U gebruikt een verouderde browser. Wij raden u aan een upgrade van uw browser uit te voeren naar de meest recente versie.

De wereld op de foto

 

Reizen van Lione en Rene Kolsteren

 

Australie (Sydney, Brisbane, Cairns), Papoea Nieuw Guinea, Kiriwina, Solomons eilanden.  

 

 

 

 

 

 

 

 

Inleiding

Een rondreis van maar liefst 42 dagen in het werelddeel Oceanië. We hadden nooit gedacht  dit nog eens te zullen meemaken.  We zijn van Sydney langs de hele oostkust van Australië naar het noorden gereisd en verder via vier Melanesische eilanden en één Polynesisch eiland, naar Nieuw Zeeland, en tot slot via Tasmanië en Melbourne terug naar Sydney. Behalve een groot tropisch avontuur betekent dit ook dat je vijf niet zulke ‘gangbare’ eilanden bezoekt, eilanden waar je normaal gesproken niet zo snel zult komen. En waar je, als je er al heen wilt, alleen  met veel moeite komt, omdat ze nogal afgelegen liggen. Dat maakt het weer een dure aangelegenheid. Het is een uitgelezen kans om deze eilanden toch te kunnen bezoeken: Papoea Nieuw Guinea, Solomons eilanden, Vanuatu, Fiji en Tonga. Vijf eilanden, maar ook vijf officiële landen. En heel veel Nieuw-Zeeland. Wij maken deze reis in januari en februari 2026. Goed gekozen, omdat we precies de zeven weken winterweer van die winter in Nederland mislopen.

 

Sydney

We vertrekken op 2 januari ’s ochtends vroeg van Schiphol en komen op 3 januari tegen de avond aan in Sydney. We laten ons naar ons hotel in Central Business District rijden en lopen even later nog wat rond in de buurt. Het is zaterdagavond en omdat het een echte zakenwijk is met bijna alleen maar zeer hoge gebouwen is er weinig te beleven op straat: geen gezelligheid, geen vertier. Daarvoor moet je 1 of 2 kilometer verder naar het oosten: Woolloomooloo en King’s Cross. De volgende ochtend, zondagochtend, wandelen we naar het nabijgelegen Hyde Park. Het is zonnig weer, het park is in zondagsrust. Een enkele jogger of muzikant, meer niet. In het park kun je de Sydney Tower zien, en aan de andere kant ligt St. Mary’s Cathedral. We wandelen naar Townhall Square, een mooi ruim plein, levendig ook met het fraaie stadhuis.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We hebben helaas niet veel tijd voor deze metropool. Rond 12 uur moeten wij ons melden op ons schip, dat in de haven onder de Harbour Bridge ligt.  De sfeer rond de haven van Sydney is zomers en gezellig druk: het iconische Opera House, Circular Quay, met op de achtergrond de wolkenkrabbers van het centrum, Harbour Bridge en de zondagsmarkt in The Rocks, de oudste wijk van de stad. We overzien dit alles vanaf de negende verdieping van ons schip, we hebben bijna 360 graden zicht op alles. Dat levert mooie foto’s op, een weids zicht op deze metropool, waar de onweerswolken langzaam optrekken richting stad. We gaan varen en zien deze fraaie Sydneybeelden heel langzaam kleiner worden en verdwijnen. De reis is begonnen!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Moreton Island

We varen in twee dagen naar Moretoneiland. Moretoneiland is een groot zandeiland voor de kust van Oost-Australië en  ligt ca. 58 km ten noordoosten van Brisbane, de hoofdstad van Queensland. Bijna het gehele eiland is Nationaal Park, waardoor de kustlijn, de zoetwatermeren, de wetlands en de bossen beschermd worden. Het eiland is beroemd om de Tangalooma Wrecks (een scheepswrak waar je prima kunt snorkelen), het sandboarden in de woestijn en het voeren van wilde dolfijnen bij het Tangalooma Island Resort. Moretoneiland is tevens een populaire vakantiebestemming voor liefhebbers van strand, natuur, vissen en walvissen kijken.

 

 

 

 

 

 

 

 

Moretoneiland heeft een oppervlakte van ca. 170 km² en de maximale lengte van noord naar zuid bedraagt 38 km. Het heeft ongeveer 120 vaste bewoners. Kaap Moreton in het uiterste noorden van het eiland is de enige rotspartij op het verder zandige eiland. Kapitein James Cook gaf de rotspunt in 1770 haar naam. Toentertijd werd gedacht dat deze deel uitmaakte van het vasteland.

