de Clearwater Vallei. Even verderop: Dawson Falls. Die zijn niet zo zeer heel hoog, maar vooral heel breed. Een mooi gezicht. En daarna volgen, op veertig kilometer van Clearwater, de Helmcken Falls. De Mirtle River valt hier 141 meter omlaag in de Helmcken Canyon. Een bezienswaardigheid die je zeker niet mag missen, vinden wij. We genieten van het ene hoogtepunt na het andere. Een spannend ritje, waarbij we iedere keer weer uitkijken naar de kleine bordje langs de kant van de weg, die grote dingen aankondigt. Na Clearwater River zien we Horseshoe Lake en Shadow lake. De weg is hier inmiddels overgegaan in een onverharde goed te berijden weg. Na 24 kilometer houdt deze onverharde weg op en komt er een einde aan de Clearwater Valley Road door het Wells Gray NP. We bereiken Clearwater Lake. Hier zijn boottochten mogelijk, maar dat doen we vandaag maar eens niet. We nemen een (te) dure lunch bij het meer en genieten van het uitzicht. Daarna rijden we langzaam weer de weg terug naar ons huisje in het bos.

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Clearwater – Whistler 425 km    25 juni

Vandaag moeten we weer een grote afstand overbruggen, een reisdag dus. We rijden door het ruige gebied rondom de vrij grote stad Kamloops. We stoppen onderweg in het Mount Robson Park, bij de gelijknamige berg, en zien ook nog Moose Lake. Via Barriere rijden we dan naar Kamloops, en van daar naar Cache Creek en Lillooet. Lillooet ligt mooi in een dal, en we bereiken dit ‘wild west’  plaatsje nadat we enkele steile afdalingen hebben gemaakt. In het Indiaans heet het stadje L’il’wat. De omgeving is prachtig. We zien hier veel borden in de Indiaanse taal van de streek. In Lillooet lunchen we bij de Rugged Bean, een aardige lunch op een terrasje. Het is uitzonderlijk warm en loom in het stadje. Daarna gaan we weer verder, een lang rit over Duffy Lake Road. Het is bijzonder warm en zonnig, en we genieten. Even voor Whistler gaat de weg over enkele hoge passen en dat betekent weer heel wat stuurmanskunst. Maar wat een geweldige rit om te rijden.

Hotel:  Pinnacle Hotel,  4319 Main Street,

Whistler    26 juni en 27 juni

Het wordt vandaag the hottest day of the year, zegt de radio. Ze zeggen het om de tien minuten. Het is al vroeg heet in dit wintersportdorp. Whistler oogt als een typisch luxe skidorp en dat is het gedeeltelijk ook. Het dorp is mooi vorm gegeven, mooi ‘ aangekleed’  met parkjes, muurtjes, trappetjes, kunst, veel groen, een fraaie dorpsstraat en mooie houten huizen. De kracht (en het toeristische succes) van Whistler ligt in het gegeven dat dit een ‘all year round’ –topbestemming is. De natuur leent zich er uitstekend voor. Zomers betekent dit dat je echt kunnen hiken, mountainbiken en roeien. Veel mensen dalen met de mountainbike Whistler Mountain af (langs de skipistes) naar beneden. Je ziet in de skiliften dan eerst een groepje mensen en in de volgende een groepje fietsen. Om en om, en zo gaat dat door. Whistler trekt veel sportieve mensen, bikers, skaters, hardlopers, en vooral ook grote groepen jongeren. Ook hier lijkt het wel of het vandaag de enige kans van het jaar is om buiten te bewegen. Iedereen beweegt zich, het liefst zo snel mogelijk, voort, op skates, op fietsen. Dat het 33 graden is vandaag, deert de Canadezen blijkbaar niet. Zwetend en onverdroten fietsen en rennen zij over de bergachtige wegen en paden. Wij doen het wat rustiger aan. In Callaghan Valley, even ten zuiden van Whistler bezoeken we de Alexander Falls. De moeite waard. We rijden naar de site van de Olympische Spelen. Een grote skischans ligt er in de hitte wat verloren bij! Daarna wandelen we naar de Brandywine Falls in het gelijknamige park.

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

’s Middags doen we de Peak to peak gondola (de oversteek). We gaan eerst met de Whistler Village Gondola omhoog, de Whistler Mountain op. De gondola doet daar dertig minuten over, het is dan ook zeker 1000 meter omhoog, schat ik. Boven hebben we eerst op de top van de berg gewandeld. Er ligt nog wat sneeuw en het is een rare ervaring om met 32 graden (hier boven is het 25 graden) door de sneeuw te baggeren. We genieten hier volop. Vervolgens gaan we met de Peak2Peak-gondola van ene naar andere kant, van de top van Whistler Mountain naar de top van Blackcomb Mountain. Het ritje duurt vijftien minuten, een geweldige ervaring. Je zweeft over een afstand van vier kilometer heel hoog boven het dal. Op de top van Blackcomb Mountain genieten we van het fenomenale uitzicht, Whistler ligt ver weg in de diepte. We eten een heerlijk ijsje en gaan daarna de hele weg weer terug: de oversteek en met de andere gondel naar beneden. Het geheel kost ‘ maar’ 49 dollar. Voor de ervaring vind ik dat niet overdreven veel. De laatste gondel naar beneden is op 16 december 2008 in gebruik genomen na het grote ongeluk met de vorige. Gelukkig is deze veel veiliger, zo verzekert men.

      

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

’s Avonds gaan we in de stad uit eten. De sfeer is goed, The Village Stroll is een gezellig aangelegde dorpsstraat met pleintjes, veel winkels en restaurants. Een nogal luxe en met aandacht en smaak ingerichte straat. Voor de supermarkt Seven Eleven zien we bloemen, briefjes, kaarsen en een foto op de stoep. Dit komt ons bekend voor. Ook hier dus. Het is de keerzijde van het vakantieplezier: nog geen maand geleden werd een 19 jarige jongen uit Vancouver, die hier weekend kwam vieren, door een tiental jongeren uit dezelfde stad doodgestoken, toen hij de Seven Eleven uit kwam lopen. Een geval zinloos geweld dus, ook hier in het doorgaans als rustig en vreedzaam bekend staande Canada. Een dag wordt er weer een jongen met een mes gestoken, deze jongen overleeft het gelukkig. Het blijkt dat tijdens het lange weekend in mei grote groepen jongeren uit Vancouver naar de stad komen die niets anders doen dan dronken de straten afschuimen. Vorig jaar waren er ook al vier geweldsincidenten in het lange weekend van mei en vier jaar geleden ook. De politie was al voorbereid op een roerig weekend. Oppassen dus als je er in het lange weekend (Pinksteren) van mei bent. Buiten dat is de sfeer in het dorp meer dan prettig en ontspannen te noemen.

We rijden de volgende dag naar het Olympisch dorp. De springschans ligt er werkeloos bij. We rijden nog wat door de omgeving en op sommige plekken maken we een korte wandeling. In Pemberton, een klein dorpje genieten we van onze lunch op een terras. Het is weer lekker warm en we zien veel fietsers en motorrijders.

     

 

Whistler – Tofino  370 km    28 juni

Via de Sea-to-Sky Highway rijden we een schitterende route door de bergen langs de Howe Sound naar Horse Shoe Bay, een afstand van ongeveer 120 kilometer. We hebben in Horseshoe Bay nogal wat moeite om de ferry te vinden, onze TomTom weet er geen raad mee, maar een vriendelijke vrouw in een winkel helpt ons op de goede weg. We hebben voor deze oversteek naar Nanaimo op Vancouver Island gelukkig gereserveerd. Zouden we dat niet gedaan hebben, dan hadden we achteraan moeten sluiten in een lange lange rij en moeten hopen dat we nog mee konden. De overtocht duurt anderhalf uur en is beslist een prettige ervaring. Heerlijk uitwaaien op het dek en genieten van de zee en de wind. In Nanaimo aangekomen, kunnen we vlot verder rijden. Het is nog een behoorlijke afstand naar Tofino aan de westkust, ons einddoel voor vandaag. Onderweg kun je een aantal leuke dingen doen en bezoeken, maar wij hebben dit door tijdgebrek moeten overslaan. De afstand is groter dan we hadden verwacht en het is hier behoorlijk bergachtig. Na 270 kilometer over het eiland gereden te hebben, een schitterende natuurroute, bereiken we tegen de avond Tofino.

Hotel: Black Bear Guesthouse,   6926 Black Bear Lane, Tofino

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tofino - Pacific Rim N.P. – Tofino   29 juni en 30 juni

Pacific Rim is het enige nationale park op Vancouver Island. Dat wil niet zeggen dat het alleen hier de moeite waard is. Integendeel, Vancouver Island is gezegend met prachtige natuur. Maar dit kleine stukje aan de westkust van het eiland is dan speciaal beschermd. Het toerisme is hier flink in opkomst. De deelregering van British Columbia stimuleert het dan ook behoorlijk. Wat kun je er doen? Dezelfde soort dingen als op plekken die lijken op dit eiland, waar het bijzonder veel regent (in de winter, in de zomer valt het mee), zoals Noorwegen, Schotland, Ierland. Je kunt er langs de ruige kustlijn genieten van al haar glorie. Je kunt slenteren langs Long Beach, of een van de vele andere brede zandstranden, op zoek gaan naar spelende zeeleeuwen, zeehonden of schelpen. Je kunt hier hiken over een netwerk van trails. Orka's spotten tijdens een whalewatching trip of gewoon lekker wegdromen over het water van de Grote Oceaan. In de praktijk komen vooral de natuurliefhebbers en wandelaars, en de wielrenners en surfers hier. En mensen die beren en orka’s willen zien. In Pacific Rim heerst een aparte fijne sfeer, het is de streek waar je louter natuurliefhebbers en sporters vindt, en het landschap is bijzonder mooi.