Wij hebben in Nederland contact gezocht met een local, die ons 5 uur lang over Moreton Island wil rijden. Het is bijna een half uur lopen vanaf de jetty, waar de tenderboot ons af zet,  langs het grote en drukke Tangalooma Island Resort naar de noordelijke parkeerplaats. We lopen over het mooie wandelpad met het strand en de oceaan links en het resort rechts. Een aangename wandeling, die je in zomerse sferen brengt.

 

 

 

 

 

 

 

 

We rijden over het eiland, langs de scheepswrakken naar plekken met namen als Surfside, Blue lagoon, Cape moreton lighthouse, North point, Champagne pools en Honeymoon bay en dan weer terug over het bovenste gedeelte van het eiland naar Bulwer village. De ‘wegen’ en paden daar zijn zandwegen, maar onze 4x4 kan dit aan. Het is overal erg groen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We hebben in het midden van het eiland een mooi zicht op het hoogste punt van Moretoneiland, Mount Tempest, met een hoogte van 280 m het hoogste duin ter wereld. Vervolgens rijden we terug langs het dorp Cowan Cowan, onderdeel van Brisbane's verdedigingsgeschiedenis tijdens de Tweede Wereldoorlog (nu particuliere vakantiewoningen)) naar het resort, ruim op tijd om de resortfaciliteiten te verkennen en met de tender terug te varen naar ons cruiseschip. Een geslaagde dag, zoals er nog zoveel meer zullen volgen.

Brisbane

Brisbane, de hoofdstad van de deelstaat Queensland,  staat bekend om zijn ontspannen, subtropische levensstijl en wordt vaak de "Sunshine State" hoofdstad genoemd. De stad is vooral populair bij jonge toeristen. De uitstraling is die van een moderne aangename stad. Brisbane heeft 2,7 miljoen inwoners en is daarmee de derde stad van Australië. Deze metropool heeft een typisch subtropisch klimaat met hete, vochtige zomers en zachte, droge winters. Vanaf het einde van de lente tot het begin van de herfst wordt Brisbane regelmatig getroffen door hevige onweersbuien, soms vergezeld door grote hagelstenen en zware windstoten. Vooraf waren wij daar een beetje bezorgd over, want Brisbane heeft op het gebied van zware regenval in de zomer een behoorlijke naam (in 2011 stond de stad zelfs onder water na wekenlange regens). Gelukkig hebben wij schitterend, zonnig en warm weer, wat de stad uitermate plezierig maakt om er te zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hoewel wij vooraf begrepen dat er geen enkele verbinding is tussen de haven, die 23 kilometer van het centrum ligt, en het centrum zelf, rijdt er tot onze verrassing toch een shuttle. Deze brengt ons in drie kwartier naar het King Georgeplein in het centrum. Een druk plein met de iconische Brisbane City Hall Clock Tower. Via Albert Street en Queen Street, een echte winkelstraat, lopen we via de Victoriabrug over Brisbane River naar de zuidkant van de stad.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de South Bank stappen we op een boot en laten ons over de rivier door de stad voeren. Aan de stadskant rijzen de wolkenkrabbers omhoog, zien we groene parken, waaronder het beroemde Botanical Garders. Langs Kangaroo Point, onder de fraaie Story Bridge naar de wijk New Farm. En weer terug. We lopen daarna over de brug (het is behoorlijk warm geworden) door de stad, lunchen even en gaan dan weer terug naar de haven. Helaas vertrekt onze boot vandaag (te) vroeg.