    

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We komen laat in de middag bij onze nieuwe slaapplek aan, een bed and breakfast dat ongeveer 5 kilometer van Tofino ligt, dus bij de mensen thuis. Als ik de auto parkeer, zit meneer aan een scooter te sleutelen, zijn jonge dochtertje rent naar binnen en roept: ‘ Mum we have new guests!’. Het is niet zo veel, onze kamer, maar ook niet slecht. Het is onderdeel van de woning van de familie, dus de herrie van de kinderen nemen we er maar bij. Het ligt vlakbij Chesterman Beach, dat even verderop overgaat in het beroemde Long Beach. We rijden naar Tofino, een klein vissersplaatsje. Houten huizen, een houten kerk, een paar restaurantjes en wat toeristenbedrijfjes. We boeken bij Remote Passages aan de Wharf, een tourtje op zee, dat we de volgende avond zullen maken. Het is een heerlijke boottocht door de fjorden en inhammen van de Stille Oceaan, om eilandjes heen, bergen, stranden, bossen en ook nog wat mist (die had de hele dag boven Tofino gehangen en loste ’s avonds op). Maar dieren, nee die hebben we nauwelijks gespot. Een beer in de verte, een adelaar hoog in de boom op zijn nest, twee zeehonden. De jonge kapitein doet erg zijn best, hij scheurt van de ene kant van de baai naar de andere, maar het mag niet baten. Leuk dat wel, maar ook een duur tochtje.

          

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het regenwoud is indrukwekkend. Door de vele regen die hier valt (3 tot 4 keer zo veel als in Nederland) is het hier heel dicht begroeid met van alles en nog wat: bomen, struiken en varens dicht op elkaar, alles overdekt met wilde slierten mos. Je kunt hier eindeloos wandelen. Er zijn zeker 10 populaire trails die je hier kunt lopen. Wij lopen in ieder geval de Wild Pacific Trail in Ucluelet, een dorp op 40 kilometer ten zuiden van Tofino.  We lopen langs de ruige kust en soms door het regenwoud. Soms denk (hoop) je om de volgende bocht een beer tegen te komen, maar in de praktijk laten ze zich op dit soort - voor hen vrij ‘drukke’ -  trajecten niet zo gemakkelijk zien. Maar de kans is er altijd….. Even verderop, voorbij Little Beach loopt de trail door, over zo’n 5 km tot aan Rocky Bluffs. Geweldig wandelen hier, waarbij je soms stijgend en soms dalend langs kust en door het woud wandelt.

In Tofino eten we twee avonden bij Schooner Restaurant, een uitmuntend restaurant, sea-food. In de dorpjes Tofino en Ucluelet heerst die rustige sfeer die kustplaatsjes zo vaak kenmerkt. In Ucluelet zien we, als we op een terras zitten, adelaars op korte afstand voorbij en over vliegen. Een hert steekt de dorpsstraat over. Je bent hier nooit ver weg van de natuur. In deze dorpen heb je, ook in de zomer als het vaak helder en zonnig weer is, grote kans op mist. Als die er ’s ochtends is, gaat hij vaak in de loop van de middag wel weg. Maar je hebt dan wel een grijze dag gehad, terwijl het tien kilometer landinwaarts stralend zonnig weer is.

 

       

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tofino – Victoria   1 juli   en 2 juli 315 km

Vandaag is het Canada Day, de nationale feestdag. Het weer doet gelukkig mee, zoals bijna iedere dag, en gedraagt zich vandaag ook feestelijk: blauwe lucht, zonnetje en dertig graden of meer in het vooruitzicht. We rijden van Tofino naar Victoria, een behoorlijke afstand. Het eerste deel van de route is weer heel bergachtig, na de vrij grote stad Porto Alberni in het centrum van het eiland wordt het vlakker en drukker. Nanaimo aan de kust is ook al een vrij grote stad, en dus is het in deze omgeving druk op de weg. Bovendien is het 1 juli, nationale feestdag en zijn er dus veel mensen op pad. We stoppen in het dorpje Chemainus. In dit kleine maar erg gezellige dorp vind je 39 murals. Ze zijn zeker zo mooi als de murals in Vernon die we eerder zagen. Het blijven kunstwerkjes en we lopen een korte ‘ mural’  route. De murals, we hebben het eerder vermeld, laten Canada zien zo als het vroeger was. We zien ook indianen op de murals. De indianen hier hebben het zwaar gehad na de komst van de blanken. Het is ook hier natuurlijk nationale feestdag, de sfeer en de activiteiten zijn gelijk aan die in een willekeurig dorp op koningsdag in Nederland.