 

 

                                                                                  

 

 Tropical low (cycloon) bedreigt Cairns

Een veel voorkomende misvatting: in de tropen is het altijd zonnig en warm. Niet waar natuurlijk, er is sowieso een droge en een natte tijd. Beide duren vaak een half jaar. In de natte tijd kan het soms goed mis gaan. November tot april is in deze contreien de natte tijd. We maken op weg naar de kuststad Cairns kennis met het fenomeen tropical low. Een niet te onderschatten fenomeen. Een tropische depressie kan het programma aardig in de war gooien en dat deed deze dan ook. Tropical lows komen, zeker in januari en februari, veel voor. De regenhoeveelheden zijn enorm en de wind kan behoorlijk aanwakkeren. Van 200 mm per dag kijkt men in Cairns niet  op. En hevige regenval gebeurt niet op één dag, maar voortdurend. Ook op de eerste drie eilanden die we gaan bezoeken is het nogal aan de natte kant. Vaak grijs of zwaar bewolkt, maar wel heel drukkend warm.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De bedoeling was om op 9 januari Townsville en op 10 januari Cairns aan te doen. Een cycloon op zee, die de naam Koji kreeg, zorgde voor grootschalige verstoringen in de luchtvaart in Noord-Queensland, met veel geannuleerde vluchten. Er was sprake van hevige regenval, overstromingen en stroomuitval in de bredere regio.

Koji dreigt richting beide genoemde steden te trekken en er zijn serieuze waarschuwingen aan de bevolking. Het is spannend om te volgen hoe de cycloon precies zal trekken. Onze landing in Townsville is gecanceld en ook de landing in Cairns de dag erna gaat niet door. In plaats daarvan liggen we op zee, draaien wat rondjes, maar het schiet allemaal niet erg op. Er schijnt uiteindelijk in Cairns nogal wat schade te zijn in de buitenwijken, maar als wij op 11 januari eindelijk Cairns in mogen zien wij er in ieder geval niet veel van. We hadden geluk dat de storm relatief snel verzwakte nadat hij aan land kwam, anders hadden wij nog enkele dagen langer op zee rondjes moeten draaien. Voor deze gebieden kun je dus altijd vooraf een reis- en verblijfsschema maken, maar er is geen enkele garantie dat je ook daadwerkelijk overal zult komen en rondreizen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Conflict eilanden (Papoea Nieuw Guinea) zijn ook al gecanceld en we krijgen te horen dat ook twee eilanden van Vanuatu niet zullen worden aangedaan.

De tweede dag Cairns betekent voor ons vooral wandelen langs de parkjes van deze tropische toeristenstad, maar het is te warm om al te ver te lopen. We bezoeken het Aquarium, erg leuk, met bezoek aan de schildpaddenopvang. Daarna wandelen we weer terug naar de haven. De stad is groen en heeft een tropische vibe. We zijn er al eerder geweest, in 2006. Toen hebben we de kabelbaanrit naar Kuranda gemaakt. Dat hadden we deze keer weer willen doen (op onze ‘eerste’ dag in Cairns), en het was op onze ‘tweede’ dag in Cairns al niet meer mogelijk.

Zoals gezegd zal, na Cairns, het tropische depressieweer ons een tijdje blijven achtervolgen. Op de volgende drie bestemmingen regent het vaak (lichtjes) en is het vooral somber en grijs. Jammer, want de eilanden zijn prachtig. Het is wel zeer warm. Pas op het prachtige Fiji, waar we uiteindelijk vijf dagen zullen blijven, knapt het weer behoorlijk op. Dat blijft zo, ook in Nieuw-Zeeland. Ondanks het soms slechte weer genieten wij volop.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Papoea Nieuw Guinea

Alotau is de rustige hoofdstad van de provincie Milne Bay in Papoea-Nieuw-Guinea, gelegen op de zuidoostelijke punt van het hoofdeiland. De rust en relatieve veiligheid van Alotua staat in schril contrast tot de situatie in grote delen van de rest van het land. Er is in dit land een hoog risico op geweldsmisdrijven, zoals overvallen (vaak met kapmessen of vuurwapens), autodiefstal en seksueel geweld. In hoofdstad Port Moresby en andere grote steden zoals Lae en Mount Hagen is de situatie vaak gespannen. In de hooglanden (Highlands) komen regelmatig gewelddadige conflicten tussen lokale stammen voor, die onvoorspelbaar kunnen oplaaien.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar gelukkig zijn we in Alotau veilig en voelen we ons ook veilig. De stad staat bekend om zijn gastvrije sfeer en dient als belangrijkste toegangspoort tot de omliggende eilanden en koraalriffen. We rijden van Alotau westwaarts naar het hart van Huhu - de thuisbasis van de oorlogskano en het centrum van het historisch kannibalistische achterland. Interessant genoeg is dit ook de plaats waar een deel van de PNG-grondwet aanvankelijk werd opgesteld door de eerste gouverneur-generaal, Sir John Guise.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

We brengen een bezoek aan de lokale markt, de grootste in de regio, met alles van bananen en tassen tot betelnoot. Grote drukte, uiteraard een kleurrijk gebeuren.