     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De volgende dag bezoeken we in de buurt van Duncan de opvang voor inheemse (gewonde) roofvogels (The raptors, 1877 Herd Road Duncan). We vonden het hier erg leuk. Wat ons betreft, een aanrader.  Daarna rijden we een stukje langs de kust terug, o.a. via  Cowichan Bay, een pittoresk plaatsje aan zee.

Victoria, we zouden het bijna vergeten. Een leuk stad, Britser dan veel andere plaatsen die we in Canada gezien hebben. Downtown is compact, klein en dus goed beloopbaar. Uiteraard zien we de haven met de opvallende Legislative buildings en er schuin tegenover het indrukwekkend grote en statige Empress Hotel.  We gaan even winkelen in het van oorsprong oude en statige overdekte winkelcentrum Bay Centre, nu gemoderniseerd en mooi opgeverfd in wit en turquoise kleuren. Government Street is de verkeersader door downtown, gezellig. Daarna gaan we via de Legislative buildings naar de Inner Harbour Fishermans Warf (bij Fishermans Warf Park, begin van St. Lawrence Street) .  Hier bevinden zich opvallende drijvende huizen in felle kleuren en met een aparte bouwstijl en inrichting. Een bezienswaardigheid op zich, dit ‘ hippiedorp’. Het is wel een echte toeristentrekker geworden. Er zijn de nodige restaurants, en bij een eten we een lekkere visschotel. Er zwemt een blinde zeehond rond die voortdurend gevoerd wordt door de toeristen. Jammer voor het beestje, het is nu al kogelrond en ik verwacht dat hij toch eens uit elkaar gaat spatten.

We rijden nog een stukje door het mooie Victoria. De Scenic Marine Drive is een mooie route om hier te rijden. We volgen vanaf Inner Harbour/Fishermans Wharf de Dallas Road langs de kust. Dallas Road gaat over in Beach Drive, en we rijden richting Oakville, langs het strand. We zien hier statige villawijken, omringd door veel groen en af en toe langs raken de buurten het strand en de zee. De woonwijk Uplands volgt, vanaf Cattle Point Lookout heb je de mooiste uitzichten over land en zee. Via de Hillside Avenue rijden we door de ‘gewone’  woonwijken weer naar ons hotel ten noorden van downtown.

               

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Victoria - Richmond/Vancouver  3 juli  90 km

We rijden al vroeg weg, het is 20 kilometer naar het noordelijk gelegen Sidney. In deze plaats vertrekken vanaf Schwartz Bay de veerboten. We hebben weer gereserveerd, dit keer was het achteraf niet nodig geweest, en we varen, tussen de Gulfeilanden door, op de grens van Canada en de USA naar Tsawassen, 40 kilometer onder Vancouver. In de stad Delta rijden we naar het George C. Reifel Bird Sanctuary. We krijgen echter te horen dat het zonde is om een toegangskaartje te kopen en naar binnen te gaan. In de zomer zijn er bijna geen vogels te zien. Dit is meer een winterattractie; in de winter zie je hier veel migrerende vogels.  

Het is bijna voorbij. We checken voor onze laatste Canadese nacht in bij ons hotel in Richmond, vlak bij het vliegveld. We gaan de stad Richmond in, en doen wat laatste boodschappen. In deze woonwijk is echt alles Chinees, behalve wij! We eten ’s avonds heerlijk bij Steveston Seafood House, 3951 Moncton Street, Richmond. We zetten het adres er maar bij, want het is een geweldig restaurant.  Nr. 3 van 667 restaurants op Trip Advisor, dus dan mag je ook wel wat verwachten. Stijlvol en lekker eten, en een zeer vriendelijke eigenaar. Na het eten leveren we de auto in en gaan met de shuttlebus naar ons hotel. Deze reis is over en voorbij.

Een geslaagde reis in allerlei opzichten. Alles is goed verlopen, we kregen waarvoor we kwamen en waarschijnlijk nog meer dan dat. Schitterend warm zomerweer, niet onbelangrijk. Een roadtrip uit het boekje. Zo willen we er meer gaan maken, waar ter wereld dan ook.