Een rit naar Bibiko Village laat ons zien hoe de westerse cultuur is geïntegreerd in de traditionele manier van leven. We zien hoe het dorpsleven in PNG is en we proeven heerlijke gerechten bereid in kleipotten: taro, banaan, cassave, yam en groene bladgroenten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de terugweg naar de pier brengen we een bezoek aan het uitkijkpunt Top Town voor een volledig zicht op de stad en de grotere provincie Milne Bay. De laatste stop is bij het Milne Bay War Memorial. De slag om Milne Bay in 1942 was ongelooflijk belangrijk. Er zijn veel slachtoffers gevallen en het betekende de eerste grote nederlaag van de Japanse landtroepen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Er is hoe dan ook op al deze Pacifische eilanden hevig gevochten in de Tweede Wereldoorlog en op ieder eiland vind je dan ook herdenkingsplekken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Kiriwina

De volgende dag liggen wij voor anker voor Kiriwina. De Kiriwina-eilanden (ook Trobriand-eilanden genaamd) vormen een 450 km² grote archipel van koraaleilanden en atollen ten oosten van het hoofdeiland Nieuw-Guinea. Ze liggen in de provincie Milne Bay van Papoea-Nieuw-Guinea. Het grootste deel van de inheemse bevolking van 12.000 inwoners leeft op het belangrijkste eiland Kiriwina.Het ziet er idyllisch uit. Het eiland is nog heel oorspronkelijk en de vriendelijke bevolking zit klaar om je welkom te heten (uiteraard hebben ze wat spullen in de verkoop). Ook leiden ze je rond in hun dorp, even verderop. We besluiten niet meteen de tender naar het strand te nemen, maar later op de ochtend de oversteek te wagen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maar als we eenmaal aan land willen gaan is er ineens een ‘noodsituatie’.  Er zijn al honderden medereizigers op het eiland en degenen die terug zijn gegaan verkeren van het ene op het andere moment in een angstige situatie. De wind is supersnel aangewakkerd tot windkracht negen, totaal onverwacht, en  de tenders gaan meters op en neer. Ze komen echter niet vooruit. Uren dobberen zij op zee. Inmiddels staan 600 mensen op het strand te wachten om ook terug te keren, maar er is geen enkel zicht dat dit ook gaat lukken. Op social media verschijnen vrij snel berichten: 600 toeristen hopeloos vast op tropisch eiland. Enigszins overdreven, maar wel waar. Het is uitgesloten dat wij vandaag op het eiland komen, weer een misser dus. De tenders worden stilgelegd en uiteindelijk slaagt men er later op de dag in om iedereen weer veilig aan boord te krijgen.

                                                                          

       
         

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Solomons eilanden

De Salomonseilanden (Solomon Islands) is een uitgestrekte eilandnatie in de zuidwestelijke Stille Oceaan, ten noordoosten van Australië. De archipel bestaat uit bijna 1.000 eilanden, waarvan de zes grootste Choiseul, Santa Isabel, Malaita, New Georgia, Guadalcanal en Makira zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

De hoofdtad is Honiara, gelegen op het grootste eiland Guadalcanal. Er wonen naar schatting ruim 830.000 mensen (2025/2026). De bevolking is voor circa 95% Melanesisch. Engels is de officiële taal, maar het op Engels gebaseerde Pijin wordt het meest gesproken. Er zijn daarnaast meer dan 80 lokale talen. 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Het is er over het algemeen veilig, maar kleine criminaliteit -gericht tegen buitenlandse (‘vermogende’) bezoekers – komt wel voor. De eilanden zijn gevoelig voor aardbevingen en tsunami's vanwege hun ligging in een vulkanisch actief gebied. In februari 2026 werden er nog diverse aardbevingen geregistreerd.  Dit geldt overigens voor alle Pacifische eilanden die we gaan bezoeken. Ze zien er uit als droomeilanden (weliswaar arm, maar rijk aan natuurschoon), maar hier komen wel aardbevingen, vulkaanuitbarstingen en tsunami’s voor. Tel daar bij op het soms zeer slechte noodweer dat in de maanden november tot april kan voorkomen met landverschuivingen en overstromingen en de conclusie mag zijn dat het paradijs ook een keerzijde heeft.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tonga, dat we later zullen bezoeken, is zelfs het op 3 na onveiligste land als het om natuurrampen gaat (voor de bevolking dan, want het komt niet zo vaak voor dat je dit als toerist zult meemaken; die kans is dan weer klein). Echter, in februari 2026, een maand na ons bezoek, waren er enkele aardbevingen. Op 25 februari 2026 was er een uitbarsting van de Ambae-vulkaan. En tot slot: op 14 februari 2026 werd Vanuatu getroffen door een krachtige aardbeving met een magnitude van 6,4 nabij de kust van Espiritu Santo.                                                                                        

                                                         

 

Honiara oogt bij onze aankomst als een rustig provinciestadje, eigenlijk is het meer een dorp. Veel wijken liggen hoger op de heuvels tussen het groen, dus een goed overzicht van de hele stad heb je eigenlijk niet. Er wonen nog altijd ongeveer 100.000 mensen, maar de plaats oogt niet als een stad van een dergelijke grootte.

We hebben vooraf, in Nederland, contact gezocht met een local en met hem een tripje geregeld naar Hotomai Village. Weinig mensen kennen dit en het behoort zeker niet tot de drukst bezochte plekken op de Solomons eilanden. Integendeel. Hotomai ligt in het centrale deel van het eiland Guadalcanal en de rit er naar toe, vanaf Honaria, duurt ongeveer drie kwartier. Je rijdt door het fraaie tropische landschap, ook hier weer.

Hotomai Cultural Village is een dorp dat  fungeert als een levend museum voor de tradities van het Birao-volk. De mensen wonen hier echt en houden zodoende de tradities en leefwijze in stand. Als bezoeker kun je hier de authentieke eilandcultuur ervaren door actieve deelname in plaats van alleen te kijken.  Er worden ten behoeve van de bezoekers demonstraties gegeven van vuur maken zonder lucifers, het weven van manden en matten van lokale vezels, en traditionele tuinbouwtechnieken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Verder kun je het bereiden en proeven van lokale gerechten ervaren, zoals geprakte taro in kokosnoot en maaltijden bereid met hete stenen (biti vula). Er zijn verder interactieve sessies met traditionele gezangen, liederen en dansen uitgevoerd door de dorpsbewoners en je bezichtigt drie traditionele huizen (een feesthuis, een taboehuis en een woonhuis) gebouwd van inheemse materialen. Je betaalt er als bezoeker een soort ‘entreegeld’. De opbrengsten vloeien direct terug naar de educatie en gezondheidszorg van het dorp. De naam "Hotomai" betekent "Welkom" in het lokale Birao-dialect.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na drie kwartier stopt onze auto. We moeten uitstappen. De auto kan niet verder rijden over het bospad, omdat het door de hevige regens van de afgelopen dagen, is veranderd in één grote modderpoel. We zullen verder moeten lopen door deze modderpoel. Dat is geen gemakkelijke opgave. Bij ieder stap zakken we of diep weg in de modder of we dreigen uit te glijden en languit  in de modder te vallen.  Dat overkomt Lione één keer. Ondanks de sterke armen van Hotomaibewoners, die ons begeleiden, blijft het een redelijk zware tocht. Maar we worden beloond. Na enige tijd zijn we in het dorp. De situatie is hier niet beter: overal zompen we door de modder, maar hier en daar zijn planken neergelegd en de bewoners zijn erg hulpvaardig. Het regent ook nog eens gestaag door en behalve ‘modder-begeleiders lopen er ook bewoners mee die een palmblad boven ons hoofd houden. Zelden hebben we zulke aardige en hulpvaardige locals gezien. Een aantal kinderen heeft blond haar. Een vreemde combinatie: Melanesisch uiterlijk met blond kroeshaar.

 

 

 We hebben het erg naar onze zin in dit dorp. We krijgen eten en fruit en worden door het hele dorp geleid. Maar dan moeten we die hele weg weer terug. We denken aan de fijne tijd die we hier hadden en na een half uur ploeteren door de modder komen we weer bij onze auto. Bijzonder tevreden over deze dag keren wij later op de middag terug in de haven van Honiara.